Avatar of Vocabulary Set B2 - Letter A

Vocabulaireverzameling B2 - Letter A in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter A' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

abandon

/əˈbæn.dən/

(verb) verlaten, achterlaten, opgeven;

(noun) overgave, onbezonnenheid

Voorbeeld:

We had to abandon the car.
We moesten de auto achterlaten.

absolute

/ˈæb.sə.luːt/

(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk

Voorbeeld:

She has absolute trust in him.
Ze heeft absoluut vertrouwen in hem.

academic

/ˌæk.əˈdem.ɪk/

(adjective) academisch, onderwijskundig, theoretisch;

(noun) academicus, wetenschapper

Voorbeeld:

She has a strong academic background.
Ze heeft een sterke academische achtergrond.

acceptable

/əkˈsept.ə.bəl/

(adjective) aanvaardbaar, acceptabel, toelaatbaar

Voorbeeld:

The terms of the contract are acceptable.
De voorwaarden van het contract zijn aanvaardbaar.

accompany

/əˈkʌm.pə.ni/

(verb) begeleiden, meegaan met, vergezellen

Voorbeeld:

The children were accompanied by their parents.
De kinderen werden begeleid door hun ouders.

account

/əˈkaʊnt/

(noun) verslag, beschrijving, rekening;

(verb) beschouwen, verklaren

Voorbeeld:

She gave a detailed account of her travels.
Ze gaf een gedetailleerd verslag van haar reizen.

accurate

/ˈæk.jɚ.ət/

(adjective) nauwkeurig, precies, correct

Voorbeeld:

The report provides an accurate description of the events.
Het rapport geeft een nauwkeurige beschrijving van de gebeurtenissen.

accuse

/əˈkjuːz/

(verb) beschuldigen, aanklagen, verwijten

Voorbeeld:

He was accused of theft.
Hij werd beschuldigd van diefstal.

acknowledge

/əkˈnɑː.lɪdʒ/

(verb) erkennen, toegeven, bevestigen

Voorbeeld:

He acknowledged that he was wrong.
Hij erkende dat hij fout zat.

acquire

/əˈkwaɪɚ/

(verb) verwerven, verkrijgen, aanschaffen

Voorbeeld:

The company decided to acquire a smaller competitor.
Het bedrijf besloot een kleinere concurrent te overnemen.

actual

/ˈæk.tʃu.əl/

(adjective) werkelijk, feitelijk, eigenlijk

Voorbeeld:

The actual cost was much higher than estimated.
De werkelijke kosten waren veel hoger dan geschat.

adapt

/əˈdæpt/

(verb) aanpassen, aanpassen aan, zich aanpassen

Voorbeeld:

The car has been adapted for use by disabled drivers.
De auto is aangepast voor gebruik door gehandicapte bestuurders.

additional

/əˈdɪʃ.ən.əl/

(adjective) aanvullend, extra

Voorbeeld:

We need additional information before we can proceed.
We hebben aanvullende informatie nodig voordat we verder kunnen gaan.

address

/ˈæd.res/

(noun) adres, toespraak, rede;

(verb) toespreken, aanpakken, adresseren

Voorbeeld:

Please write your name and address on the form.
Schrijf alstublieft uw naam en adres op het formulier.

administration

/ədˌmɪn.əˈstreɪ.ʃən/

(noun) administratie, beheer, bestuur

Voorbeeld:

The efficient administration of the project led to its success.
De efficiënte administratie van het project leidde tot het succes ervan.

adopt

/əˈdɑːpt/

(verb) adopteren, aannemen, overnemen

Voorbeeld:

They decided to adopt a child from the orphanage.
Ze besloten een kind uit het weeshuis te adopteren.

advance

/ədˈvæns/

(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;

(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;

(adjective) vooraf, voorlopig

Voorbeeld:

The army made a rapid advance towards the enemy lines.
Het leger maakte een snelle opmars richting de vijandelijke linies.

affair

/əˈfer/

(noun) affaire, zaak, gebeurtenis

Voorbeeld:

The whole affair was a complete disaster.
De hele affaire was een complete ramp.

afterwards

/ˈæf.tɚ.wɚdz/

(adverb) daarna, achteraf

Voorbeeld:

We went to the cinema and afterwards had dinner.
We gingen naar de bioscoop en daarna aten we.

agency

/ˈeɪ.dʒən.si/

(noun) bureau, agentschap, instantie

Voorbeeld:

She works for a travel agency.
Ze werkt voor een reisbureau.

agenda

/əˈdʒen.də/

(noun) agenda, plan, doelstelling

Voorbeeld:

The first item on the agenda is the budget proposal.
Het eerste punt op de agenda is het begrotingsvoorstel.

aggressive

/əˈɡres.ɪv/

(adjective) agressief, aanvallend, doortastend

Voorbeeld:

The dog became aggressive when a stranger approached.
De hond werd agressief toen een vreemdeling naderde.

aid

/eɪd/

(noun) hulp, steun, bijstand;

(verb) helpen, ondersteunen, bijstaan

Voorbeeld:

The organization provides humanitarian aid to disaster victims.
De organisatie biedt humanitaire hulp aan rampenslachtoffers.

aircraft

/ˈer.kræft/

(noun) vliegtuig, luchtvaartuig

Voorbeeld:

The aircraft landed safely on the runway.
Het vliegtuig landde veilig op de landingsbaan.

alarm

/əˈlɑːrm/

(noun) alarm, wekker, angst;

(verb) alarmeren, verontrusten

Voorbeeld:

The fire alarm blared loudly.
Het brandalarm loeide luid.

alter

/ˈɑːl.tɚ/

(verb) veranderen, aanpassen

Voorbeeld:

The tailor will alter the dress to fit you perfectly.
De kleermaker zal de jurk aanpassen zodat hij perfect past.

amount

/əˈmaʊnt/

(noun) hoeveelheid, bedrag;

(verb) bedragen, neerkomen op

Voorbeeld:

A large amount of money was stolen.
Een grote hoeveelheid geld werd gestolen.

anger

/ˈæŋ.ɡɚ/

(noun) woede, boosheid;

(verb) boos maken, ergeren

Voorbeeld:

His face was red with anger.
Zijn gezicht was rood van woede.

angle

/ˈæŋ.ɡəl/

(noun) hoek, invalshoek, perspectief;

(verb) kantelen, richten

Voorbeeld:

The two roads meet at a sharp angle.
De twee wegen komen samen onder een scherpe hoek.

anniversary

/ˌæn.əˈvɝː.sɚ.i/

(noun) jubileum, verjaardag

Voorbeeld:

Today marks the 50th anniversary of the company's founding.
Vandaag markeert de 50e verjaardag van de oprichting van het bedrijf.

annual

/ˈæn.ju.əl/

(adjective) jaarlijks, eenjarig;

(noun) eenjarige plant, jaarboek, jaarlijkse publicatie

Voorbeeld:

The company holds an annual meeting in December.
Het bedrijf houdt in december een jaarlijkse vergadering.

anxious

/ˈæŋk.ʃəs/

(adjective) angstig, nerveus, enthousiast

Voorbeeld:

She was anxious about her exam results.
Ze was nerveus over haar examenresultaten.

apparent

/əˈper.ənt/

(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk, zichtbaar

Voorbeeld:

It was apparent that she was tired.
Het was duidelijk dat ze moe was.

apparently

/əˈper.ənt.li/

(adverb) blijkbaar, kennelijk, ogenschijnlijk

Voorbeeld:

Apparently, it's going to rain tomorrow.
Blijkbaar gaat het morgen regenen.

appeal

/əˈpiːl/

(verb) een beroep doen op, oproep, aanspreken;

(noun) oproep, verzoek, aantrekkingskracht

Voorbeeld:

Police are appealing for witnesses to the accident.
De politie doet een beroep op getuigen van het ongeluk.

approach

/əˈproʊtʃ/

(verb) naderen, aankomen, benaderen;

(noun) aanpak, benadering, nadering

Voorbeeld:

As we approach the city, the traffic gets heavier.
Naarmate we de stad naderen, wordt het verkeer drukker.

appropriate

/əˈproʊ.pri.ət/

(adjective) passend, geschikt;

(verb) toe-eigenen, aanwenden, toewijzen

Voorbeeld:

Please wear appropriate attire for the ceremony.
Draag alstublieft passende kleding voor de ceremonie.

approval

/əˈpruː.vəl/

(noun) goedkeuring, instemming, toestemming

Voorbeeld:

The project received official approval from the committee.
Het project kreeg officiële goedkeuring van de commissie.

approve

/əˈpruːv/

(verb) goedkeuren, instemmen met

Voorbeeld:

The committee voted to approve the new budget.
De commissie stemde om de nieuwe begroting te goedkeuren.

arise

/əˈraɪz/

(verb) ontstaan, opkomen, opstaan

Voorbeeld:

New problems arose during the construction.
Nieuwe problemen ontstonden tijdens de bouw.

armed

/ɑːrmd/

(adjective) bewapend, met armen, voorzien van armen;

(verb) bewapenen

Voorbeeld:

The police officer was heavily armed.
De politieagent was zwaar bewapend.

arms

/ɑːrmz/

(plural noun) armen, wapens, bewapening;

(verb) bewapenen

Voorbeeld:

She held the baby in her arms.
Ze hield de baby in haar armen.

artificial

/ˌɑːr.t̬əˈfɪʃ.əl/

(adjective) kunstmatig, synthetisch, geaffecteerd

Voorbeeld:

The flowers were beautiful, but they were artificial.
De bloemen waren prachtig, maar ze waren kunstmatig.

artistic

/ɑːrˈtɪs.tɪk/

(adjective) artistiek, kunstzinnig, kunst-

Voorbeeld:

She has a very artistic eye for design.
Ze heeft een zeer artistiek oog voor design.

ashamed

/əˈʃeɪmd/

(adjective) beschaamd, schaamtevol

Voorbeeld:

She felt deeply ashamed of her behavior at the party.
Ze schaamde zich diep voor haar gedrag op het feest.

aspect

/ˈæs.pekt/

(noun) aspect, facet, uiterlijk

Voorbeeld:

The most important aspect of the job is communication.
Het belangrijkste aspect van de baan is communicatie.

assess

/əˈses/

(verb) beoordelen, inschatten, vaststellen

Voorbeeld:

The committee will assess the damage caused by the storm.
De commissie zal de schade veroorzaakt door de storm beoordelen.

assessment

/əˈses.mənt/

(noun) beoordeling, inschatting, aanslag

Voorbeeld:

The teacher conducted an assessment of the students' progress.
De leraar voerde een beoordeling uit van de voortgang van de studenten.

associate

/əˈsoʊ.ʃi.eɪt/

(verb) associëren, verbinden, zich aansluiten bij;

(noun) partner, collega;

(adjective) geassocieerd, adjunct

Voorbeeld:

Most people associate the name 'Coca-Cola' with a popular soft drink.
De meeste mensen associëren de naam 'Coca-Cola' met een populaire frisdrank.

associated

/əˈsoʊ.si.eɪ.t̬ɪd/

(adjective) geassocieerd, verbonden;

(verb) associëren, omgaan met

Voorbeeld:

The risks associated with smoking are well-known.
De risico's geassocieerd met roken zijn algemeen bekend.

association

/əˌsoʊ.siˈeɪ.ʃən/

(noun) vereniging, bond, genootschap

Voorbeeld:

The local residents' association meets monthly.
De plaatselijke bewonersvereniging vergadert maandelijks.

assume

/əˈsuːm/

(verb) aannemen, veronderstellen, verkrijgen

Voorbeeld:

I assume you're coming to the party.
Ik neem aan dat je naar het feest komt.

attempt

/əˈtempt/

(noun) poging, proef;

(verb) proberen, ondernemen

Voorbeeld:

He made an attempt to climb the mountain.
Hij deed een poging om de berg te beklimmen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland