Vocabulaireverzameling Werkwoorden Gerelateerd aan Cinema en Theater in Bioscoop en Theater: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Werkwoorden Gerelateerd aan Cinema en Theater' in 'Bioscoop en Theater' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(verb) handelen, doen, acteren;
(noun) daad, handeling, wet
Voorbeeld:
(verb) ad libben, improviseren;
(noun) ad lib, improvisatie;
(adverb) ad lib, geïmproviseerd
Voorbeeld:
(noun) co-ster, medespeler;
(verb) co-sterren, samen de hoofdrol spelen
Voorbeeld:
(verb) overacteren, overdreven acteren
Voorbeeld:
(verb) spelen, uitvoeren, afspelen;
(noun) toneelstuk, spel, recreatie
Voorbeeld:
(verb) portretteren, afbeelden, weergeven
Voorbeeld:
(noun) ster, beroemdheid, sterfiguur;
(verb) de hoofdrol spelen, schitteren;
(adjective) uitstekend, uitmuntend
Voorbeeld:
(noun) understudy, dubbelrol;
(verb) understudyen, instuderen als understudy
Voorbeeld:
(verb) gaan af, verlaten het toneel
Voorbeeld:
(adjective) snel, prompt, onmiddellijk;
(noun) aanzet, aanwijzing, prompt;
(verb) aanzetten, aanmoedigen, uitlokken
Voorbeeld:
(noun) rabarber
Voorbeeld:
(noun) auditie, proefspel;
(verb) auditie doen, proefspelen
Voorbeeld:
(verb) werpen, gooien, uitbrengen;
(noun) cast, rolbezetting, gietstuk
Voorbeeld:
(verb) verkeerd casten, misplaatsen;
(adjective) verkeerd gecast, misplaatst
Voorbeeld:
(verb) hercasten, opnieuw casten, herschrijven
Voorbeeld:
(verb) repeteren, oefenen, mentaal oefenen
Voorbeeld:
(verb) typecasten, vastleggen
Voorbeeld:
(adjective) direct, rechtstreeks, onmiddellijk;
(verb) leiden, besturen, dirigeren;
(adverb) direct, rechtstreeks
Voorbeeld:
(verb) noemen, betitelen, nasynchroniseren;
(noun) dub (muziekgenre)
Voorbeeld:
(verb) bewerken, redigeren, monteren;
(noun) bewerking, correctie
Voorbeeld:
(noun) film, laagje;
(verb) filmen, opnemen
Voorbeeld:
(verb) bevriezen, invriezen, stilstaan;
(noun) vorst, vriespunt, stop
Voorbeeld:
(verb) afwisselen, intercutten
Voorbeeld:
(verb) produceren, vervaardigen, opleveren;
(noun) producten, landbouwproducten
Voorbeeld:
(verb) zetten, leggen, plaatsen;
(noun) set, reeks, stand;
(adjective) vastgesteld, vast
Voorbeeld:
(verb) regisseren, orkestreren, in scène zetten
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld:
(noun) scherm, paravent, hor;
(verb) vertonen, uitzenden, screenen
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, aanpassen aan, zich aanpassen
Voorbeeld:
(verb) animeren, bezielen, leven inblazen;
(adjective) bezield, levend
Voorbeeld:
(verb) verschijnen, opduiken, lijken
Voorbeeld:
(verb) kleuren, koloreren
Voorbeeld:
(noun) aanwijzing, signaal, keu;
(verb) een teken geven, aanwijzen
Voorbeeld:
(verb) snijden, knippen, hakken;
(noun) snede, knippen, coupe;
(adjective) gesneden, geknipt
Voorbeeld:
(verb) dramatiseren, toneelmatig maken, overdrijven
Voorbeeld:
(verb) uitvaardigen, invoeren, uitbeelden
Voorbeeld:
(verb) uitvoeren, verrichten, optreden
Voorbeeld:
(phrasal verb) aantrekken, opzetten, aanzetten
Voorbeeld:
(verb) schieten, neerschieten, snellen;
(noun) schot, scheut, spruit;
(exclamation) verdorie, zeg op
Voorbeeld:
(noun) podium, toneel, fase;
(verb) opvoeren, organiseren
Voorbeeld:
(phrasal verb) inzoomen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitzoomen
Voorbeeld:
(noun) flop, mislukking;
(verb) neerploffen, flappen, hangen
Voorbeeld:
(noun) stekker, stop, prop;
(verb) inpluggen, aansluiten, stoppen
Voorbeeld:
(noun) preview, voorbeeld;
(verb) voorbeelden, voorvertonen
Voorbeeld:
(noun) mime, pantomime, pantomimespeler;
(verb) mimen, pantomimen
Voorbeeld: