Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - C1 - Letter R in Oxford 5000 - C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - C1 - Letter R' in 'Oxford 5000 - C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) radar, radarsysteem, radarapparatuur
Voorbeeld:
(adjective) radicaal, fundamenteel, grondig;
(noun) radicaal, extremist, revolutionair
Voorbeeld:
(noun) woede, razernij, toorn;
(verb) razen, woeden, tieren
Voorbeeld:
(noun) aanval, inval, razzia;
(verb) overvallen, binnenvallen, plunderen
Voorbeeld:
(noun) bijeenkomst, demonstratie, manifestatie;
(verb) herpakken, zich verzamelen, opleven
Voorbeeld:
(noun) ranking, ranglijst
Voorbeeld:
(noun) verkrachting, koolzaad;
(verb) verkrachten, plunderen, uitbuiten
Voorbeeld:
(noun) verhouding, ratio
Voorbeeld:
(adjective) rationeel, logisch, redelijk;
(noun) rationaal getal
Voorbeeld:
(noun) straal, lichtstraal, straaltje;
(verb) stralen, uitstralen
Voorbeeld:
(adverb) gemakkelijk, bereidwillig, vlot
Voorbeeld:
(noun) verwezenlijking, realisatie, besef
Voorbeeld:
(noun) rijk, koninkrijk, gebied
Voorbeeld:
(noun) achterkant, achterzijde;
(adjective) achterste;
(verb) fokken, houden, opvoeden
Voorbeeld:
(noun) redenering, argumentatie
Voorbeeld:
(verb) geruststellen, verzekeren
Voorbeeld:
(noun) rebel, opstandeling, dwarsligger;
(verb) rebelleren, in opstand komen, zich verzetten
Voorbeeld:
(noun) opstand, rebellie, muiterij
Voorbeeld:
(noun) ontvanger, begunstigde
Voorbeeld:
(noun) reconstructie, wederopbouw, herbouw
Voorbeeld:
(verb) vertellen, verhalen;
(noun) hertelling, nieuwe telling
Voorbeeld:
(noun) referendum, volksraadpleging
Voorbeeld:
(noun) weerspiegeling, reflectie, overweging
Voorbeeld:
(noun) hervorming, verbetering;
(verb) hervormen, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) toevlucht, schuilplaats
Voorbeeld:
(noun) weigering, afwijzing
Voorbeeld:
(verb) herwinnen, terugkrijgen
Voorbeeld:
(adverb) ongeacht, desondanks
Voorbeeld:
(noun) regime, bewind, systeem
Voorbeeld:
(noun) regelaar, regulator, toezichthouder
Voorbeeld:
(adjective) regelgevend, regulerend
Voorbeeld:
(noun) revalidatie, rehabilitatie, renovatie
Voorbeeld:
(noun) regering, regeerperiode, heerschappij;
(verb) regeren, heersen, domineren
Voorbeeld:
(noun) afwijzing, verwerping, verworpenheid
Voorbeeld:
(noun) relevantie, toepasselijkheid
Voorbeeld:
(noun) betrouwbaarheid
Voorbeeld:
(adjective) terughoudend, onwillig
Voorbeeld:
(noun) rest, overblijfsel, residu
Voorbeeld:
(plural noun) overblijfselen, resten, stoffelijke resten;
(verb) blijven, overblijven, resten
Voorbeeld:
(noun) middel, remedie, oplossing;
(verb) verhelpen, herstellen
Voorbeeld:
(noun) herinnering, aandenken
Voorbeeld:
(noun) verwijdering, afvoer, wegname
Voorbeeld:
(verb) verlenen, geven, uitspreken
Voorbeeld:
(verb) hervatten, vernieuwen, verlengen
Voorbeeld:
(adjective) gerenommeerd, vermaard
Voorbeeld:
(noun) huurprijs, huur, verhuur;
(adjective) huur-, verhuur-
Voorbeeld:
(noun) vervanging, vernieuwing, vervanger
Voorbeeld:
(adverb) naar verluidt, volgens zeggen
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiging, representatie, weergave
Voorbeeld:
(verb) reproduceren, namaken, zich voortplanten
Voorbeeld:
(noun) reproductie, kopie, voortplanting
Voorbeeld:
(noun) republiek
Voorbeeld:
(verb) lijken op, gelijken op
Voorbeeld:
(verb) wonen, verblijven, berusten
Voorbeeld:
(noun) residentie, woonplaats, verblijfplaats
Voorbeeld:
(adjective) residentieel, woon-
Voorbeeld:
(noun) residu, restant, overblijfsel
Voorbeeld:
(noun) ontslag, opzegging, berusting
Voorbeeld:
(noun) weerstand, verzet, resistentie
Voorbeeld:
(adjective) respectievelijk, onderscheiden
Voorbeeld:
(adverb) respectievelijk
Voorbeeld:
(noun) restauratie, herstel, renovatie
Voorbeeld:
(noun) beperking, dwang, beteugeling
Voorbeeld:
(noun) cv, curriculum vitae;
(verb) hervatten, doorgaan
Voorbeeld:
(verb) terugtrekken, wijken;
(noun) terugtrekking, toevluchtsoord
Voorbeeld:
(verb) terughalen, ophalen
Voorbeeld:
(noun) onthulling, openbaring, goddelijke openbaring
Voorbeeld:
(noun) wraak;
(verb) wreken
Voorbeeld:
(verb) achteruitrijden, omkeren, terugdraaien;
(noun) achterkant, tegenovergestelde, omgekeerde;
(adjective) omgekeerd, achteruit
Voorbeeld:
(noun) heropleving, herleving, opwekking
Voorbeeld:
(verb) reanimeren, doen herleven, opnieuw invoeren
Voorbeeld:
(adjective) revolutionair, baanbrekend;
(noun) revolutionair, opstandeling
Voorbeeld:
(noun) retoriek, welsprekendheid
Voorbeeld:
(noun) geweer;
(verb) doorzoeken, plunderen
Voorbeeld:
(noun) rel, oproer, uitbundigheid;
(verb) rellen, oproer maken
Voorbeeld:
(verb) scheuren, trekken, razen;
(noun) scheur, rift
Voorbeeld:
(noun) ritueel, ceremonie, gewoonte;
(adjective) ritueel
Voorbeeld:
(adjective) robuust, sterk, krachtig
Voorbeeld:
(noun) rots, steen, rock;
(verb) wiegen, schommelen, schokken
Voorbeeld:
(noun) staaf, roede, hengel
Voorbeeld:
(verb) draaien, roteren, afwisselen
Voorbeeld:
(noun) rotatie, draaiing, afwisseling
Voorbeeld:
(noun) uitspraak, beslissing;
(adjective) regerend, heersend
Voorbeeld:
(noun) gerucht;
(verb) geruchten verspreiden, rondgaan als gerucht
Voorbeeld: