Avatar of Vocabulary Set Oxford 5000 - C1 - Letter C

Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - C1 - Letter C in Oxford 5000 - C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - C1 - Letter C' in 'Oxford 5000 - C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cabinet

/ˈkæb.ən.ət/

(noun) kast, kabinet

Voorbeeld:

She keeps her dishes in the kitchen cabinet.
Ze bewaart haar servies in de keukenkast.

calculation

/ˌkæl.kjəˈleɪ.ʃən/

(noun) berekening, calculatie, inschatting

Voorbeeld:

The engineer performed a complex calculation to determine the bridge's load capacity.
De ingenieur voerde een complexe berekening uit om de draagkracht van de brug te bepalen.

canvas

/ˈkæn.vəs/

(noun) canvas, zeildoek, schilderij;

(verb) werven, onderzoeken

Voorbeeld:

The artist stretched the canvas over a wooden frame.
De kunstenaar spande het canvas over een houten frame.

capability

/ˌkeɪ.pəˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) mogelijkheid, capaciteit

Voorbeeld:

The new software has enhanced capabilities.
De nieuwe software heeft verbeterde mogelijkheden.

capitalism

/ˈkæp.ə.t̬əl.ɪ.zəm/

(noun) kapitalisme

Voorbeeld:

Many argue that capitalism promotes innovation and economic growth.
Velen beweren dat kapitalisme innovatie en economische groei bevordert.

capitalist

/ˈkæp.ə.t̬əl.ɪst/

(noun) kapitalist, aanhanger van het kapitalisme;

(adjective) kapitalistisch

Voorbeeld:

The capitalist invested heavily in new technologies.
De kapitalist investeerde zwaar in nieuwe technologieën.

cargo

/ˈkɑːr.ɡoʊ/

(noun) lading, vracht, goederen

Voorbeeld:

The ship was loaded with valuable cargo.
Het schip was geladen met waardevolle lading.

carriage

/ˈker.ɪdʒ/

(noun) koets, rijtuig, wagon

Voorbeeld:

The royal family arrived in a magnificent horse-drawn carriage.
De koninklijke familie arriveerde in een prachtige paardenkoets.

carve

/kɑːrv/

(verb) snijden, houwen, trancheren

Voorbeeld:

He decided to carve a bird out of the block of wood.
Hij besloot een vogel uit het blok hout te snijden.

casino

/kəˈsiː.noʊ/

(noun) casino, speelhal

Voorbeeld:

We spent the evening at the casino, trying our luck at the roulette table.
We brachten de avond door in het casino, waar we ons geluk beproefden aan de roulettetafel.

casualty

/ˈkæʒ.uː.əl.ti/

(noun) slachtoffer, gewonde, dode

Voorbeeld:

There were many casualties in the earthquake.
Er waren veel slachtoffers bij de aardbeving.

catalogue

/ˈkæt̬.əl.ɑːɡ/

(noun) catalogus;

(verb) catalogiseren, lijsten

Voorbeeld:

The library has an extensive catalogue of rare books.
De bibliotheek heeft een uitgebreide catalogus van zeldzame boeken.

cater

/ˈkeɪ.t̬ɚ/

(verb) verzorgen, catering verzorgen, voorzien in

Voorbeeld:

We need to find a company to cater for the wedding.
We moeten een bedrijf vinden om de bruiloft te verzorgen.

cattle

/ˈkæt̬.əl/

(noun) vee, runderen

Voorbeeld:

The farmer herded his cattle into the barn.
De boer dreef zijn vee de schuur in.

caution

/ˈkɑː.ʃən/

(noun) voorzichtigheid, waarschuwing, vermaning;

(verb) waarschuwen, vermanen

Voorbeeld:

Exercise caution when driving in icy conditions.
Wees voorzichtig bij het rijden in ijzige omstandigheden.

cautious

/ˈkɑː.ʃəs/

(adjective) voorzichtig, bedachtzaam

Voorbeeld:

He was cautious about investing all his savings in one stock.
Hij was voorzichtig met het investeren van al zijn spaargeld in één aandeel.

cease

/siːs/

(verb) ophouden, stoppen

Voorbeeld:

The rain ceased and the sun came out.
De regen hield op en de zon kwam tevoorschijn.

cemetery

/ˈsem.ə.ter.i/

(noun) begraafplaats, kerkhof

Voorbeeld:

The old cemetery was overgrown with ivy.
De oude begraafplaats was overwoekerd met klimop.

chamber

/ˈtʃeɪm.bɚ/

(noun) zaal, kamer, privékamer;

(verb) laden, in de kamer brengen

Voorbeeld:

The city council meets in the main chamber.
De gemeenteraad vergadert in de hoofdzaal.

chaos

/ˈkeɪ.ɑːs/

(noun) chaos, wanorde

Voorbeeld:

The sudden announcement caused complete chaos in the office.
De plotselinge aankondiging veroorzaakte complete chaos op kantoor.

characterize

/ˈker.ək.tɚ.aɪz/

(verb) kenmerken, karakteriseren, typeren

Voorbeeld:

The city is characterized by its vibrant nightlife.
De stad wordt gekenmerkt door haar bruisende nachtleven.

charm

/tʃɑːrm/

(noun) charme, bekoring, bedel;

(verb) bekoren, fascineren

Voorbeeld:

Her natural charm captivated everyone in the room.
Haar natuurlijke charme betoverde iedereen in de kamer.

charter

/ˈtʃɑːr.t̬ɚ/

(noun) handvest, akte, privilege;

(verb) charteren, oprichten, huren

Voorbeeld:

The city received its royal charter in 1205.
De stad ontving haar koninklijke handvest in 1205.

chronic

/ˈkrɑː.nɪk/

(adjective) chronisch, langdurig, gewoontegetrouw

Voorbeeld:

She suffers from chronic back pain.
Ze lijdt aan chronische rugpijn.

chunk

/tʃʌŋk/

(noun) homp, stuk, deel;

(verb) in stukken hakken, in brokken snijden

Voorbeeld:

He cut a large chunk of bread.
Hij sneed een grote homp brood.

circulate

/ˈsɝː.kjə.leɪt/

(verb) circuleren, rondgaan, verspreiden

Voorbeeld:

Blood circulates through the body.
Bloed circuleert door het lichaam.

circulation

/ˌsɝː.kjəˈleɪ.ʃən/

(noun) circulatie, doorbloeding, oplage

Voorbeeld:

Regular exercise improves blood circulation.
Regelmatige lichaamsbeweging verbetert de bloedcirculatie.

citizenship

/ˈsɪt̬.ə.zən.ʃɪp/

(noun) burgerschap, staatsburgerschap, maatschappelijke verantwoordelijkheid

Voorbeeld:

He applied for citizenship after living in the country for five years.
Hij vroeg burgerschap aan na vijf jaar in het land te hebben gewoond.

civic

/ˈsɪv.ɪk/

(adjective) burgerlijk, stedelijk

Voorbeeld:

The mayor attended the civic ceremony.
De burgemeester woonde de burgerlijke ceremonie bij.

civilian

/səˈvɪl.jən/

(noun) burger, civiel persoon;

(adjective) civiel, burger-

Voorbeeld:

The soldiers were ordered to protect the civilians.
De soldaten kregen de opdracht de burgers te beschermen.

clarity

/ˈkler.ə.t̬i/

(noun) helderheid, duidelijkheid

Voorbeeld:

The clarity of the water allowed us to see the fish.
De helderheid van het water stelde ons in staat de vissen te zien.

clash

/klæʃ/

(noun) klap, botsing, gerinkel;

(verb) botsen, klappen, kletteren

Voorbeeld:

The swords met with a loud clash.
De zwaarden ontmoetten elkaar met een luide klap.

classification

/ˌklæs.ə.fəˈkeɪ.ʃən/

(noun) classificatie, indeling

Voorbeeld:

The classification of species is a fundamental aspect of biology.
De classificatie van soorten is een fundamenteel aspect van de biologie.

cling

/klɪŋ/

(verb) zich vastklampen, kleven, zich vastklampen aan

Voorbeeld:

The child continued to cling to his mother's leg.
Het kind bleef zich vastklampen aan het been van zijn moeder.

clinical

/ˈklɪn.ɪ.kəl/

(adjective) klinisch, afstandelijk, emotieloos

Voorbeeld:

The new drug is currently undergoing clinical trials.
Het nieuwe medicijn ondergaat momenteel klinische proeven.

closure

/ˈkloʊ.ʒɚ/

(noun) sluiting, afsluiting, verwerking

Voorbeeld:

The sudden closure of the factory left many people jobless.
De plotselinge sluiting van de fabriek liet veel mensen werkloos achter.

cluster

/ˈklʌs.tɚ/

(noun) cluster, groep, tros;

(verb) clusteren, groeperen, samenkomen

Voorbeeld:

There was a cluster of stars visible in the night sky.
Er was een cluster sterren zichtbaar aan de nachtelijke hemel.

coalition

/koʊ.əˈlɪʃ.ən/

(noun) coalitie, verbond

Voorbeeld:

The two parties formed a coalition government.
De twee partijen vormden een coalitieregering.

coastal

/ˈkoʊ.stəl/

(adjective) kust-, kustgebied

Voorbeeld:

The town is known for its beautiful coastal scenery.
De stad staat bekend om zijn prachtige kustlandschap.

cocktail

/ˈkɑːk.teɪl/

(noun) cocktail, mengsel, mix

Voorbeeld:

She ordered a refreshing fruit cocktail.
Ze bestelde een verfrissende fruitcocktail.

cognitive

/ˈkɑːɡ.nə.t̬ɪv/

(adjective) cognitief

Voorbeeld:

The study examined the cognitive development of children.
De studie onderzocht de cognitieve ontwikkeling van kinderen.

coincide

/ˌkoʊ.ɪnˈsaɪd/

(verb) samenvallen, overeenkomen

Voorbeeld:

The start of the festival will coincide with the full moon.
Het begin van het festival zal samenvallen met de volle maan.

collaborate

/kəˈlæb.ə.reɪt/

(verb) samenwerken, collaboreren

Voorbeeld:

They decided to collaborate on a new research paper.
Ze besloten te samenwerken aan een nieuw onderzoekspaper.

collaboration

/kəˌlæb.əˈreɪ.ʃən/

(noun) samenwerking, medewerking

Voorbeeld:

The project was a successful collaboration between the two departments.
Het project was een succesvolle samenwerking tussen de twee afdelingen.

collective

/kəˈlek.tɪv/

(adjective) collectief, gezamenlijk;

(noun) collectief, gemeenschap

Voorbeeld:

It was a collective effort by the whole team.
Het was een collectieve inspanning van het hele team.

collision

/kəˈlɪʒ.ən/

(noun) botsing, aanrijding, conflict

Voorbeeld:

There was a serious collision between two cars on the highway.
Er was een ernstige botsing tussen twee auto's op de snelweg.

colonial

/kəˈloʊ.ni.əl/

(adjective) koloniaal

Voorbeeld:

The country gained independence from colonial rule.
Het land verkreeg onafhankelijkheid van de koloniale heerschappij.

columnist

/ˈkɑː.ləm.nɪst/

(noun) columnist, rubriekschrijver

Voorbeeld:

The political columnist offered a sharp critique of the new policy.
De politieke columnist leverde scherpe kritiek op het nieuwe beleid.

combat

/ˈkɑːm.bæt/

(noun) gevecht, strijd;

(verb) bestrijden, vechten tegen

Voorbeeld:

The soldiers were trained for close combat.
De soldaten werden getraind voor gevechten van dichtbij.

commence

/kəˈmens/

(verb) beginnen, aanvangen

Voorbeeld:

The ceremony will commence at 10 AM.
De ceremonie zal om 10 uur beginnen.

commentary

/ˈkɑː.mən.ter.i/

(noun) commentaar, toelichting

Voorbeeld:

The sports announcer provided live commentary during the game.
De sportverslaggever gaf live commentaar tijdens de wedstrijd.

commentator

/ˈkɑː.mən.teɪ.t̬ɚ/

(noun) commentator, analist, annotator

Voorbeeld:

The sports commentator provided a lively description of the game.
De sportcommentator gaf een levendige beschrijving van de wedstrijd.

commerce

/ˈkɑː.mɝːs/

(noun) handel, commercie

Voorbeeld:

International commerce has increased significantly.
De internationale handel is aanzienlijk toegenomen.

commissioner

/kəˈmɪʃ.ən.ɚ/

(noun) commissaris, lid van een commissie, hoofd van een afdeling

Voorbeeld:

The new commissioner was appointed to oversee the project.
De nieuwe commissaris werd aangesteld om toezicht te houden op het project.

commodity

/kəˈmɑː.də.t̬i/

(noun) grondstof, handelswaar, goed

Voorbeeld:

Oil is a valuable commodity in the global market.
Olie is een waardevolle grondstof op de wereldmarkt.

communist

/ˈkɑː.m.jə.nɪst/

(noun) communist;

(adjective) communistisch

Voorbeeld:

He was accused of being a communist during the Cold War.
Hij werd beschuldigd een communist te zijn tijdens de Koude Oorlog.

companion

/kəmˈpæn.jən/

(noun) metgezel, gezel, kompaan

Voorbeeld:

She found a loyal companion in her dog.
Ze vond een trouwe metgezel in haar hond.

comparable

/ˈkɑːm.pɚ.ə.bəl/

(adjective) vergelijkbaar, gelijkwaardig

Voorbeeld:

The two products are comparable in price and quality.
De twee producten zijn vergelijkbaar in prijs en kwaliteit.

compassion

/kəmˈpæʃ.ən/

(noun) mededogen, compassie

Voorbeeld:

She felt great compassion for the victims of the disaster.
Ze voelde veel mededogen voor de slachtoffers van de ramp.

compel

/kəmˈpel/

(verb) dwingen, noodzaken, teweegbrengen

Voorbeeld:

The law will compel employers to provide health insurance.
De wet zal werkgevers dwingen om een ziektekostenverzekering aan te bieden.

compelling

/kəmˈpel.ɪŋ/

(adjective) overtuigend, boeiend, dwingend

Voorbeeld:

The documentary presented a compelling argument for environmental protection.
De documentaire presenteerde een overtuigend argument voor milieubescherming.

compensate

/ˈkɑːm.pən.seɪt/

(verb) compenseren, vergoeden, uitbalanceren

Voorbeeld:

The company will compensate employees for their travel expenses.
Het bedrijf zal werknemers compenseren voor hun reiskosten.

compensation

/ˌkɑːm.penˈseɪ.ʃən/

(noun) compensatie, schadevergoeding, salaris

Voorbeeld:

She received a large sum as compensation for her injuries.
Ze ontving een grote som als compensatie voor haar verwondingen.

competence

/ˈkɑːm.pə.t̬əns/

(noun) competentie, bekwaamheid

Voorbeeld:

Her competence in project management is highly regarded.
Haar competentie in projectmanagement wordt hoog aangeslagen.

competent

/ˈkɑːm.pə.t̬ənt/

(adjective) bekwaam, competent, kundig

Voorbeeld:

She is a highly competent manager.
Zij is een zeer competente manager.

compile

/kəmˈpaɪl/

(verb) compileren, verzamelen, opstellen

Voorbeeld:

She spent weeks compiling the data for her research.
Ze heeft wekenlang de gegevens voor haar onderzoek verzameld.

complement

/ˈkɑːm.plə.ment/

(noun) aanvulling, complement, volledig aantal;

(verb) aanvullen, completeren

Voorbeeld:

The wine was a perfect complement to the meal.
De wijn was een perfecte aanvulling op de maaltijd.

complexity

/kəmˈplek.sə.t̬i/

(noun) complexiteit, ingewikkeldheid

Voorbeeld:

The complexity of the problem made it difficult to solve.
De complexiteit van het probleem maakte het moeilijk op te lossen.

compliance

/kəmˈplaɪ.əns/

(noun) naleving, overeenstemming, inschikkelijkheid

Voorbeeld:

The company must ensure full compliance with environmental regulations.
Het bedrijf moet volledige naleving van de milieuregels garanderen.

complication

/ˌkɑːm.pləˈkeɪ.ʃən/

(noun) complicatie, moeilijkheid, probleem

Voorbeeld:

The surgery had some unexpected complications.
De operatie had enkele onverwachte complicaties.

comply

/kəmˈplaɪ/

(verb) voldoen aan, gehoorzamen

Voorbeeld:

All citizens must comply with the law.
Alle burgers moeten voldoen aan de wet.

composition

/ˌkɑːm.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) samenstelling, opbouw, compositie

Voorbeeld:

The composition of the soil affects plant growth.
De samenstelling van de bodem beïnvloedt de plantengroei.

compromise

/ˈkɑːm.prə.maɪz/

(noun) compromis, schikking, aantasting;

(verb) compromitteren, concessies doen, aantasten

Voorbeeld:

After long negotiations, they finally reached a compromise.
Na lange onderhandelingen bereikten ze eindelijk een compromis.

compute

/kəmˈpjuːt/

(verb) berekenen, uitrekenen

Voorbeeld:

The program can compute complex equations quickly.
Het programma kan snel complexe vergelijkingen berekenen.

conceal

/kənˈsiːl/

(verb) verbergen, verhullen, verzwijgen

Voorbeeld:

She tried to conceal her true feelings from him.
Ze probeerde haar ware gevoelens voor hem te verbergen.

concede

/kənˈsiːd/

(verb) toegeven, erkennen, toestaan

Voorbeeld:

He finally had to concede that his opponent was right.
Hij moest uiteindelijk toegeven dat zijn tegenstander gelijk had.

conceive

/kənˈsiːv/

(verb) bedenken, voorstellen, begrijpen

Voorbeeld:

He conceived the idea of a new type of engine.
Hij bedacht het idee van een nieuw type motor.

conception

/kənˈsep.ʃən/

(noun) conceptie, bevruchting, idee

Voorbeeld:

The moment of conception is a miracle of nature.
Het moment van conceptie is een wonder van de natuur.

concession

/kənˈseʃ.ən/

(noun) concessie, tegemoetkoming, privilege

Voorbeeld:

The government made several concessions to the protesters.
De regering deed verschillende concessies aan de demonstranten.

condemn

/kənˈdem/

(verb) veroordelen, afkeuren, straffen

Voorbeeld:

The government issued a statement to condemn the terrorist attack.
De regering heeft een verklaring afgelegd om de terroristische aanval te veroordelen.

confer

/kənˈfɝː/

(verb) verlenen, toekennen, overleggen

Voorbeeld:

The university will confer an honorary degree upon the visiting dignitary.
De universiteit zal een eredoctoraat verlenen aan de bezoekende hoogwaardigheidsbekleder.

confession

/kənˈfeʃ.ən/

(noun) bekentenis, biecht

Voorbeeld:

The suspect made a full confession to the police.
De verdachte legde een volledige bekentenis af aan de politie.

configuration

/kənˌfɪɡ.jəˈreɪ.ʃən/

(noun) configuratie, opstelling, indeling

Voorbeeld:

The new computer has a powerful hardware configuration.
De nieuwe computer heeft een krachtige hardwareconfiguratie.

confine

/kənˈfaɪn/

(verb) beperken, opschorten, vastzetten

Voorbeeld:

The patient was confined to bed.
De patiënt was aan bed gebonden.

confirmation

/ˌkɑːn.fɚˈmeɪ.ʃən/

(noun) bevestiging, vormsel

Voorbeeld:

We are awaiting confirmation of the booking.
We wachten op bevestiging van de boeking.

confront

/kənˈfrʌnt/

(verb) confronteren, onder ogen zien, voorleggen

Voorbeeld:

She decided to confront her accuser in court.
Ze besloot haar aanklager in de rechtbank te confronteren.

confrontation

/ˌkɑːn.frənˈteɪ.ʃən/

(noun) confrontatie, botsing, blootstelling

Voorbeeld:

The police tried to avoid a direct confrontation with the protesters.
De politie probeerde een directe confrontatie met de demonstranten te vermijden.

congratulate

/kənˈɡrætʃ.ə.leɪt/

(verb) feliciteren

Voorbeeld:

I want to congratulate you on your promotion.
Ik wil je feliciteren met je promotie.

congregation

/ˌkɑːŋ.ɡrəˈɡeɪ.ʃən/

(noun) verzameling, bijeenkomst, gemeente

Voorbeeld:

A large congregation of birds gathered on the wires.
Een grote verzameling vogels verzamelde zich op de draden.

congressional

/kəŋˈɡreʃ.ən.əl/

(adjective) congressioneel, parlementair

Voorbeeld:

The committee held a congressional hearing on the new bill.
De commissie hield een congressionele hoorzitting over het nieuwe wetsvoorstel.

conquer

/ˈkɑːŋ.kɚ/

(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen

Voorbeeld:

The Roman Empire sought to conquer new territories.
Het Romeinse Rijk probeerde nieuwe gebieden te veroveren.

conscience

/ˈkɑːn.ʃəns/

(noun) geweten

Voorbeeld:

He has a guilty conscience about what he did.
Hij heeft een schuldig geweten over wat hij heeft gedaan.

consciousness

/ˈkɑːn.ʃəs.nəs/

(noun) bewustzijn, bijzijn, besef

Voorbeeld:

He lost consciousness after hitting his head.
Hij verloor het bewustzijn nadat hij zijn hoofd stootte.

consecutive

/kənˈsek.jə.t̬ɪv/

(adjective) opeenvolgend, achtereenvolgend

Voorbeeld:

This is their fifth consecutive win.
Dit is hun vijfde opeenvolgende overwinning.

consensus

/kənˈsen.səs/

(noun) consensus, overeenstemming

Voorbeeld:

There is a growing consensus among scientists that climate change is real.
Er is een groeiende consensus onder wetenschappers dat klimaatverandering reëel is.

consent

/kənˈsent/

(noun) toestemming, instemming;

(verb) instemmen, toestemmen

Voorbeeld:

The patient gave her consent for the surgery.
De patiënt gaf haar toestemming voor de operatie.

conserve

/kənˈsɝːv/

(verb) behouden, conserveren, beschermen;

(noun) jam, vruchtenjam

Voorbeeld:

We must conserve our natural resources for future generations.
We moeten onze natuurlijke hulpbronnen behouden voor toekomstige generaties.

consistency

/kənˈsɪs.tən.si/

(noun) consistentie, gelijkmatigheid, overeenstemming

Voorbeeld:

The team needs to show more consistency in their performance.
Het team moet meer consistentie tonen in hun prestaties.

consolidate

/kənˈsɑː.lə.deɪt/

(verb) consolideren, versterken, samenvoegen

Voorbeeld:

The company decided to consolidate its operations into one main office.
Het bedrijf besloot zijn activiteiten te consolideren in één hoofdkantoor.

constituency

/kənˈstɪtʃ.u.ən.si/

(noun) kiesdistrict, kieskring, klantenkring

Voorbeeld:

The candidate visited every town in his constituency.
De kandidaat bezocht elke stad in zijn kiesdistrict.

constitute

/ˈkɑːn.stə.tuːt/

(verb) vormen, uitmaken, oprichten

Voorbeeld:

Women constitute 70 percent of the student population.
Vrouwen vormen 70 procent van de studentenpopulatie.

constitution

/ˌkɑːn.stəˈtuː.ʃən/

(noun) grondwet, constitutie, samenstelling

Voorbeeld:

The country adopted a new constitution after the revolution.
Het land nam een nieuwe grondwet aan na de revolutie.

constitutional

/ˌkɑːn.stəˈtuː.ʃən.əl/

(adjective) grondwettelijk, constitutioneel, inherent

Voorbeeld:

The new law is subject to constitutional review.
De nieuwe wet is onderworpen aan grondwettelijke toetsing.

constraint

/kənˈstreɪnt/

(noun) beperking, dwang, terughoudendheid

Voorbeeld:

Budgetary constraints forced them to scale back the project.
Budgettaire beperkingen dwongen hen om het project terug te schroeven.

consultation

/ˌkɑːn.sʌlˈteɪ.ʃən/

(noun) consultatie, overleg, consult

Voorbeeld:

The doctor held a consultation with the patient's family.
De dokter hield een consultatie met de familie van de patiënt.

contemplate

/ˈkɑːn.t̬əm.pleɪt/

(verb) overwegen, beschouwen, nadenken over

Voorbeeld:

He sat for a long time contemplating the painting.
Hij zat lange tijd het schilderij te overwegen.

contempt

/kənˈtempt/

(noun) minachting, verachting, minachting van het hof

Voorbeeld:

She felt nothing but contempt for his actions.
Ze voelde niets dan minachting voor zijn daden.

contend

/kənˈtend/

(verb) worstelen, strijden, beweren

Voorbeeld:

She had to contend with a serious illness.
Ze moest worstelen met een ernstige ziekte.

contender

/kənˈten.dɚ/

(noun) kanshebber, uitdager, mededinger

Voorbeeld:

She is a strong contender for the championship title.
Zij is een sterke kanshebber voor de kampioenstitel.

content

/kənˈtent/

(noun) inhoud, gehalte;

(adjective) tevreden, voldaan;

(verb) tevredenstellen, voldoen

Voorbeeld:

The table of contents lists all the chapters.
De inhoudsopgave vermeldt alle hoofdstukken.

contention

/kənˈten.tʃən/

(noun) onenigheid, geschil, twist

Voorbeeld:

The main point of contention was the budget allocation.
Het belangrijkste punt van onenigheid was de begrotingstoewijzing.

continually

/kənˈtɪn.ju.ə.li/

(adverb) voortdurend, herhaaldelijk, onophoudelijk

Voorbeeld:

He is continually interrupting me.
Hij onderbreekt me voortdurend.

contractor

/ˈkɑːn.træk.tɚ/

(noun) aannemer, contractant

Voorbeeld:

We hired a contractor to renovate our kitchen.
We hebben een aannemer ingehuurd om onze keuken te renoveren.

contradiction

/ˌkɑːn.trəˈdɪk.ʃən/

(noun) tegenspraak, contradictie, weerlegging

Voorbeeld:

His actions were in direct contradiction to his stated beliefs.
Zijn daden waren in directe tegenspraak met zijn verklaarde overtuigingen.

contrary

/ˈkɑːn.tre.ri/

(adjective) tegenovergesteld, strijdig;

(noun) integendeel, het tegenovergestelde

Voorbeeld:

His actions were contrary to his promises.
Zijn daden waren in strijd met zijn beloften.

contributor

/kənˈtrɪb.jə.t̬ɚ/

(noun) bijdrager, donateur, medewerker

Voorbeeld:

She is a regular contributor to the charity.
Zij is een vaste bijdrager aan het goede doel.

conversion

/kənˈvɝː.ʒən/

(noun) omzetting, conversie, bekering

Voorbeeld:

The conversion of sunlight into electricity is done by solar panels.
De omzetting van zonlicht in elektriciteit gebeurt door zonnepanelen.

convict

/kənˈvɪkt/

(verb) veroordelen;

(noun) gevangene, veroordeelde

Voorbeeld:

The jury decided to convict him of the crime.
De jury besloot hem te veroordelen voor de misdaad.

conviction

/kənˈvɪk.ʃən/

(noun) veroordeling, overtuiging, geloof

Voorbeeld:

The jury returned a conviction after only two hours of deliberation.
De jury kwam na slechts twee uur beraadslaging tot een veroordeling.

cooperate

/koʊˈɑː.pə.reɪt/

(verb) samenwerken, coopereren, meewerken

Voorbeeld:

The two companies decided to cooperate on the new project.
De twee bedrijven besloten te samenwerken aan het nieuwe project.

cooperative

/koʊˈɑː.pɚ.ə.t̬ɪv/

(adjective) coöperatief, samenwerkend, meewerkend;

(noun) coöperatie

Voorbeeld:

The project was a success due to the cooperative efforts of the team.
Het project was een succes dankzij de coöperatieve inspanningen van het team.

coordinate

/koʊˈɔːr.dən.eɪt/

(verb) coördineren, afstemmen, matchen;

(noun) coördinaat, coördinaten;

(adjective) gelijkwaardig, coördinerend

Voorbeeld:

We need to coordinate our efforts to finish the project on time.
We moeten onze inspanningen coördineren om het project op tijd af te krijgen.

coordination

/koʊˌɔːr.dənˈeɪ.ʃən/

(noun) coördinatie, afstemming, motoriek

Voorbeeld:

The project requires careful coordination between all departments.
Het project vereist zorgvuldige coördinatie tussen alle afdelingen.

coordinator

/koʊˈɔːr.dən.eɪ.t̬ɚ/

(noun) coördinator, regelaar

Voorbeeld:

She works as a project coordinator for a non-profit organization.
Zij werkt als projectcoördinator voor een non-profitorganisatie.

cop

/kɑːp/

(noun) agent, politieagent;

(verb) pakken, arresteren, verkrijgen

Voorbeeld:

The cop directed traffic at the busy intersection.
De agent regelde het verkeer op het drukke kruispunt.

copper

/ˈkɑː.pɚ/

(noun) koper, koperkleur, agent;

(verb) verkoperen, met koper bedekken;

(adjective) koperen

Voorbeeld:

Electrical wires are often made of copper.
Elektrische draden zijn vaak gemaakt van koper.

copyright

/ˈkɑː.pi.raɪt/

(noun) auteursrecht, copyright;

(verb) auteursrechtelijk beschermen, copyrighten

Voorbeeld:

The author holds the copyright to her novel.
De auteur bezit het auteursrecht op haar roman.

correction

/kəˈrek.ʃən/

(noun) correctie, verbetering

Voorbeeld:

Please make the necessary corrections to the report.
Gelieve de nodige correcties aan te brengen in het rapport.

correlate

/ˈkɔːr.ə.leɪt/

(verb) correleren, verband houden met;

(noun) correlatie, verband

Voorbeeld:

Stress levels often correlate with workload.
Stressniveaus correleren vaak met de werkdruk.

correlation

/ˌkɔːr.əˈleɪ.ʃən/

(noun) correlatie, verband

Voorbeeld:

There is a strong correlation between smoking and lung cancer.
Er is een sterke correlatie tussen roken en longkanker.

correspond

/ˌkɔːr.əˈspɑːnd/

(verb) overeenkomen, corresponderen, briefwisseling hebben

Voorbeeld:

The results of the experiment correspond with our predictions.
De resultaten van het experiment komen overeen met onze voorspellingen.

correspondence

/ˌkɔːr.əˈspɑːn.dəns/

(noun) correspondentie, briefwisseling, overeenkomst

Voorbeeld:

She handles all the company's correspondence.
Zij behandelt alle correspondentie van het bedrijf.

correspondent

/ˌkɔːr.əˈspɑːn.dənt/

(noun) correspondent, verslaggever, briefschrijver;

(adjective) overeenkomstig, corresponderend

Voorbeeld:

She works as a foreign correspondent for a major news agency.
Ze werkt als buitenlandse correspondent voor een groot persbureau.

corresponding

/ˌkɔːr.əˈspɑːn.dɪŋ/

(adjective) overeenkomstig, corresponderend

Voorbeeld:

The numbers on the left column corresponding to the names on the right.
De nummers in de linkerkolom komen overeen met de namen aan de rechterkant.

corrupt

/kəˈrʌpt/

(adjective) corrupt, omkoopbaar, bedorven;

(verb) corrumperen, bederven, beschadigen

Voorbeeld:

The politician was accused of being corrupt.
De politicus werd beschuldigd van corruptie.

corruption

/kəˈrʌp.ʃən/

(noun) corruptie, omkoping, bederf

Voorbeeld:

The government launched an investigation into widespread corruption.
De regering startte een onderzoek naar wijdverbreide corruptie.

costly

/ˈkɑːst.li/

(adjective) duur, kostbaar, nadelig

Voorbeeld:

The new car was very costly.
De nieuwe auto was erg duur.

councillor

/ˈkaʊn.səl.ɚ/

(noun) raadslid, gemeenteraadslid

Voorbeeld:

The city councillor proposed a new park.
De stadsraadslid stelde een nieuw park voor.

counselling

/ˈkaʊn.səl.ɪŋ/

(noun) counseling, begeleiding, advies

Voorbeeld:

She sought professional counselling to cope with her grief.
Ze zocht professionele counseling om met haar verdriet om te gaan.

counsellor

/ˈkaʊn.səl.ɚ/

(noun) counselor, raadgever

Voorbeeld:

She decided to see a counsellor to help her cope with stress.
Ze besloot een counselor te bezoeken om haar te helpen omgaan met stress.

counter

/ˈkaʊn.t̬ɚ/

(noun) toonbank, balie, teller;

(verb) tegenwerken, weerleggen;

(adjective) tegen, strijdig met;

(adverb) tegen, in strijd met

Voorbeeld:

The cashier stood behind the counter.
De kassier stond achter de toonbank.

counterpart

/ˈkaʊn.t̬ɚ.pɑːrt/

(noun) tegenhanger, equivalent

Voorbeeld:

The foreign minister met with his Chinese counterpart to discuss trade relations.
De minister van Buitenlandse Zaken ontmoette zijn Chinese tegenhanger om handelsbetrekkingen te bespreken.

countless

/ˈkaʊnt.ləs/

(adjective) talloos, ontelbaar

Voorbeeld:

There are countless stars in the night sky.
Er zijn talloze sterren aan de nachtelijke hemel.

coup

/kuː/

(noun) staatsgreep, coup, prestatie

Voorbeeld:

The military staged a coup, overthrowing the elected government.
Het leger pleegde een staatsgreep en wierp de gekozen regering omver.

courtesy

/ˈkɝː.t̬ə.si/

(noun) hoffelijkheid, beleefdheid, service

Voorbeeld:

He treated everyone with great courtesy.
Hij behandelde iedereen met grote hoffelijkheid.

craft

/kræft/

(noun) ambacht, handwerk, vaartuig;

(verb) maken, vervaardigen

Voorbeeld:

She enjoys various forms of craft, such as knitting and pottery.
Ze geniet van verschillende vormen van handwerk, zoals breien en pottenbakken.

crawl

/krɑːl/

(verb) kruipen, langzaam voortbewegen;

(noun) kruipsnelheid, langzame voortgang

Voorbeeld:

The baby learned to crawl before walking.
De baby leerde kruipen voordat hij ging lopen.

creator

/kriˈeɪ.t̬ɚ/

(noun) schepper, maker, bedenker

Voorbeeld:

He is the creator of this innovative software.
Hij is de schepper van deze innovatieve software.

credibility

/ˌkred.əˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) geloofwaardigheid

Voorbeeld:

The scandal severely damaged his political credibility.
Het schandaal beschadigde zijn politieke geloofwaardigheid ernstig.

credible

/ˈkred.ə.bəl/

(adjective) geloofwaardig, aannemelijk, betrouwbaar

Voorbeeld:

The witness provided a credible account of the accident.
De getuige gaf een geloofwaardig verslag van het ongeluk.

creep

/kriːp/

(verb) kruipen, sluipen, ranken;

(noun) enge vent, gluiperd

Voorbeeld:

The cat crept silently towards the bird.
De kat kroop stilletjes naar de vogel toe.

critique

/krɪˈtiːk/

(noun) kritiek, beoordeling;

(verb) bekritiseren, beoordelen

Voorbeeld:

The professor provided a thorough critique of the student's essay.
De professor gaf een grondige kritiek op het essay van de student.

crown

/kraʊn/

(noun) kroon, Kroon, monarchie;

(verb) kronen, bekronen, toppen

Voorbeeld:

The queen wore a magnificent crown during the ceremony.
De koningin droeg een prachtige kroon tijdens de ceremonie.

crude

/kruːd/

(adjective) ruw, onbewerkt, grof

Voorbeeld:

Crude oil is transported by pipelines.
Ruwe olie wordt via pijpleidingen vervoerd.

crush

/krʌʃ/

(verb) verpletteren, verbrijzelen, onderdrukken;

(noun) crush, verliefdheid, menigte

Voorbeeld:

He accidentally crushed the delicate flower.
Hij verpletterde per ongeluk de delicate bloem.

crystal

/ˈkrɪs.təl/

(noun) kristal, kristalglas;

(adjective) kristalhelder, doorzichtig

Voorbeeld:

The chandelier was adorned with sparkling crystals.
De kroonluchter was versierd met sprankelende kristallen.

cult

/kʌlt/

(noun) cultus, sekte, religieuze groep;

(adjective) sekte-, cultus-

Voorbeeld:

The ancient civilization had a sun cult.
De oude beschaving had een zonnecultus.

cultivate

/ˈkʌl.tə.veɪt/

(verb) verbouwen, bewerken, ontwikkelen

Voorbeeld:

Farmers cultivate the land to grow corn and wheat.
Boeren bewerken het land om maïs en tarwe te verbouwen.

curiosity

/ˌkjʊr.iˈɑː.sə.t̬i/

(noun) nieuwsgierigheid, curiositeit, rariteit

Voorbeeld:

His curiosity led him to explore the old abandoned house.
Zijn nieuwsgierigheid bracht hem ertoe het oude verlaten huis te verkennen.

custody

/ˈkʌs.tə.di/

(noun) voogdij, ouderschapsgezag, hechtenis

Voorbeeld:

The court granted the mother full custody of the children.
De rechtbank verleende de moeder de volledige voogdij over de kinderen.

cutting

/ˈkʌt̬.ɪŋ/

(noun) snijden, knippen, stekje;

(adjective) scherp, bijtend

Voorbeeld:

The cutting of the ribbon marked the opening of the new building.
Het knippen van het lint markeerde de opening van het nieuwe gebouw.

cynical

/ˈsɪn.ɪ.kəl/

(adjective) cynisch

Voorbeeld:

He has a very cynical view of politics.
Hij heeft een zeer cynische kijk op politiek.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland