Vocabulaireverzameling Brood bakken in Bereiding van voedsel en drank: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Brood bakken' in 'Bereiding van voedsel en drank' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bakken, gebak;
(verb) bakken;
(adjective) bloedheet, verzengend
Voorbeeld:
(verb) beluchten, ventileren, begassen
Voorbeeld:
(noun) beluchting, ventilatie
Voorbeeld:
(noun) bakkersdozijn, dertien
Voorbeeld:
(noun) bakpoeder
Voorbeeld:
(noun) bicarbonaat, zuiveringszout
Voorbeeld:
(noun) bloem, bloei, hoogtijdagen;
(verb) bloeien, in bloei staan, floreren
Voorbeeld:
(verb) karameliseren
Voorbeeld:
(noun) poedersuiker, glazuursuiker
Voorbeeld:
(noun) wijnsteenpoeder
Voorbeeld:
(noun) stof;
(verb) afstoffen, bestrooien, besprenkelen
Voorbeeld:
(verb) baggeren, uitbaggeren, opbaggeren;
(noun) baggermachine, dredge, bestrooiing
Voorbeeld:
(noun) glazuur, glanslaag, glans;
(verb) glaceren, glazuren, glazig worden
Voorbeeld:
(noun) vet, smeer;
(verb) smeren, invett
Voorbeeld:
(verb) kneden, masseren
Voorbeeld:
(verb) bewijzen, aantonen, blijken
Voorbeeld:
(phrasal verb) inwrijven, insmeren, erop wijzen
Voorbeeld:
(verb) verbranden, schroeien, verhitten;
(noun) brandwond, verbranding
Voorbeeld:
(verb) zeven, doorzoeken, uitzoeken
Voorbeeld:
(verb) lessen, stillen, blussen
Voorbeeld:
(noun) slurry, brij
Voorbeeld:
(adjective) steil, abrupt, hoog;
(verb) weken, trekken
Voorbeeld:
(noun) garde;
(verb) kloppen, garde, snel verplaatsen
Voorbeeld:
(noun) korst, laag;
(verb) korsten, een korst vormen
Voorbeeld:
(adjective) krokant, korstig, nors
Voorbeeld:
(noun) deeg, geld, poen
Voorbeeld:
(noun) gist, zuurdesem, ferment;
(verb) laten rijzen, fermenteren, verlichten
Voorbeeld:
(noun) maanzaad
Voorbeeld:
(verb) rijzen, stijgen, opgaan;
(noun) stijging, opkomst, verhoging
Voorbeeld:
(adjective) ongerezen
Voorbeeld:
(noun) gist
Voorbeeld:
(noun) graanschuur, voedselgebied, broodmand
Voorbeeld:
(noun) broodtrommel, brooddoos
Voorbeeld: