Vocabulaireverzameling Bereid voedsel in Bereiding van voedsel en drank: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Bereid voedsel' in 'Bereiding van voedsel en drank' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) al dente
Voorbeeld:
(adjective) au poivre, met peper
Voorbeeld:
(adjective) à la king
Voorbeeld:
(adjective) gegratineerd, met korst
Voorbeeld:
(adjective) au jus, met eigen jus
Voorbeeld:
(adverb) au naturel, natuurlijk, naakt
Voorbeeld:
(phrase) en papillote, in papillot
Voorbeeld:
(adjective) in korst, in deeg
Voorbeeld:
(adjective) aan de spies, op een spies
Voorbeeld:
(adjective) à la mode, modieus, met ijs
Voorbeeld:
(adjective) gepaneerd
Voorbeeld:
(adjective) gefrituurd
Voorbeeld:
(adjective) klaar, af, gepast;
(past participle) gedaan
Voorbeeld:
(verb) flamberen;
(adjective) geflambeerd
Voorbeeld:
(adjective) gebakken, gefrituurd, uitgeput;
(past participle) bakte, frituurde
Voorbeeld:
(adjective) bevroren, berijpt, mat
Voorbeeld:
(adjective) zachtaardig, vriendelijk, mild;
(verb) verzachten, kalmeren, temperen
Voorbeeld:
(adjective) hardgekookt, hardvochtig, ongevoelig
Voorbeeld:
(adjective) geleed, met gewrichten
Voorbeeld:
(adjective) ovenklaar, klaar voor gebruik, kant-en-klaar
Voorbeeld:
(adjective) te gaar, overkookt, overdreven
Voorbeeld:
(adjective) gloeiend heet, kokend heet
Voorbeeld:
(adjective) voorgekookt, kant-en-klaar
Voorbeeld:
(adjective) zeldzaam, ongewoon, rood
Voorbeeld:
(verb) braden, roosteren, roasten;
(noun) braadstuk, gebraad, roast;
(adjective) gebraden, geroosterd
Voorbeeld:
(adjective) geschulpt, golvend, gegratineerd
Voorbeeld:
(adjective) gerookt;
(past tense) rookte, gerookt
Voorbeeld:
(adjective) zachtgekookt
Voorbeeld:
(adjective) gestoofd;
(verb) stoven
Voorbeeld:
(adjective) spiegelei
Voorbeeld:
(adjective) ongekookt, rauw
Voorbeeld:
(adjective) onvoldoende gaar, rauw
Voorbeeld:
(adjective) doorbakken, goed gaar, goed gedaan;
(exclamation) goed gedaan, bravo
Voorbeeld:
(verb) julienne, fijne reepjes;
(noun) julienne, fijne reepjes
Voorbeeld:
(adjective) gevuld
Voorbeeld:
(adjective) lyonnaise, op Lyonse wijze
Voorbeeld:
(noun) marengo;
(adjective) marengo (kleur)
Voorbeeld:
(adjective) uitgekleed, naakt;
(verb) uitgekleed, ontkleed
Voorbeeld:
(adjective) amandel, met amandelen
Voorbeeld: