Vocabulaireverzameling Eten in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eten' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) eten, nuttigen, een maaltijd nuttigen
Voorbeeld:
(verb) slikken, doorslikken, accepteren;
(noun) zwaluw, slik, doorslikken
Voorbeeld:
(verb) hebben, bezitten, ervaren;
(auxiliary verb) hulpwerkwoord
Voorbeeld:
(verb) consumeren, eten, drinken
Voorbeeld:
(noun) smaak, voorkeur;
(verb) proeven, smaken
Voorbeeld:
(verb) aanraken, raken, aangrijpen;
(noun) aanraking, gevoel, vleugje
Voorbeeld:
(verb) proberen, uitproberen, testen;
(noun) poging, proef
Voorbeeld:
(verb) nemen, pakken, brengen;
(noun) opname, shot, greep
Voorbeeld:
(verb) ingest, innemen, opnemen
Voorbeeld:
(noun) verbruik, consumptie, inname
Voorbeeld:
(verb) dineren, eten
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit eten gaan, buitenshuis eten
Voorbeeld:
(phrasal verb) thuis eten
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit eten gaan, buitenshuis eten
Voorbeeld:
(phrasal verb) vullen, volmaken, vol zitten
Voorbeeld:
(noun) einde, afloop, afwerking;
(verb) afmaken, voltooien, eindigen
Voorbeeld:
(phrasal verb) neerslachtig maken, deprimeren, opschrijven
Voorbeeld:
(verb) genieten van, zich overgeven aan, verwennen
Voorbeeld:
(noun) eten, snack;
(verb) eten, snacken
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd;
(verb) lunchen
Voorbeeld:
(noun) ontbijt;
(verb) ontbijten
Voorbeeld:
(verb) gebruiken, eten, drinken
Voorbeeld:
(phrasal verb) opeten, afmaken, uitschakelen
Voorbeeld:
(exclamation) wat is er, hoi;
(verb) avondeten, souperen, nippen;
(noun) slok, teug
Voorbeeld:
(verb) bijten, hap, aantasten;
(noun) beet, hap, hapje
Voorbeeld:
(noun) bout, grendel, schuif;
(verb) wegrennen, ervandoor gaan, schrokken
Voorbeeld:
(exclamation) eet smakelijk
Voorbeeld:
(noun) kampioen, winnaar;
(verb) kauwen, knorren
Voorbeeld:
(verb) kauwen, happen;
(noun) hap, kauw
Voorbeeld:
(verb) kauwen, knagen;
(noun) kauw, hap
Voorbeeld:
(noun) gekraak, knarsen, crisis;
(verb) kraken, knarsen, verwerken
Voorbeeld:
(verb) slopen, afbreken, vernietigen
Voorbeeld:
(verb) verslinden, opslokken, verteren
Voorbeeld:
(noun) dieet, voeding, kuur;
(verb) diëten, op dieet zijn
Voorbeeld:
(phrasal verb) erop los eten, beginnen te eten, hard werken
Voorbeeld:
(preposition) naar beneden, af, langs;
(adverb) naar beneden, onder, gedaald;
(adjective) naar beneden, omlaag, neerslachtig;
(noun) dons, fijne veren;
(verb) neerslaan, omverwerpen
Voorbeeld:
(phrasal verb) opeten, alles opmaken, opsouperen
Voorbeeld:
(verb) schrokken, opschrokken, kalkoenen;
(noun) kalkoengeluid
Voorbeeld:
(verb) slikken, opschrokken, een slikbeweging maken;
(noun) slok, hap
Voorbeeld:
(verb) slobberen, gulzig drinken, verbruiken
Voorbeeld:
(verb) likken, verslaan, afmaken;
(noun) lik, snars, beetje
Voorbeeld:
(verb) knabbelen, kauwen;
(noun) hap, knabbel
Voorbeeld:
(verb) knabbelen, snoepen, happen naar;
(noun) hapje, knabbel
Voorbeeld:
(phrasal verb) pikken aan, scharrelen aan
Voorbeeld:
(phrasal verb) pikken aan, langzaam eten, afkraken
Voorbeeld:
(verb) genieten van, proeven;
(noun) smaak, aroma
Voorbeeld:
(noun) sjaal;
(verb) schrokken, opschrokken
Voorbeeld:
(noun) snack, tussendoortje;
(verb) snacken, tussendoor eten
Voorbeeld:
(noun) lepel;
(verb) scheppen, lepelen, lepeltje-lepeltje liggen
Voorbeeld:
(noun) wolf, versierder;
(verb) schrokken, verslinden
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, banket, feestdag;
(verb) feesten, banketteren, traktatie geven
Voorbeeld:
(noun) bui, periode van overmatig gebruik;
(verb) binge-eten, overmatig consumeren
Voorbeeld:
(verb) overeten, te veel eten
Voorbeeld:
(noun) kloof, ravijn;
(verb) volproppen, schrokken
Voorbeeld:
(phrasal verb) opbergen, opruimen, wegwerken
Voorbeeld:
(noun) varken, viespeuk, vreetzak;
(verb) zich volproppen, vreten
Voorbeeld:
(verb) slurpen;
(noun) slurp
Voorbeeld: