Vocabulaireverzameling Voortgang in Essentiële SAT-woordenschat voor het examen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Voortgang' in 'Essentiële SAT-woordenschat voor het examen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) begin, aanvang
Voorbeeld:
(noun) ontwaken, wakkerschudden, bewustwording
Voorbeeld:
(noun) begin, aanvang
Voorbeeld:
(noun) begin, aanvang, oprichting
Voorbeeld:
(noun) kindertijd, babytijd, kinderschoenen
Voorbeeld:
(verb) stoppen, halt houden;
(noun) stop, stilstand;
(exclamation) Halt!
Voorbeeld:
(verb) ophouden, stoppen
Voorbeeld:
(verb) afkorten, afsnijden, inkorten
Voorbeeld:
(verb) terugkeren, terugvallen
Voorbeeld:
(verb) ondergaan, doorstaan
Voorbeeld:
(verb) uitvouwen, ontvouwen, onthullen
Voorbeeld:
(verb) beginnen, aanvangen
Voorbeeld:
(verb) aborten, afbreken, stoppen
Voorbeeld:
(verb) beantwoorden, wederkeren, vergelden
Voorbeeld:
(adjective) interactief, wederzijds beïnvloedend
Voorbeeld:
(adjective) proactief
Voorbeeld:
(adjective) beginnend, opkomend, nascent
Voorbeeld:
(adjective) inaugureel, eerste
Voorbeeld:
(adjective) naadloos, vloeiend
Voorbeeld:
(adjective) langdurig, oud
Voorbeeld:
(adjective) eindeloos, langdradig
Voorbeeld:
(adjective) terugkerend, herhaaldelijk
Voorbeeld:
(adjective) onderweg, gaande, aan de gang
Voorbeeld:
(adjective) onverbiddelijk, onstuitbaar
Voorbeeld:
(adjective) eerstehands, direct;
(adverb) uit eerste hand, persoonlijk
Voorbeeld:
(adjective) vormend, bepalend, ontwikkelings-
Voorbeeld:
(adjective) gezamenlijk, gecoördineerd
Voorbeeld:
(adverb) mechanisch, automatisch, door middel van machines
Voorbeeld:
(adverb) passief, lijdelijk
Voorbeeld:
(adverb) omgekeerd
Voorbeeld:
(adverb) geleidelijk, steeds meer
Voorbeeld:
(adverb) met tussenpozen, intermitterend
Voorbeeld:
(adverb) actief, daadwerkelijk
Voorbeeld:
(noun) crescendo, toenemende luidheid, hoogtepunt;
(verb) crescendoren, in luidheid toenemen
Voorbeeld:
(noun) onderbreking, storing
Voorbeeld:
(noun) beëindiging, einde, ontslag
Voorbeeld:
(noun) behoud, retentie, geheugen
Voorbeeld:
(noun) tactiek, strategie, aanpak
Voorbeeld:
(noun) techniek, methode
Voorbeeld:
(noun) bijproduct, neveneffect
Voorbeeld:
(verb) uitputten, verbruiken, vermoeien;
(noun) uitlaatgassen, uitlaat, uitlaatsysteem
Voorbeeld:
(noun) storing, hapering, foutje;
(verb) haperen, storing vertonen
Voorbeeld:
(noun) mechanisme, mechaniek, werkwijze
Voorbeeld:
(noun) algoritme
Voorbeeld:
(noun) output, productie, uitvoer;
(verb) uitvoeren, produceren
Voorbeeld:
(noun) voorkomen, gebeurtenis, instantie
Voorbeeld:
(noun) gevolg, uitvloeisel
Voorbeeld:
(noun) incidentie, voorkomen, frequentie
Voorbeeld:
(noun) voortzetting, handhaving, bestendiging
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitbetalen, renderen, afbetalen
Voorbeeld:
(noun) overblijfsel, restant, restje stof
Voorbeeld:
(noun) overblijfsel, spoor, restant
Voorbeeld:
(plural noun) overblijfselen, resten, stoffelijke resten;
(verb) blijven, overblijven, resten
Voorbeeld:
(noun) gevolgen, consequenties
Voorbeeld:
(noun) gevolg, consequentie, belang
Voorbeeld:
(noun) wisselwerking, interactie;
(verb) op elkaar inwerken, interageren
Voorbeeld:
(noun) implicatie, gevolgtrekking, strekking
Voorbeeld:
(noun) tarief, prijs, kost;
(verb) presteren, gaan
Voorbeeld:
(verb) culmineren, uitmonden in
Voorbeeld:
(verb) achteruitrijden, omkeren, terugdraaien;
(noun) achterkant, tegenovergestelde, omgekeerde;
(adjective) omgekeerd, achteruit
Voorbeeld:
(noun) kraam, stand, stal;
(verb) stoppen, vertragen, haperen
Voorbeeld:
(verb) vertragen, belemmeren
Voorbeeld:
(noun) uitbraak, uitbarsting
Voorbeeld:
(adverb) voortdurend, ononderbroken
Voorbeeld: