Vocabulaireverzameling Voedselconservering in Bereiding van voedsel en drank: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Voedselconservering' in 'Bereiding van voedsel en drank' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) fles;
(verb) in flessen doen, bottelen, opgeven
Voorbeeld:
(modal verb) kunnen, mogelijk zijn, mogen;
(noun) blik, blikje;
(verb) inblikken, conserveren
Voorbeeld:
(noun) geneesmiddel, kuur;
(verb) genezen, helen, conserveren
Voorbeeld:
(verb) uitdrogen, drogen, ontwateren
Voorbeeld:
(adjective) droog, dor, dorstig;
(verb) drogen
Voorbeeld:
(verb) snelvriezen, diepvriezen
Voorbeeld:
(verb) bevriezen, invriezen, stilstaan;
(noun) vorst, vriespunt, stop
Voorbeeld:
(verb) homogeniseren, gelijk maken
Voorbeeld:
(verb) bestralen, irradiëren, uitstralen
Voorbeeld:
(noun) pak, rugzak, bundel;
(verb) inpakken, verpakken, vullen
Voorbeeld:
(noun) augurk, ingelegde komkommer, penarie;
(verb) inleggen, pekelen
Voorbeeld:
(noun) pot, pan, fonds;
(verb) potten, inpotten, in de pocket stoten
Voorbeeld:
(verb) behouden, bewaren, conserveren;
(noun) jam, confituur, conserven
Voorbeeld:
(noun) proces, gang van zaken, natuurlijk proces;
(verb) verwerken, bewerken, afhandelen
Voorbeeld:
(verb) snelvriezen, diepvriezen
Voorbeeld:
(verb) koelen, in de koelkast zetten
Voorbeeld:
(noun) rook, roken;
(verb) roken, walmen
Voorbeeld:
(adjective) ingeblikt, in blik, nep;
(verb) inblikken, conserveren, ontslaan
Voorbeeld:
(adjective) uitgedroogd, gedehydreerd, gedroogd
Voorbeeld:
(adjective) uitgedroogd, gedroogd;
(verb) uitdrogen, drogen
Voorbeeld:
(adjective) gedroogd, droog;
(past participle) droogde, gedroogd
Voorbeeld:
(adjective) gevriesdroogd
Voorbeeld:
(adjective) bevroren, verstijfd, stilgezet;
(past participle) bevroren
Voorbeeld:
(adjective) ingelegd, gepekeld, dronken
Voorbeeld:
(adjective) in pot, ingemaakt, gepot
Voorbeeld:
(adjective) ingeblikt;
(verb) inblikken
Voorbeeld:
(adjective) vacuümverpakt
Voorbeeld:
(noun) aluminiumfolie, zilverfolie
Voorbeeld:
(noun) zilverpapier, aluminiumfolie
Voorbeeld:
(noun) polyethyleen
Voorbeeld:
(noun) vershoudfolie, huishoudfolie
Voorbeeld:
(noun) vetvrij papier, bakpapier
Voorbeeld:
(noun) folie, aluminiumfolie, tegenhanger;
(verb) verijdelen, dwarsbomen
Voorbeeld:
(noun) vershoudfolie, huishoudfolie
Voorbeeld:
(noun) cellofaan
Voorbeeld:
(noun) houdbaarheidsdatum, vervaldatum, einddatum
Voorbeeld:
(noun) aluminiumfolie
Voorbeeld:
(adjective) gekonfijt, gecand
Voorbeeld: