Avatar of Vocabulary Set Menselijke Voeding

Vocabulaireverzameling Menselijke Voeding in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Menselijke Voeding' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

antioxidant

/ˌæn.t̬iˈɑːk.sɪ.dənt/

(noun) antioxidant;

(adjective) antioxidant

Voorbeeld:

Vitamins C and E are well-known antioxidants.
Vitamines C en E zijn bekende antioxidanten.

carbohydrate

/ˌkɑːr.boʊˈhaɪ.dreɪt/

(noun) koolhydraat

Voorbeeld:

Pasta is a good source of carbohydrates.
Pasta is een goede bron van koolhydraten.

amino acid

/ˌæm.ɪ.noʊ ˈæs.ɪd/

(noun) aminozuur

Voorbeeld:

Proteins are made up of long chains of amino acids.
Eiwitten zijn opgebouwd uit lange ketens van aminozuren.

protein

/ˈproʊ.tiːn/

(noun) eiwit, proteïne

Voorbeeld:

Meat, eggs, and beans are good sources of protein.
Vlees, eieren en bonen zijn goede bronnen van eiwit.

fatty acid

/ˈfæt.i ˌæs.ɪd/

(noun) vetzuur

Voorbeeld:

Omega-3 fatty acids are essential for brain health.
Omega-3 vetzuren zijn essentieel voor de gezondheid van de hersenen.

lipid

/ˈlɪp.ɪd/

(noun) lipide, vetstof

Voorbeeld:

The cell membrane is primarily composed of a bilayer of lipids.
Het celmembraan is voornamelijk opgebouwd uit een dubbellaag van lipiden.

nucleic acid

/nuːˌkliː.ɪk ˈæs.ɪd/

(noun) nucleïnezuur

Voorbeeld:

DNA is a type of nucleic acid that carries genetic information.
DNA is een type nucleïnezuur dat genetische informatie draagt.

fat

/fæt/

(noun) vet;

(adjective) dik, vet, groot

Voorbeeld:

The chef trimmed the excess fat from the meat.
De chef sneed het overtollige vet van het vlees.

fiber

/ˈfaɪ.bɚ/

(noun) vezel, voedingsvezel

Voorbeeld:

Cotton fibers are used to make fabric.
Katoenvezels worden gebruikt om stof te maken.

mineral

/ˈmɪn.ər.əl/

(noun) mineraal, voedingsstof;

(adjective) mineraal

Voorbeeld:

Quartz is a common mineral found in many rocks.
Kwarts is een veelvoorkomend mineraal dat in veel gesteenten wordt gevonden.

nutrition

/nuːˈtrɪʃ.ən/

(noun) voeding, voedingsleer, nutritie

Voorbeeld:

Good nutrition is essential for a healthy life.
Goede voeding is essentieel voor een gezond leven.

essential

/ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) essentieel, noodzakelijk, wezenlijk;

(noun) essentiële zaken, benodigdheden

Voorbeeld:

Water is essential for life.
Water is essentieel voor het leven.

vitamin

/ˈvaɪ.t̬ə-/

(noun) vitamine

Voorbeeld:

Citrus fruits are rich in vitamin C.
Citrusvruchten zijn rijk aan vitamine C.

water

/ˈwɑː.t̬ɚ/

(noun) water;

(verb) wateren, begieten

Voorbeeld:

Please give me a glass of water.
Geef me alsjeblieft een glas water.

monosaccharide

/ˌmɑː.noʊˈsæk.ə.raɪd/

(noun) monosacharide

Voorbeeld:

Glucose is a common monosaccharide found in many foods.
Glucose is een veelvoorkomende monosacharide die in veel voedingsmiddelen voorkomt.

glucose

/ˈɡluː.koʊs/

(noun) glucose, druivensuiker

Voorbeeld:

The body converts carbohydrates into glucose for energy.
Het lichaam zet koolhydraten om in glucose voor energie.

fructose

/ˈfrʊk.toʊs/

(noun) fructose, vruchtensuiker

Voorbeeld:

Many fruits are rich in fructose.
Veel fruit is rijk aan fructose.

polysaccharide

/ˌpɑː.lɪˈsæk.ər.aɪd/

(noun) polysacharide

Voorbeeld:

Starch is a common polysaccharide found in plants.
Zetmeel is een veelvoorkomend polysacharide dat in planten wordt gevonden.

starch

/stɑːrtʃ/

(noun) zetmeel, stijfsel;

(verb) stijven

Voorbeeld:

Potatoes are a good source of starch.
Aardappelen zijn een goede bron van zetmeel.

triglyceride

/traɪˈɡlɪs.ə.raɪd/

(noun) triglyceride

Voorbeeld:

High levels of triglycerides in the blood can increase the risk of heart disease.
Hoge niveaus van triglyceriden in het bloed kunnen het risico op hartziekten verhogen.

glycerol

/ˈɡlɪs.ə.rɑːl/

(noun) glycerol, glycerine

Voorbeeld:

Glycerol is commonly used in cosmetics for its moisturizing properties.
Glycerol wordt vaak gebruikt in cosmetica vanwege zijn hydraterende eigenschappen.

disaccharide

/daɪˈsæk.ə.raɪd/

(noun) disaccharide

Voorbeeld:

Lactose is a disaccharide found in milk.
Lactose is een disaccharide dat in melk voorkomt.

sucrose

/ˈsuː.kroʊs/

(noun) sucrose, sacharose

Voorbeeld:

Sucrose is a disaccharide composed of glucose and fructose.
Sucrose is een disaccharide, samengesteld uit glucose en fructose.

lactose

/ˈlæk.toʊs/

(noun) lactose

Voorbeeld:

Many adults are unable to digest lactose.
Veel volwassenen kunnen lactose niet verteren.

maltose

/ˈmɔːl.toʊz/

(noun) maltose, moutsuiker

Voorbeeld:

Maltose is a sugar produced when starch breaks down.
Maltose is een suiker die ontstaat wanneer zetmeel afbreekt.

glycogen

/ˈɡlaɪ.koʊ.dʒən/

(noun) glycogeen

Voorbeeld:

The liver stores glycogen as a primary energy reserve.
De lever slaat glycogeen op als primaire energiereserve.

Omega-3

/ˈoʊ.mɪɡ.ə ˈθriː/

(noun) Omega-3, Omega-3 vetzuren

Voorbeeld:

Eating fatty fish like salmon provides a good source of Omega-3.
Het eten van vette vis zoals zalm levert een goede bron van Omega-3 op.

trans fatty acid

/træns ˈfæt.i ˈæs.ɪd/

(noun) transvetzuur, transvetzuren

Voorbeeld:

Many processed foods contain trans fatty acids, which are harmful to heart health.
Veel bewerkte voedingsmiddelen bevatten transvetzuren, die schadelijk zijn voor de hartgezondheid.

insoluble

/ɪnˈsɑːl.jə.bəl/

(adjective) onoplosbaar

Voorbeeld:

The problem seemed insoluble.
Het probleem leek onoplosbaar.

soluble

/ˈsɑːl.jə.bəl/

(adjective) oplosbaar, op te lossen

Voorbeeld:

Sugar is soluble in water.
Suiker is oplosbaar in water.

cellulose

/ˈsel.jə.loʊs/

(noun) cellulose

Voorbeeld:

Wood is primarily composed of cellulose.
Hout bestaat voornamelijk uit cellulose.

enzyme

/ˈen.zaɪm/

(noun) enzym

Voorbeeld:

Digestion relies on various enzymes to break down food.
De spijsvertering is afhankelijk van verschillende enzymen om voedsel af te breken.

calcium

/ˈkæl.si.əm/

(noun) calcium

Voorbeeld:

Milk is a good source of calcium.
Melk is een goede bron van calcium.

chlorine

/ˈklɔːr.iːn/

(noun) chloor

Voorbeeld:

Swimming pools are often treated with chlorine to kill bacteria.
Zwembaden worden vaak behandeld met chloor om bacteriën te doden.

magnesium

/mæɡˈniː.zi.əm/

(noun) magnesium

Voorbeeld:

Magnesium is an essential mineral for human health.
Magnesium is een essentieel mineraal voor de menselijke gezondheid.

phosphorus

/ˈfɑːs.fɚ.əs/

(noun) fosfor

Voorbeeld:

Phosphorus is an essential element for all living organisms.
Fosfor is een essentieel element voor alle levende organismen.

potassium

/pəˈtæs.i.əm/

(noun) kalium

Voorbeeld:

Bananas are a good source of potassium.
Bananen zijn een goede bron van kalium.

sodium

/ˈsoʊ.di.əm/

(noun) natrium

Voorbeeld:

Table salt is primarily composed of sodium chloride.
Keukenzout bestaat voornamelijk uit natriumchloride.

copper

/ˈkɑː.pɚ/

(noun) koper, koperkleur, agent;

(verb) verkoperen, met koper bedekken;

(adjective) koperen

Voorbeeld:

Electrical wires are often made of copper.
Elektrische draden zijn vaak gemaakt van koper.

iodine

/ˈaɪ.ə.diːn/

(noun) jodium

Voorbeeld:

The doctor applied iodine to the wound to prevent infection.
De dokter bracht jodium aan op de wond om infectie te voorkomen.

iron

/aɪrn/

(noun) ijzer, strijkijzer;

(verb) strijken;

(adjective) ijzeren

Voorbeeld:

The bridge was built with steel and iron.
De brug werd gebouwd met staal en ijzer.

manganese

/ˈmæŋ.ɡə.niːz/

(noun) mangaan

Voorbeeld:

Manganese is an essential component in the production of stainless steel.
Mangaan is een essentieel onderdeel bij de productie van roestvrij staal.

molybdenum

/mɑːˈlɪb.də.nəm/

(noun) molybdeen

Voorbeeld:

Molybdenum is an essential trace element for plants and animals.
Molybdeen is een essentieel sporenelement voor planten en dieren.

selenium

/səˈliː.ni.əm/

(noun) selenium

Voorbeeld:

Selenium is an essential trace element for humans, but can be toxic in large amounts.
Selenium is een essentieel sporenelement voor mensen, maar kan in grote hoeveelheden giftig zijn.

zinc

/zɪŋk/

(noun) zink

Voorbeeld:

Galvanized steel is coated with zinc to prevent rust.
Gegalvaniseerd staal is bedekt met zink om roest te voorkomen.

vitamin D

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn diː/

(noun) vitamine D

Voorbeeld:

Sunlight helps the body produce vitamin D.
Zonlicht helpt het lichaam vitamine D aan te maken.

vitamin C

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn siː/

(noun) vitamine C, ascorbinezuur

Voorbeeld:

Oranges are a good source of vitamin C.
Sinaasappels zijn een goede bron van vitamine C.

vitamin A

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn eɪ/

(noun) vitamine A

Voorbeeld:

Carrots are a good source of vitamin A.
Wortels zijn een goede bron van vitamine A.

vitamin B1

/ˈvaɪ.tə.mɪn biː wʌn/

(noun) vitamine B1, thiamine

Voorbeeld:

Lack of vitamin B1 can lead to beriberi.
Gebrek aan vitamine B1 kan leiden tot beriberi.

vitamin B2

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn biː ˈtuː/

(noun) vitamine B2, riboflavine

Voorbeeld:

Riboflavin, also known as vitamin B2, is essential for energy metabolism.
Riboflavine, ook bekend als vitamine B2, is essentieel voor het energiemetabolisme.

vitamin B12

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn biː twelv/

(noun) vitamine B12, cobalamine

Voorbeeld:

Many vegans take vitamin B12 supplements because it's primarily found in animal products.
Veel veganisten nemen vitamine B12 supplementen omdat het voornamelijk in dierlijke producten voorkomt.

vitamin E

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn iː/

(noun) vitamine E

Voorbeeld:

Many skin creams contain vitamin E for its antioxidant properties.
Veel huidcrèmes bevatten vitamine E vanwege de antioxiderende eigenschappen.

vitamin K

/ˈvaɪ.t̬ə.mɪn keɪ/

(noun) vitamine K

Voorbeeld:

Leafy green vegetables are a good source of vitamin K.
Bladgroenten zijn een goede bron van vitamine K.

ascorbic acid

/əˌskɔːr.bɪk ˈæs.ɪd/

(noun) ascorbinezuur

Voorbeeld:

Citrus fruits are rich in ascorbic acid.
Citrusvruchten zijn rijk aan ascorbinezuur.

caffeine

/ˈkæf.iːn/

(noun) cafeïne

Voorbeeld:

Coffee contains a high amount of caffeine.
Koffie bevat een hoge hoeveelheid cafeïne.

emulsifier

/ɪˈmʌl.sə.faɪ.ɚ/

(noun) emulgator

Voorbeeld:

Lecithin is a common emulsifier used in chocolate.
Lecithine is een veelvoorkomende emulgator die in chocolade wordt gebruikt.

folic acid

/ˈfoʊ.lɪk ˈæs.ɪd/

(noun) foliumzuur

Voorbeeld:

Pregnant women are advised to take folic acid supplements.
Zwangere vrouwen wordt geadviseerd om foliumzuur supplementen te nemen.

gluten

/ˈɡluː.t̬ən/

(noun) gluten

Voorbeeld:

Many people are choosing to eat foods that are free of gluten.
Veel mensen kiezen ervoor om voedingsmiddelen te eten die vrij zijn van gluten.

monosodium glutamate

/ˌmɑː.noʊˌsoʊ.di.əm ˈɡluː.tə.meɪt/

(noun) mononatriumglutamaat, MSG

Voorbeeld:

Many processed foods contain monosodium glutamate to improve taste.
Veel bewerkte voedingsmiddelen bevatten mononatriumglutamaat om de smaak te verbeteren.

niacin

/ˈnaɪə.sɪn/

(noun) niacine, vitamine B3

Voorbeeld:

Foods rich in niacin include chicken, fish, and peanuts.
Voedingsmiddelen rijk aan niacine zijn onder andere kip, vis en pinda's.

sodium bicarbonate

/ˌsoʊ.di.əm baɪˈkɑːr.bən.ət/

(noun) natriumbicarbonaat, baking soda

Voorbeeld:

Add a teaspoon of sodium bicarbonate to the mixture for leavening.
Voeg een theelepel natriumbicarbonaat toe aan het mengsel voor het rijsmiddel.

tannin

/ˈtæn.ɪn/

(noun) tannine

Voorbeeld:

The strong tea had a high concentration of tannin.
De sterke thee had een hoge concentratie tannine.

thiamin

/ˈθaɪ.ə.mɪn/

(noun) thiamine, vitamine B1

Voorbeeld:

Foods rich in thiamin include whole grains, pork, and legumes.
Voedingsmiddelen rijk aan thiamine zijn onder andere volle granen, varkensvlees en peulvruchten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland