Vocabulaireverzameling Overtuiging en overeenkomst in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overtuiging en overeenkomst' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) instemmen, toestemmen, inwilligen
Voorbeeld:
(verb) instemmen, toestemmen
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(verb) duiden op, verraden, aangeven
Voorbeeld:
(noun) gelaat, gezichtsuitdrukking;
(verb) gedogen, toestaan
Voorbeeld:
(verb) aarzelen, bezwaar maken;
(noun) bezwaar, aarzeling
Voorbeeld:
(verb) lokken, verleiden, aantrekken
Voorbeeld:
(verb) insinueren, suggereren, zich indringen
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, overbodig, irrelevant;
(verb) bespreken, opperen;
(noun) pleitwedstrijd, oefenrechtbank
Voorbeeld:
(adjective) snel, prompt, onmiddellijk;
(noun) aanzet, aanwijzing, prompt;
(verb) aanzetten, aanmoedigen, uitlokken
Voorbeeld:
(verb) beïnvloeden, manipuleren, omkopen
Voorbeeld:
(phrasal verb) overhalen, overtuigen
Voorbeeld:
(verb) intrekken, herroepen, annuleren
Voorbeeld:
(noun) scheur, breuk, scheuring;
(verb) scheuren, breken
Voorbeeld:
(adjective) oorlogszuchtig, strijdlustig
Voorbeeld:
(noun) overredingskracht, aansporing, vleierij;
(verb) overhalen, aansporen, vleien
Voorbeeld:
(adjective) indicatief, aanduidend, aantonende wijs;
(noun) aantonende wijs
Voorbeeld:
(adjective) strijdlustig, vechtlustig, agressief
Voorbeeld:
(adjective) stilzwijgend, impliciet
Voorbeeld:
(adjective) onbetwist, oncontroversieel, onomstreden
Voorbeeld:
(noun) intrekking, opheffing
Voorbeeld:
(noun) connotatie, bijklank
Voorbeeld:
(plural noun) vleierijen, complimenten, lokmiddelen
Voorbeeld:
(noun) welwillendheid, tegemoetkomendheid, inschikkelijkheid
Voorbeeld:
(noun) divergentie, afwijking, uiteenlopendheid
Voorbeeld:
(noun) aansporing, vermaning, oproep
Voorbeeld:
(noun) tirade, scheldkanonnade, donderpreek;
(verb) tiraderen, schelden, donderpreken
Voorbeeld:
(noun) verleiding, bekoring, lokmiddel
Voorbeeld:
(noun) bekrachtiging, ratificatie
Voorbeeld:
(noun) goedkeuring, instemming, lof
Voorbeeld:
(noun) unanimiteit, eenstemmigheid
Voorbeeld:
(noun) vete, ruzie, geschil;
(verb) ruzie maken, vetes hebben, twisten
Voorbeeld:
(noun) strijd, gevecht, ruzie;
(verb) rafelen, verslijten, uit elkaar vallen
Voorbeeld:
(noun) impasse, doodlopende weg
Voorbeeld:
(noun) scheuring, schisma
Voorbeeld:
(noun) schermutseling, gevechtje, ruzie;
(verb) schermutselen, vechten
Voorbeeld:
(noun) vendetta, bloedwraak, bittere strijd
Voorbeeld: