Vocabulaireverzameling C1 - Laten we het erover eens zijn dat we het oneens zijn! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Laten we het erover eens zijn dat we het oneens zijn!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) huisvesten, plaats bieden aan, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) compromis, schikking, aantasting;
(verb) compromitteren, concessies doen, aantasten
Voorbeeld:
(verb) toegeven, erkennen, toestaan
Voorbeeld:
(verb) samenwerken, coopereren, meewerken
Voorbeeld:
(verb) ingrijpen, tussenbeide komen, plaatsvinden tussen
Voorbeeld:
(verb) ingrijpen, verstoren, zich bemoeien
Voorbeeld:
(noun) afdichting, zegel, stempel;
(verb) verzegelen, afdichten, bezegelen
Voorbeeld:
(noun) bord, teken, aanwijzing;
(verb) ondertekenen, tekenen, gebaren
Voorbeeld:
(phrasal verb) overtuigen, overhalen
Voorbeeld:
(verb) ondernemen, uitvoeren, beginnen aan
Voorbeeld:
(verb) schenden, overtreden, ontheiligen
Voorbeeld:
(idiom) herrie schoppen, lawaai maken, uitbundig feesten
Voorbeeld:
(phrasal verb) afronden, afsluiten, warm aankleden
Voorbeeld:
(noun) aanvaarding, acceptatie, erkenning
Voorbeeld:
(noun) naleving, overeenstemming, inschikkelijkheid
Voorbeeld:
(noun) consensus, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) conventie, congres, gebruik
Voorbeeld:
(noun) koopje, aanbieding, overeenkomst;
(verb) onderhandelen, afdingen
Voorbeeld:
(noun) schending, breuk, doorbraak;
(verb) schenden, doorbreken
Voorbeeld:
(noun) toewijding, betrokkenheid, verplichting
Voorbeeld:
(noun) gedoe, drukte, ophef;
(verb) gedoe maken, zeuren, moeilijk doen
Voorbeeld:
(noun) schikking, regeling, nederzetting
Voorbeeld:
(noun) inzending, indiening, onderwerping
Voorbeeld:
(noun) tolerantie, verdraagzaamheid, weerstand
Voorbeeld:
(adjective) wederzijds, gemeenschappelijk
Voorbeeld:
(adjective) collectief, gezamenlijk;
(noun) collectief, gemeenschap
Voorbeeld:
(adjective) tegenovergesteld, strijdig;
(noun) integendeel, het tegenovergestelde
Voorbeeld:
(noun) gewricht, verbinding, voeg;
(adjective) gezamenlijk, gemeenschappelijk;
(verb) verbinden, samenvoegen
Voorbeeld:
(adjective) overtuigend, persuasief
Voorbeeld:
(adjective) gevestigd, beslecht, stabiel;
(past participle) vestigde, vereffende, beslechtte
Voorbeeld:
(phrase) verwerken, accepteren, zich neerleggen bij
Voorbeeld:
(idiom) shit happens, zo gaat dat
Voorbeeld:
(idiom) vertel mij wat, inderdaad
Voorbeeld:
(idiom) dat kun je wel zeggen, helemaal mee eens
Voorbeeld:
(adjective) inconsistent, strijdig
Voorbeeld:
(noun) demonstratie, uitleg, presentatie
Voorbeeld:
(idiom) van tafel, niet langer bespreekbaar
Voorbeeld:
(idiom) als een gek, enorm, heel erg
Voorbeeld: