Vocabulaireverzameling Verstandelijke bekwaamheid en verstandelijke beperking in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Verstandelijke bekwaamheid en verstandelijke beperking' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) ambitie, streven, machtshonger
Voorbeeld:
(noun) gril, opwelling, bevlieging
Voorbeeld:
(noun) competentie, bekwaamheid
Voorbeeld:
(noun) acuutheid, ernst, scherpte
Voorbeeld:
(noun) initiatief, daadkracht, plan
Voorbeeld:
(noun) voorzorgsmaatregel, voorzorg
Voorbeeld:
(noun) psyche, ziel, geest
Voorbeeld:
(verb) herinneren, terugroepen, intrekken;
(noun) herinnering, terugroeping, terugroepactie
Voorbeeld:
(verb) herinneren, zich herinneren
Voorbeeld:
(verb) improviseren, uit de mouw schudden, uitvinden
Voorbeeld:
(verb) afleiden, afwenden
Voorbeeld:
(verb) vertrouwd maken, bekend maken
Voorbeeld:
(verb) voorspellen, voorzeggen
Voorbeeld:
(verb) voorzien, voorspellen
Voorbeeld:
(verb) acht slaan op, gehoor geven aan;
(noun) aandacht, acht
Voorbeeld:
(adjective) beïnvloedbaar, impressionabel
Voorbeeld:
(adjective) ondoordringbaar, waterdicht, ongevoelig
Voorbeeld:
(adjective) bewust, op de hoogte
Voorbeeld:
(adjective) scherpzinnig, astute, slim
Voorbeeld:
(noun) inzicht, verstand, kennis;
(adjective) slim, onderlegd, bekwaam;
(verb) begrijpen, vatten
Voorbeeld:
(adjective) schrander, wijs, pienter
Voorbeeld:
(adjective) scherpzinnig, sluw, verstandig
Voorbeeld:
(adjective) voelend, bewust
Voorbeeld:
(adjective) bewust, bij bewustzijn, opzettelijk
Voorbeeld:
(adjective) scherpzinnig, inzichtelijk, waarnemend
Voorbeeld:
(adjective) fantasierijk, inventief, creatief
Voorbeeld:
(noun) inzicht, scherpzinnigheid
Voorbeeld:
(noun) oplettendheid, aandacht, attentheid
Voorbeeld:
(noun) waakzaamheid, alertheid
Voorbeeld:
(noun) inferentie, conclusie, gevolgtrekking
Voorbeeld:
(noun) cognitie, kennisverwerving
Voorbeeld:
(noun) aftrek, korting, deductie
Voorbeeld:
(noun) faciliteit, voorziening, aanleg
Voorbeeld:
(noun) instinct, oerdrift, intuïtie
Voorbeeld:
(noun) intuïtie, gevoel
Voorbeeld:
(noun) genialiteit, begaafdheid, genie
Voorbeeld:
(adjective) onderbewust;
(noun) onderbewustzijn
Voorbeeld:
(noun) aspiratie, ambitie, streven
Voorbeeld:
(noun) onvoorzichtigheid, onbezonnenheid
Voorbeeld:
(noun) dwaasheid, onzin, folly
Voorbeeld:
(noun) trance, hypnotische toestand, roes;
(verb) hypnotiseren, in trance brengen, betoveren
Voorbeeld:
(noun) onwetendheid, onbekendheid
Voorbeeld:
(noun) waanidee, waanvoorstelling, waan
Voorbeeld:
(noun) delirium, ijlen, extase
Voorbeeld:
(noun) waanzin, krankzinnigheid
Voorbeeld:
(noun) onvermogen, ongeschiktheid
Voorbeeld:
(noun) hallucinatie, waanbeeld
Voorbeeld:
(noun) misvatting, dwaalredenering, foutieve aanname
Voorbeeld:
(noun) misvatting, verkeerde opvatting
Voorbeeld:
(noun) verwaarlozing, nalatigheid;
(verb) verwaarlozen, nalaten
Voorbeeld:
(verb) negeren, veronachtzamen;
(noun) veronachtzaming, minachting
Voorbeeld:
(verb) misinterpreteren, verkeerd opvatten
Voorbeeld:
(verb) over het hoofd zien, negeren, uitkijken op;
(noun) uitzichtpunt, uitkijkpunt
Voorbeeld:
(adjective) onbewust, zich niet bewust van, onachtzaam
Voorbeeld:
(adjective) gestoord, krankzinnig
Voorbeeld:
(adjective) bewusteloos, ongevoelig, onbewust
Voorbeeld:
(adjective) naïef, onnozel
Voorbeeld: