Vocabulaireverzameling Oneenigheid en Oppositie 6 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oneenigheid en Oppositie 6' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) patstelling, impasse;
(verb) patstellen, tot een impasse leiden
Voorbeeld:
(idiom) standhouden, vastberaden blijven
Voorbeeld:
(noun) patstelling, impasse, confrontatie
Voorbeeld:
(noun) knelpunt, struikelblok
Voorbeeld:
(verb) roeren, bewegen, opwekken;
(noun) beweging, opschudding
Voorbeeld:
(phrasal verb) oproeren, veroorzaken, omroeren
Voorbeeld:
(adjective) stormachtig, onstuimig, gepassioneerd
Voorbeeld:
(noun) strijd, onenigheid, twist
Voorbeeld:
(verb) worstelen, zich verzetten, zich inspannen;
(noun) worsteling, strijd, moeite
Voorbeeld:
(idiom) bezwaar maken tegen, het oneens zijn met
Voorbeeld:
(noun) klit, wirwar, verwarring;
(verb) verwarren, in de war brengen, verstrikt raken
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit elkaar scheuren, uit elkaar halen, verscheuren
Voorbeeld:
(adjective) doornig, stekelig, netelig
Voorbeeld:
(noun) ruzie, kibbelpartij, twist
Voorbeeld:
(noun) onruststoker, ruziezoeker
Voorbeeld:
(noun) turbulentie, onrust, verwarring
Voorbeeld:
(adjective) turbulent, onrustig, woelig
Voorbeeld:
(noun) territoriumoorlog, competentiestrijd
Voorbeeld:
(noun) worsteling, gevecht, ruzie;
(verb) worstelen, vechten, ruziemaken
Voorbeeld:
(adjective) onoverbrugbaar, onverzoenbaar
Voorbeeld:
(preposition) in tegenstelling tot, anders dan;
(adjective) ongebruikelijk voor, niet typerend voor
Voorbeeld:
(noun) onaangenaamheid, onplezierigheid
Voorbeeld:
(adjective) onopgelost, onbeslist, onbetaald
Voorbeeld:
(adjective) ongevoelig, onsympathiek
Voorbeeld:
(adverb) onsympathiek, onbegripvol
Voorbeeld:
(noun) oproer, tumult, lawaai
Voorbeeld:
(noun) vendetta, bloedwraak, bittere strijd
Voorbeeld:
(phrasal verb) ingrijpen, erop afgaan, er vol in gaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich mengen in, zich storten op, beginnen aan
Voorbeeld:
(noun) woordenstrijd, verbale strijd
Voorbeeld:
(phrase) met alle respect
Voorbeeld:
(adjective) slechtste;
(adverb) het slechtst, het ergst;
(noun) het slechtste, het ergste
Voorbeeld:
(noun) ruzie, geschil;
(verb) ruzie maken, bekvechten, drijven
Voorbeeld:
(noun) geharrewar, ruzie, getwist
Voorbeeld:
(exclamation) ja, tuurlijk, echt niet
Voorbeeld: