Avatar of Vocabulary Set Haarverzorging

Vocabulaireverzameling Haarverzorging in Persoonlijke verzorging: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Haarverzorging' in 'Persoonlijke verzorging' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

blow-dry

/ˈbloʊ.draɪ/

(verb) föhnen;

(noun) föhnbeurt

Voorbeeld:

She decided to blow-dry her hair straight for the party.
Ze besloot haar haar steil te föhnen voor het feest.

brush

/brʌʃ/

(noun) borstel, aanraking, schamp;

(verb) borstelen, vegen, aanraken

Voorbeeld:

She used a soft brush to apply the paint.
Ze gebruikte een zachte borstel om de verf aan te brengen.

condition

/kənˈdɪʃ.ən/

(noun) staat, conditie, voorwaarde;

(verb) conditioneren, trainen

Voorbeeld:

The car is in excellent condition.
De auto is in uitstekende staat.

crimp

/krɪmp/

(verb) golven, plooien, belemmeren;

(noun) vouw, golf, beperking

Voorbeeld:

She crimped the edges of the pie crust.
Ze golfde de randen van de taartkorst.

crop

/krɑːp/

(noun) gewas, oogst, kort kapsel;

(verb) snoeien, verbouwen, knippen

Voorbeeld:

Wheat is a major crop in this region.
Tarwe is een belangrijk gewas in deze regio.

curl

/kɝːl/

(verb) krullen, opkrullen;

(noun) krul

Voorbeeld:

Her hair tends to curl in humid weather.
Haar haar heeft de neiging te krullen bij vochtig weer.

delouse

/diːˈlaʊz/

(verb) ontluizen

Voorbeeld:

The vet had to delouse the stray dog before it could be adopted.
De dierenarts moest de zwerfhond ontluizen voordat hij geadopteerd kon worden.

dye

/daɪ/

(noun) verf, kleurstof;

(verb) verven, kleuren

Voorbeeld:

She used a dark brown dye to color her hair.
Ze gebruikte een donkerbruine verf om haar haar te kleuren.

fix

/fɪks/

(verb) repareren, herstellen, bevestigen;

(noun) oplossing, reparatie, dosis

Voorbeeld:

Can you fix my broken chair?
Kun je mijn kapotte stoel repareren?

haircut

/ˈher.kʌt/

(noun) kapsel, haarsnit, knipbeurt

Voorbeeld:

I need a new haircut for the summer.
Ik heb een nieuw kapsel nodig voor de zomer.

styling

/staɪl/

(noun) styling, vormgeving;

(verb) stylen, vormgeven

Voorbeeld:

The car's sleek styling attracted many buyers.
De strakke styling van de auto trok veel kopers aan.

primp

/prɪmp/

(verb) opmaken, zich mooi maken, zich optutten

Voorbeeld:

She spent an hour primping in front of the mirror before the party.
Ze bracht een uur door met opmaken voor de spiegel voor het feest.

set

/set/

(verb) zetten, leggen, plaatsen;

(noun) set, reeks, stand;

(adjective) vastgesteld, vast

Voorbeeld:

She set the book on the table.
Ze zette het boek op tafel.

trim

/trɪm/

(verb) knippen, snoeien, trimmen;

(noun) bies, sierrand, versiering;

(adjective) netjes, verzorgd, strak

Voorbeeld:

She decided to trim her hair short.
Ze besloot haar haar kort te knippen.

grooming

/ˈɡruː.mɪŋ/

(noun) verzorging, toilettage, voorbereiding

Voorbeeld:

Daily grooming is essential for a healthy coat in dogs.
Dagelijkse verzorging is essentieel voor een gezonde vacht bij honden.

hairdo

/ˈher.duː/

(noun) kapsel, haardracht

Voorbeeld:

She got a new hairdo for the party.
Ze kreeg een nieuw kapsel voor het feest.

backcomb

/ˈbæk.koʊm/

(verb) touperen

Voorbeeld:

She decided to backcomb her hair for extra volume.
Ze besloot haar haar te touperen voor extra volume.

untangle

/ʌnˈtæŋ.ɡəl/

(verb) ontwarren, ontknopen, oplossen

Voorbeeld:

She carefully tried to untangle the knot in her necklace.
Ze probeerde voorzichtig de knoop in haar ketting te ontwarren.

coiffure

/kwɑːˈfjʊr/

(noun) kapsel, haardracht;

(verb) kapselen, friseren

Voorbeeld:

Her elegant coiffure perfectly complemented her evening gown.
Haar elegante kapsel paste perfect bij haar avondjurk.

cut

/kʌt/

(verb) snijden, knippen, hakken;

(noun) snede, knippen, coupe;

(adjective) gesneden, geknipt

Voorbeeld:

She accidentally cut her finger while chopping vegetables.
Ze sneed per ongeluk haar vinger tijdens het snijden van groenten.

braid

/breɪd/

(noun) vlecht;

(verb) vlechten

Voorbeeld:

She wore her hair in a long braid.
Ze droeg haar haar in een lange vlecht.

comb

/koʊm/

(noun) kam;

(verb) kammen, doorzoeken, uitkammen

Voorbeeld:

She ran a comb through her tangled hair.
Ze haalde een kam door haar verwarde haar.

gel

/dʒel/

(noun) gel;

(verb) geleren, stollen, uitpakken

Voorbeeld:

She applied a small amount of hair gel to style her bangs.
Ze bracht een kleine hoeveelheid haargel aan om haar pony te stylen.

highlight

/ˈhaɪ.laɪt/

(verb) benadrukken, markeren, accentueren;

(noun) hoogtepunt, topmoment

Voorbeeld:

The report highlights the need for better education.
Het rapport benadrukt de noodzaak van beter onderwijs.

layer

/ˈleɪ.ɚ/

(noun) laag;

(verb) in lagen leggen, stapelen

Voorbeeld:

The cake has three layers of chocolate.
De taart heeft drie lagen chocolade.

part

/pɑːrt/

(noun) deel, stuk, rol;

(verb) scheiden, uiteengaan;

(adverb) deels, gedeeltelijk

Voorbeeld:

I only read the first part of the book.
Ik heb alleen het eerste deel van het boek gelezen.

perm

/pɝːm/

(noun) permanent;

(verb) permanenten

Voorbeeld:

She decided to get a perm for her straight hair.
Ze besloot een permanent te nemen voor haar steile haar.

plait

/pleɪt/

(noun) vlecht;

(verb) vlechten

Voorbeeld:

She wore her long hair in a neat plait.
Ze droeg haar lange haar in een nette vlecht.

shampoo

/ʃæmˈpuː/

(noun) shampoo;

(verb) wassen met shampoo, shampooën

Voorbeeld:

I need to buy a new bottle of shampoo.
Ik moet een nieuwe fles shampoo kopen.

sleek down

/sliːk daʊn/

(phrasal verb) gladstrijken, plat maken

Voorbeeld:

She used gel to sleek down her flyaway hairs.
Ze gebruikte gel om haar pluizige haren glad te strijken.

slick

/slɪk/

(adjective) glad, glimmend, gelikt;

(noun) olievlek, gladde plek;

(verb) glad maken, glimmend maken

Voorbeeld:

The road was slick with ice.
De weg was glad van het ijs.

streak

/striːk/

(noun) streep, spoor, reeks;

(verb) schieten, razen, strepen

Voorbeeld:

The car left a long black streak on the road.
De auto liet een lange zwarte streep achter op de weg.

tease

/tiːz/

(verb) plagen, tergen, touperen;

(noun) plaaggeest, terger

Voorbeeld:

The children love to tease their dog by hiding its toys.
De kinderen vinden het leuk om hun hond te plagen door zijn speelgoed te verstoppen.

tint

/tɪnt/

(noun) tint, kleurschakering, haarkleuring;

(verb) tinten, kleuren

Voorbeeld:

The sky had a beautiful orange tint at sunset.
De lucht had een prachtige oranje tint bij zonsondergang.

tousle

/ˈtaʊ.zəl/

(verb) woelen, verward maken

Voorbeeld:

He gently tousled her hair.
Hij woelde zachtjes door haar haar.

relax

/rɪˈlæks/

(verb) ontspannen, tot rust komen, versoepelen

Voorbeeld:

After a long day, I like to relax with a good book.
Na een lange dag, vind ik het fijn om te ontspannen met een goed boek.

mousse

/muːs/

(noun) mousse, haarmousse, scheermousse;

(verb) mousseren

Voorbeeld:

She ordered a rich chocolate mousse for dessert.
Ze bestelde een rijke chocolade mousse als dessert.

sweep

/swiːp/

(verb) vegen, buigen, bestrijken;

(noun) veeg, veegbeurt, bocht

Voorbeeld:

She used a broom to sweep the kitchen floor.
Ze gebruikte een bezem om de keukenvloer te vegen.

scrunch

/skrʌntʃ/

(verb) verfrommelen, kreukelen, knarsen;

(noun) gekraak, geknars

Voorbeeld:

She scrunched up the letter and threw it in the bin.
Ze verfrommelde de brief en gooide hem in de prullenbak.

henna

/ˈhen.ə/

(noun) henna;

(verb) henna aanbrengen, verven met henna

Voorbeeld:

She decided to dye her hair with natural henna.
Ze besloot haar haar te verven met natuurlijke henna.

pomade

/pɑːˈmeɪd/

(noun) pomade;

(verb) pomaderen, haar invetten

Voorbeeld:

He applied a generous amount of pomade to his hair for a slicked-back look.
Hij bracht een royale hoeveelheid pomade aan op zijn haar voor een strakke, naar achteren gekamde look.

groom

/ɡruːm/

(noun) bruidegom, paardenverzorger, staljongen;

(verb) verzorgen, poetsen, voorbereiden

Voorbeeld:

The groom nervously waited at the altar for his bride.
De bruidegom wachtte nerveus bij het altaar op zijn bruid.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland