Vocabulaireverzameling B2 - Te veel koks...! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Te veel koks...!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) recept, methode
Voorbeeld:
(noun) ingrediënt, bestanddeel, factor
Voorbeeld:
(verb) slaan, afranselen, verslaan;
(noun) beat, ritme, slag;
(adjective) uitgeput, moe
Voorbeeld:
(verb) hakken, snijden, slaan;
(noun) slag, hak, kotelet
Voorbeeld:
(verb) garneren, versieren, beslag leggen op;
(noun) garnering, versiering
Voorbeeld:
(noun) grill, barbecue, grillrestaurant;
(verb) grillen, barbecueën, ondervragen
Voorbeeld:
(noun) hitte, warmte, hartstocht;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(verb) marineren, laten bezinken
Voorbeeld:
(verb) schillen, pellen, bladderen;
(noun) schil, schillen
Voorbeeld:
(verb) pocheren, stropen, illegaal jagen
Voorbeeld:
(verb) braden, roosteren, roasten;
(noun) braadstuk, gebraad, roast;
(adjective) gebraden, geroosterd
Voorbeeld:
(noun) plak, schijf, deel;
(verb) snijden, schijven, slicen
Voorbeeld:
(verb) roeren, bewegen, opwekken;
(noun) beweging, opschudding
Voorbeeld:
(noun) toast, geroosterd brood, toost;
(verb) roosteren, proosten, een toost uitbrengen
Voorbeeld:
(noun) toonbank, balie, teller;
(verb) tegenwerken, weerleggen;
(adjective) tegen, strijdig met;
(adverb) tegen, in strijd met
Voorbeeld:
(noun) gereedschap, werktuig, gerei
Voorbeeld:
(noun) barbecue, BBQ, grill;
(verb) barbecueën, grillen
Voorbeeld:
(noun) blender, mixer
Voorbeeld:
(noun) koekenpan, braadpan
Voorbeeld:
(noun) wok
Voorbeeld:
(noun) mixer, garde, sociabel persoon
Voorbeeld:
(noun) deksel, ooglid
Voorbeeld:
(noun) mengkom
Voorbeeld:
(noun) houten lepel, houten lepel (laatste plaats prijs)
Voorbeeld:
(noun) schaal, omvang, schub;
(verb) beklimmen, bestijgen, schubben
Voorbeeld:
(noun) snufje, vleugje, kneep;
(verb) knijpen, knellen, stelen
Voorbeeld:
(noun) kopje vol, bekervol
Voorbeeld:
(noun) lepelvol, schep
Voorbeeld: