Vocabulaireverzameling B1 - Letter R in Oxford 3000 - B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Letter R' in 'Oxford 3000 - B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) race, wedstrijd, ras;
(verb) racen, wedijveren, snel bewegen
Voorbeeld:
(noun) racen, racesport;
(adjective) razend, snel
Voorbeeld:
(noun) bereik, scala, gamma;
(verb) variëren, reiken, rangschikken
Voorbeeld:
(adjective) zeldzaam, ongewoon, rood
Voorbeeld:
(adverb) zelden, nauwelijks
Voorbeeld:
(noun) reactie, respons, chemische reactie
Voorbeeld:
(noun) realiteit, werkelijkheid, echtheid
Voorbeeld:
(noun) bon, kwitantie, ontvangst
Voorbeeld:
(noun) aanbeveling, advies, referentie
Voorbeeld:
(noun) verwijzing, referentie, naslagwerk;
(verb) verwijzen naar, refereren aan
Voorbeeld:
(verb) weerspiegelen, terugkaatsen, nadenken
Voorbeeld:
(adverb) regelmatig, vaak, gelijkmatig
Voorbeeld:
(verb) afwijzen, verwerpen, verstoten;
(noun) afgekeurd product, afgewezen persoon, uitschot
Voorbeeld:
(verb) verbinden, relateren, zich inleven
Voorbeeld:
(adjective) gerelateerd, verbonden, verwant
Voorbeeld:
(noun) relatie, verband, familielid
Voorbeeld:
(adjective) relatief, vergelijkend, gerelateerd;
(noun) familielid, verwant
Voorbeeld:
(adjective) ontspannen, relaxed, soepel
Voorbeeld:
(adjective) ontspannend, rustgevend
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, degelijk
Voorbeeld:
(noun) religie, godsdienst, geloofsstelsel
Voorbeeld:
(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol
Voorbeeld:
(verb) overblijven, resten, blijven;
(noun) resten, overblijfselen
Voorbeeld:
(verb) herinneren, doen denken aan
Voorbeeld:
(adjective) afgelegen, ver, gering;
(noun) afstandsbediening
Voorbeeld:
(noun) huur;
(verb) huren, verhuren
Voorbeeld:
(verb) repareren, herstellen, gaan;
(noun) reparatie, herstel
Voorbeeld:
(verb) herhalen, overdoen;
(noun) herhaling, reprise
Voorbeeld:
(adjective) herhaald, telkens weer
Voorbeeld:
(verb) vertegenwoordigen, symboliseren, optreden voor
Voorbeeld:
(noun) verzoek, aanvraag;
(verb) verzoeken, aanvragen
Voorbeeld:
(verb) vereisen, nodig hebben, verplichten
Voorbeeld:
(noun) reservering, boeking, bedenking
Voorbeeld:
(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;
(verb) voorzien van middelen, uitrusten
Voorbeeld:
(noun) respect, eerbied, aandacht;
(verb) respecteren, eerbiedigen
Voorbeeld:
(noun) verantwoordelijkheid, plicht, taken
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van
Voorbeeld:
(noun) resultaat, gevolg, uitslag;
(verb) resulteren in, voortvloeien uit
Voorbeeld:
(verb) met pensioen gaan, aftreden, zich terugtrekken
Voorbeeld:
(adjective) gepensioneerd;
(past participle) gepensioneerd, uit bedrijf genomen
Voorbeeld:
(verb) herzien, reviseren, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) ring, cirkel, bel;
(verb) rinkelen, luiden, bellen
Voorbeeld:
(verb) rijzen, stijgen, opgaan;
(noun) stijging, opkomst, verhoging
Voorbeeld:
(noun) risico, gevaar;
(verb) riskeren, wagen
Voorbeeld:
(noun) robot, mechanisch persoon
Voorbeeld:
(verb) rollen, draaien, walsen;
(noun) rol, broodje
Voorbeeld:
(adjective) romantisch, idealistisch, dromerig;
(noun) romanticus
Voorbeeld:
(noun) touw, kabel;
(verb) vastbinden, vastmaken met touw
Voorbeeld:
(adjective) ruw, oneffen, hard;
(adverb) ruw, hardhandig;
(noun) moeilijkheid, tegenslag
Voorbeeld:
(noun) rij, ruzie, geschil;
(verb) roeien, ruziën, bekvechten
Voorbeeld:
(adjective) koninklijk, magnifiek, groots;
(noun) koninklijke, lid van de koninklijke familie
Voorbeeld:
(noun) rugby
Voorbeeld:
(noun) regel, voorschrift, heerschappij;
(verb) regeren, heersen, beheersen
Voorbeeld: