Avatar of Vocabulary Set Voedselconservering

Vocabulaireverzameling Voedselconservering in Bereiding van voedsel en drank: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Voedselconservering' in 'Bereiding van voedsel en drank' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bottle

/ˈbɑː.t̬əl/

(noun) fles;

(verb) in flessen doen, bottelen, opgeven

Voorbeeld:

Please pass me the water bottle.
Geef me alsjeblieft de waterfles.

can

/kæn/

(modal verb) kunnen, mogelijk zijn, mogen;

(noun) blik, blikje;

(verb) inblikken, conserveren

Voorbeeld:

I can swim.
Ik kan zwemmen.

cure

/kjʊr/

(noun) geneesmiddel, kuur;

(verb) genezen, helen, conserveren

Voorbeeld:

Scientists are still searching for a cure for cancer.
Wetenschappers zoeken nog steeds naar een geneesmiddel tegen kanker.

dehydrate

/ˌdiː.haɪˈdreɪt/

(verb) uitdrogen, drogen, ontwateren

Voorbeeld:

The hot weather can quickly dehydrate you.
Het warme weer kan je snel uitdrogen.

dry

/draɪ/

(adjective) droog, dor, dorstig;

(verb) drogen

Voorbeeld:

The clothes are still dry.
De kleren zijn nog steeds droog.

flash-freeze

/ˈflæʃ friːz/

(verb) snelvriezen, diepvriezen

Voorbeeld:

The factory uses advanced technology to flash-freeze vegetables, preserving their freshness.
De fabriek gebruikt geavanceerde technologie om groenten te snelvriezen, waardoor hun versheid behouden blijft.

freeze

/friːz/

(verb) bevriezen, invriezen, stilstaan;

(noun) vorst, vriespunt, stop

Voorbeeld:

The water pipes might freeze if the temperature drops too low.
De waterleidingen kunnen bevriezen als de temperatuur te laag wordt.

homogenize

/həˈmɑː.dʒə.naɪz/

(verb) homogeniseren, gelijk maken

Voorbeeld:

The goal is to homogenize the data from various sources.
Het doel is om de gegevens uit verschillende bronnen te homogeniseren.

irradiate

/ɪˈreɪ.di.eɪt/

(verb) bestralen, irradiëren, uitstralen

Voorbeeld:

Scientists will irradiate the samples to study their properties.
Wetenschappers zullen de monsters bestralen om hun eigenschappen te bestuderen.

pack

/pæk/

(noun) pak, rugzak, bundel;

(verb) inpakken, verpakken, vullen

Voorbeeld:

He carried a large pack on his back.
Hij droeg een grote rugzak op zijn rug.

pickle

/ˈpɪk.əl/

(noun) augurk, ingelegde komkommer, penarie;

(verb) inleggen, pekelen

Voorbeeld:

I love eating a crunchy pickle with my sandwich.
Ik eet graag een knapperige augurk bij mijn broodje.

pot

/pɑːt/

(noun) pot, pan, fonds;

(verb) potten, inpotten, in de pocket stoten

Voorbeeld:

She put the flowers in a beautiful clay pot.
Ze zette de bloemen in een mooie kleien pot.

preserve

/prɪˈzɝːv/

(verb) behouden, bewaren, conserveren;

(noun) jam, confituur, conserven

Voorbeeld:

We must preserve our natural resources for future generations.
We moeten onze natuurlijke hulpbronnen behouden voor toekomstige generaties.

process

/ˈprɑː.ses/

(noun) proces, gang van zaken, natuurlijk proces;

(verb) verwerken, bewerken, afhandelen

Voorbeeld:

The application process takes about two weeks.
Het aanvraagproces duurt ongeveer twee weken.

quick-freeze

/ˈkwɪk.friːz/

(verb) snelvriezen, diepvriezen

Voorbeeld:

The factory can quick-freeze thousands of pounds of vegetables daily.
De fabriek kan dagelijks duizenden kilo's groenten snelvriezen.

refrigerate

/rɪˈfrɪdʒ.ə.reɪt/

(verb) koelen, in de koelkast zetten

Voorbeeld:

Please refrigerate the leftovers immediately.
Gelieve de restjes onmiddellijk te koelen.

smoke

/smoʊk/

(noun) rook, roken;

(verb) roken, walmen

Voorbeeld:

Thick smoke billowed from the chimney.
Dikke rook walmde uit de schoorsteen.

canned

/kænd/

(adjective) ingeblikt, in blik, nep;

(verb) inblikken, conserveren, ontslaan

Voorbeeld:

We had canned peaches for dessert.
We hadden ingeblikte perziken als toetje.

dehydrated

/ˌdiː.haɪˈdreɪ.t̬ɪd/

(adjective) uitgedroogd, gedehydreerd, gedroogd

Voorbeeld:

After the long hike, he felt completely dehydrated.
Na de lange wandeling voelde hij zich volledig uitgedroogd.

desiccated

/ˈdes.ə.keɪ.t̬ɪd/

(adjective) uitgedroogd, gedroogd;

(verb) uitdrogen, drogen

Voorbeeld:

The desert air left the plants completely desiccated.
De woestijnlucht liet de planten volledig uitgedroogd achter.

dried

/draɪd/

(adjective) gedroogd, droog;

(past participle) droogde, gedroogd

Voorbeeld:

We bought some dried fruit for the trip.
We kochten wat gedroogd fruit voor de reis.

freeze-dried

/ˈfriːz.draɪd/

(adjective) gevriesdroogd

Voorbeeld:

We packed freeze-dried meals for our camping trip.
We pakten gevriesdroogde maaltijden in voor onze kampeertrip.

frozen

/ˈfroʊ.zən/

(adjective) bevroren, verstijfd, stilgezet;

(past participle) bevroren

Voorbeeld:

The lake was completely frozen over.
Het meer was volledig bevroren.

pickled

/ˈpɪk.əld/

(adjective) ingelegd, gepekeld, dronken

Voorbeeld:

She loves eating pickled cucumbers.
Ze eet graag ingelegde komkommers.

potted

/ˈpɑː.t̬ɪd/

(adjective) in pot, ingemaakt, gepot

Voorbeeld:

She bought a beautiful potted plant for her living room.
Ze kocht een prachtige potplant voor haar woonkamer.

tinned

/tɪnd/

(adjective) ingeblikt;

(verb) inblikken

Voorbeeld:

We bought some tinned peaches for dessert.
We kochten wat ingeblikte perziken als toetje.

vacuum-packed

/ˈvæk.juːm.pækt/

(adjective) vacuümverpakt

Voorbeeld:

The coffee beans were vacuum-packed to maintain freshness.
De koffiebonen waren vacuümverpakt om de versheid te behouden.

tinfoil

/ˈtɪn.fɔɪl/

(noun) aluminiumfolie, zilverfolie

Voorbeeld:

She wrapped the leftovers in tinfoil to keep them fresh.
Ze wikkelde de restjes in aluminiumfolie om ze vers te houden.

silver paper

/ˈsɪl.vər ˌpeɪ.pər/

(noun) zilverpapier, aluminiumfolie

Voorbeeld:

She wrapped the sandwich in silver paper to keep it fresh.
Ze wikkelde de sandwich in zilverpapier om hem vers te houden.

polythene

/ˈpɑː.lɪ.θiːn/

(noun) polyethyleen

Voorbeeld:

The groceries were packed in a polythene bag.
De boodschappen werden verpakt in een polyethyleen zak.

plastic wrap

/ˈplæs.tɪk ˌræp/

(noun) vershoudfolie, huishoudfolie

Voorbeeld:

She covered the leftovers with plastic wrap before putting them in the fridge.
Ze bedekte de restjes met vershoudfolie voordat ze ze in de koelkast zette.

greaseproof paper

/ˈɡriːspruːf ˌpeɪpər/

(noun) vetvrij papier, bakpapier

Voorbeeld:

Line the baking tray with greaseproof paper before putting the cookies on it.
Bekleed de bakplaat met vetvrij papier voordat je de koekjes erop legt.

foil

/fɔɪl/

(noun) folie, aluminiumfolie, tegenhanger;

(verb) verijdelen, dwarsbomen

Voorbeeld:

Wrap the leftovers tightly in aluminum foil.
Wikkel de restjes strak in aluminiumfolie.

cling film

/ˈklɪŋ fɪlm/

(noun) vershoudfolie, huishoudfolie

Voorbeeld:

Wrap the leftovers tightly with cling film before putting them in the fridge.
Wikkel de restjes strak in met vershoudfolie voordat je ze in de koelkast zet.

cellophane

/ˈsel.ə.feɪn/

(noun) cellofaan

Voorbeeld:

Wrap the sandwiches in cellophane to keep them fresh.
Wikkel de broodjes in cellofaan om ze vers te houden.

expiration date

/ˌek.spəˈreɪ.ʃən ˌdeɪt/

(noun) houdbaarheidsdatum, vervaldatum, einddatum

Voorbeeld:

Always check the expiration date on perishable goods.
Controleer altijd de houdbaarheidsdatum op bederfelijke goederen.

aluminium foil

/əˈluːmɪnəm fɔɪl/

(noun) aluminiumfolie

Voorbeeld:

Wrap the leftovers tightly in aluminium foil.
Wikkel de restjes strak in aluminiumfolie.

candied

/ˈkæn.did/

(adjective) gekonfijt, gecand

Voorbeeld:

She loves to bake with candied fruit peels.
Ze bakt graag met gekonfijte fruitschillen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland