Vocabulaireverzameling Dierengeluiden in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Dierengeluiden' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) piep, gepiep;
(verb) piepen, kraken, net halen
Voorbeeld:
(noun) gezoem, geruis, ophef;
(verb) zoemen, trillen, zoeven
Voorbeeld:
(verb) brommen, zoemen, neuriën;
(noun) gezoem, geruis
Voorbeeld:
(noun) loeien, geloei;
(verb) loeien
Voorbeeld:
(noun) getjilp, tjilp, tweet;
(verb) tjilpen, kwinkeleren, tweeten
Voorbeeld:
(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten
Voorbeeld:
(noun) getjilp, tjilp;
(verb) tjilpen
Voorbeeld:
(noun) roep, gehuil, toeter;
(verb) roepen, huilen, toeteren
Voorbeeld:
(noun) gekwak, gekraai;
(verb) kwaken, kraaien, schor klinken
Voorbeeld:
(noun) woef;
(verb) woeffen;
(exclamation) woef
Voorbeeld:
(noun) troep ganzen, groep, menigte;
(verb) gaggelen, snateren
Voorbeeld:
(noun) geblaat, geklaag, gezeur;
(verb) blaten, klagen, zeuren
Voorbeeld:
(verb) grommen, mopperen, brommen;
(noun) grom, gegrom
Voorbeeld:
(noun) kakel, gegier;
(verb) kakelen, gieren
Voorbeeld:
(noun) kwak, kwakzalver, charlatan;
(verb) kwaken, kwakzalven, bedriegen;
(adjective) kwakzalverachtig, frauduleus
Voorbeeld:
(verb) koeren, liefkozen;
(noun) koeren, geroep
Voorbeeld:
(noun) kraai, gekras;
(verb) kraaien, krasen
Voorbeeld:
(noun) baa, geblaat;
(verb) blaten
Voorbeeld:
(noun) gebrul, gedreun, lawaai;
(verb) brullen, bulderen
Voorbeeld:
(noun) klit, warboel, chaos;
(verb) snauwen, grommen, verwarren
Voorbeeld:
(noun) gehuil, gejank;
(verb) huilen, janken, brullen
Voorbeeld:
(noun) gespin;
(verb) spinnen
Voorbeeld:
(noun) geblaf, schors;
(verb) blaffen, ontschorsen
Voorbeeld:
(noun) tok;
(verb) tokken
Voorbeeld:
(verb) kraken, piepen;
(noun) kraak, piep
Voorbeeld:
(verb) snuiven, gesnuif;
(noun) snuif, gesnuif
Voorbeeld:
(noun) miauw;
(verb) miauwen
Voorbeeld:
(noun) gehinnik;
(verb) hinniken
Voorbeeld:
(verb) schrokken, opschrokken, kalkoenen;
(noun) kalkoengeluid
Voorbeeld:
(verb) sissen, blazen, uitfluiten;
(noun) sis, geblaas
Voorbeeld:
(noun) schreeuw, gekrijs;
(verb) schreeuwen, kakelen
Voorbeeld:
(noun) gebrul, brul;
(verb) brullen, bulderen
Voorbeeld:
(noun) oink, knor;
(verb) knorren, oinken;
(exclamation) knor, oink
Voorbeeld:
(noun) schreeuw, gil;
(verb) schreeuwen, gillen
Voorbeeld:
(verb) roepen, schreeuwen, bellen;
(noun) bezoek, oproep, telefoontje
Voorbeeld:
(trademark) Twitter;
(noun) getjilp, opwinding, agitatie;
(verb) tjilpen, kwetteren, kletsen
Voorbeeld:
(noun) kreet, geknor, voetsoldaat;
(verb) kreunen, knorren
Voorbeeld:
(noun) balk, gebrul, schel geluid;
(verb) balken, uitbazuinen, schreeuwen
Voorbeeld:
(verb) janken, jammeren, kwijnen;
(noun) gejank, gejammer, gekwijn
Voorbeeld:
(noun) klik;
(verb) klikken, duidelijk worden
Voorbeeld: