Vocabulaireverzameling C1 - De Perfecte Maaltijd Koken! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - De Perfecte Maaltijd Koken!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) beslag, slagman;
(verb) beuken, rammen, beschadigen
Voorbeeld:
(verb) mengen, blenden, passen bij;
(noun) melange, mengsel
Voorbeeld:
(verb) snijden, houwen, trancheren
Voorbeeld:
(verb) frituren, diepfrituren
Voorbeeld:
(verb) ontdooien, ontvriezen
Voorbeeld:
(verb) verteren, verwerken, begrijpen;
(noun) overzicht, samenvatting
Voorbeeld:
(verb) stampen, fijnstampen;
(noun) puree, stampot
Voorbeeld:
(verb) opwarmen, verwarmen
Voorbeeld:
(verb) raspen, kraken, schuren;
(noun) rooster, haardrooster
Voorbeeld:
(verb) malen, verpulveren, schuren;
(noun) sleuven, zwoegen, malen
Voorbeeld:
(verb) sudderen, zachtjes koken, broeien;
(noun) sudder, broei
Voorbeeld:
(noun) stoom, stoomkracht, stoomenergie;
(verb) stomen, voortbewegen met stoom, woedend zijn
Voorbeeld:
(noun) stoofpot, ragout;
(verb) stoven, sudderen, piekeren
Voorbeeld:
(phrasal verb) opwarmen, enthousiast worden
Voorbeeld:
(noun) zweep, slagroom, mousse;
(verb) geselen, zweepslagen geven, kloppen
Voorbeeld:
(verb) knijpen, persen, wringen;
(noun) knijp, druk, knel
Voorbeeld:
(adjective) flauw, saai, smakeloos
Voorbeeld:
(adjective) stukjes, grof, stevig
Voorbeeld:
(adjective) taai, kauwbaar
Voorbeeld:
(adjective) romig, crèmekleurig
Voorbeeld:
(adjective) krokant, knapperig, fris
Voorbeeld:
(adjective) knapperig, krokant, knisperend
Voorbeeld:
(adjective) ingeblikt;
(verb) inblikken
Voorbeeld:
(noun) eetlust, trek, verlangen
Voorbeeld:
(noun) banket, feestmaal;
(verb) banketteren, feestvieren
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, banket, feestdag;
(verb) feesten, banketteren, traktatie geven
Voorbeeld:
(noun) brunch;
(verb) brunchen
Voorbeeld:
(noun) buffet, buffetkast, dressoir;
(verb) beuken, treffen, rammen
Voorbeeld:
(noun) theetijd
Voorbeeld:
(noun) kurkentrekker, spiraal, kurkentrekkerbeweging;
(verb) spiraalsgewijs bewegen, zich een weg banen;
(adjective) spiraalvormig, kurkentrekkerachtig
Voorbeeld:
(noun) glaswerk
Voorbeeld:
(noun) soepterrine, terrine
Voorbeeld: