Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 14 - Doel van de zakenreis: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 14 - Doel van de zakenreis' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adverb) aan boord;
(preposition) aan boord
Voorbeeld:
(noun) vliegtuig, luchtvaartuig
Voorbeeld:
(noun) vliegticketprijs, vliegtarief
Voorbeeld:
(noun) gangpadstoel, plaats aan het gangpad
Voorbeeld:
(phrase) op reis zijn, op trip zijn
Voorbeeld:
(phrase) aan boord gaan van een vlucht, instappen
Voorbeeld:
(noun) boardinggate, gate
Voorbeeld:
(noun) instapkaart, boardingpass
Voorbeeld:
(noun) instaptijd, boardingtijd
Voorbeeld:
(phrase) per vliegtuig, door de lucht
Voorbeeld:
(noun) handbagage
Voorbeeld:
(noun) aansluitende vlucht, overstapvlucht
Voorbeeld:
(noun) bemanning, ploeg, team;
(verb) bemannen, als bemanningslid dienen
Voorbeeld:
(noun) cruise, zeereis;
(verb) cruisen, rijden met constante snelheid, rondrijden
Voorbeeld:
(noun) geldwissel, valutawissel
Voorbeeld:
(verb) drijven, waaien, dwalen;
(noun) drift, strekking, duin
Voorbeeld:
(noun) veerboot, pont;
(verb) overzetten, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) stewardess, steward
Voorbeeld:
(noun) vloeistof, fluïdum;
(adjective) vloeibaar, fluïde, vloeiend
Voorbeeld:
(noun) gastpas, bezoekerspas
Voorbeeld:
(noun) rondleiding, begeleide tour
Voorbeeld:
(noun) immigratie, inwijking, douane
Voorbeeld:
(adjective) tijdens de vlucht, aan boord
Voorbeeld:
(noun) landing, aanlanding, overloop
Voorbeeld:
(noun) oriëntatiepunt, herkenningspunt, mijlpaal;
(adjective) baanbrekend, historisch
Voorbeeld:
(noun) tussenstop, overstap
Voorbeeld:
(phrasal verb) vertrekken naar, afreizen naar
Voorbeeld:
(noun) line-up, opstelling, programma
Voorbeeld:
(noun) kofferlabel, bagagelabel
Voorbeeld:
(noun) vasteland;
(adjective) vastelands, continentaal
Voorbeeld:
(noun) vermistte bagage, verloren bagage
Voorbeeld:
(noun) inwoner, autochtoon;
(adjective) oorspronkelijk, moeder-, geboorte-
Voorbeeld:
(noun) uitkijktoren, observatietoren
Voorbeeld:
(verb) overboeken
Voorbeeld:
(noun) bagagerek, bagagenet
Voorbeeld:
(adverb) overzee, naar het buitenland;
(adjective) overzees, buitenlands
Voorbeeld:
(noun) haven, port, portwijn;
(verb) dragen, vervoeren, naar bakboord draaien
Voorbeeld:
(noun) portier, drager, porter (bier)
Voorbeeld:
(verb) terugvorderen, terugkrijgen, terugwinnen
Voorbeeld:
(phrase) de boot roeien
Voorbeeld:
(phrasal verb) tussenstop maken, overnachten;
(noun) tussenstop, overnachting
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitdoen, afdoen, opstijgen
Voorbeeld:
(phrase) zijn tas afdoen, zijn tas afnemen
Voorbeeld:
(noun) treinconducteur
Voorbeeld:
(noun) reisbureau
Voorbeeld:
(verb) lossen, uitladen, ontladen
Voorbeeld:
(verb) ontgrendelen, openen, ontrafelen
Voorbeeld:
(noun) stadswandeling, wandeltocht
Voorbeeld:
(adjective) ver, afgelegen, afstandelijk
Voorbeeld:
(noun) gunst, plezier, voorkeur;
(verb) voorkeur geven aan, bevoordelen, gunnen
Voorbeeld:
(adverb) boven, bovenhoofds;
(adjective) bovenliggend, bovenhoofds;
(noun) overheadkosten, vaste kosten
Voorbeeld:
(plural noun) overblijfselen, resten, stoffelijke resten;
(verb) blijven, overblijven, resten
Voorbeeld:
(adjective) afgelegen, ver, gering;
(noun) afstandsbediening
Voorbeeld:
(adverb) terecht, correct, met reden
Voorbeeld:
(noun) reisarrangementen, reisvoorbereidingen
Voorbeeld:
(verb) accumuleren, ophopen, verzamelen
Voorbeeld:
(adjective) geografisch
Voorbeeld:
(phrase) door de douane gaan
Voorbeeld:
(noun) jetlag
Voorbeeld:
(adjective) memorabel, onvergetelijk
Voorbeeld:
(noun) monument, gedenkteken, herinnering;
(adjective) gedenk, herdenkings
Voorbeeld:
(adverb) precies, nauwkeurig, juist
Voorbeeld:
(noun) retour, heen- en terugreis;
(adjective) retour, heen en terug
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegrennen, ontvluchten, uit de hand lopen
Voorbeeld:
(noun) zeeziekte
Voorbeeld:
(noun) voorstadstreinlijn, pendeltreinlijn
Voorbeeld:
(noun) zeereis, ruimtereis, reis;
(verb) reizen, varen, een reis maken
Voorbeeld:
(noun) wilde dieren, fauna
Voorbeeld: