Vocabulaireverzameling Werkwoorden gerelateerd aan kleding in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Werkwoorden gerelateerd aan kleding' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) coördineren, afstemmen, matchen;
(noun) coördinaat, coördinaten;
(adjective) gelijkwaardig, coördinerend
Voorbeeld:
(noun) rits, pit, energie;
(verb) ritsen, dichtritsen, scheuren
Voorbeeld:
(verb) dragen, slijten, verslijten;
(noun) slijtage, gebruik, kleding
Voorbeeld:
(noun) knoop, knop;
(verb) knopen, dichtknopen, op een knop drukken
Voorbeeld:
(noun) verandering, wijziging, wisselgeld;
(verb) veranderen, wijzigen, omwisselen
Voorbeeld:
(verb) kleden, aankleden, bedekken
Voorbeeld:
(noun) jurk;
(verb) aankleden, dresseren, bereiden
Voorbeeld:
(verb) vastmaken, bevestigen, sluiten
Voorbeeld:
(verb) passen, zitten, passen bij;
(noun) pasvorm, passing, aanval;
(adjective) fit, in vorm, geschikt
Voorbeeld:
(noun) lichtflits, fakkel, lichtkogel;
(verb) opvlammen, schitteren, uitlopen
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, match, lucifer;
(verb) overeenkomen, passen bij, matchen
Voorbeeld:
(verb) strippen, ontdoen van, uitkleden;
(noun) reep, strook, strip
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitdoen, afdoen, opstijgen
Voorbeeld:
(verb) nemen, pakken, brengen;
(noun) opname, shot, greep
Voorbeeld:
(phrasal verb) snel aantrekken, aangooien
Voorbeeld:
(phrasal verb) passen, aantrekken
Voorbeeld:
(verb) ontknopen, losknopen
Voorbeeld:
(verb) uitkleden, ontkleden
Voorbeeld:
(verb) losmaken, ontgrendelen
Voorbeeld:
(verb) losmaken, ontknopen
Voorbeeld:
(verb) ritsen, openritsen, uitpakken
Voorbeeld:
(noun) stijl, mode, manier;
(verb) stylen, vormgeven, ontwerpen
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen
Voorbeeld:
(phrasal verb) dichtritsen, omhoog ritsen
Voorbeeld:
(phrasal verb) aantrekken, opschieten met kleding, trekken aan
Voorbeeld:
(phrasal verb) voor elkaar krijgen, klaarspelen, afrijden
Voorbeeld:
(phrasal verb) informeler kleden, casual kleden, streng toespreken
Voorbeeld:
(phrasal verb) verkleden, opdoffen, opknappen
Voorbeeld:
(noun) instapper, slipper;
(adjective) instap, zonder veters
Voorbeeld:
(noun) pak, kostuum, rechtszaak;
(verb) passen, schikken, staan
Voorbeeld:
(verb) losmaken, ontgrendelen
Voorbeeld: