Avatar of Vocabulary Set Soorten Financiële Transacties

Vocabulaireverzameling Soorten Financiële Transacties in Financiën en Bankwezen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Soorten Financiële Transacties' in 'Financiën en Bankwezen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

deposit

/dɪˈpɑː.zɪt/

(noun) storting, deposito, aanbetaling;

(verb) deponeren, neerleggen, afzetten

Voorbeeld:

I made a large deposit into my savings account.
Ik heb een grote storting gedaan op mijn spaarrekening.

withdrawal

/wɪðˈdrɑː.əl/

(noun) terugtrekking, intrekking, opname

Voorbeeld:

The withdrawal of troops from the region was completed.
De terugtrekking van troepen uit de regio was voltooid.

transfer

/ˈtræns.fɝː/

(verb) overdragen, overbrengen, verplaatsen;

(noun) overdracht, overplaatsing, verplaatsing

Voorbeeld:

Please transfer the files to the new folder.
Gelieve de bestanden naar de nieuwe map te verplaatsen.

payment

/ˈpeɪ.mənt/

(noun) betaling, afrekening, bedrag

Voorbeeld:

The payment is due by the end of the month.
De betaling is verschuldigd tegen het einde van de maand.

loan

/loʊn/

(noun) lening, krediet;

(verb) lenen, uitlenen

Voorbeeld:

She took out a bank loan to buy a new car.
Ze sloot een banklening af om een nieuwe auto te kopen.

investment

/ɪnˈvest.mənt/

(noun) investering, belegging, waardevolle aankoop

Voorbeeld:

His investment in the stock market paid off handsomely.
Zijn investering in de aandelenmarkt heeft zich ruimschoots uitbetaald.

mortgage

/ˈmɔːr.ɡɪdʒ/

(noun) hypotheek;

(verb) verhypothekeren

Voorbeeld:

They took out a mortgage to buy their new house.
Ze sloten een hypotheek af om hun nieuwe huis te kopen.

foreclosure

/fɔːrˈkloʊ.ʒɚ/

(noun) executie, gedwongen verkoop

Voorbeeld:

The bank initiated foreclosure proceedings after three missed payments.
De bank startte de executieprocedure na drie gemiste betalingen.

interest

/ˈɪn.trɪst/

(noun) interesse, aandacht, rente;

(verb) interesseren, boeien

Voorbeeld:

She showed great interest in the new project.
Ze toonde grote interesse in het nieuwe project.

principal

/ˈprɪn.sə.pəl/

(noun) directeur, schoolhoofd, hoofdsom;

(adjective) voornaamste, belangrijkste, hoofd-

Voorbeeld:

The principal announced the new school policy.
De directeur kondigde het nieuwe schoolbeleid aan.

insurance

/ɪnˈʃɝː.əns/

(noun) verzekering, verzekeringswezen

Voorbeeld:

I need to get car insurance before I can drive.
Ik moet een autoverzekering afsluiten voordat ik kan rijden.

premium

/ˈpriː.mi.əm/

(noun) premie, toeslag;

(adjective) premium, hoogwaardig

Voorbeeld:

There's a premium for express delivery.
Er is een toeslag voor expreslevering.

claim

/kleɪm/

(verb) beweren, aanspraak maken op, opeisen;

(noun) bewering, claim, aanspraak

Voorbeeld:

He claims to be a direct descendant of the king.
Hij beweert een directe afstammeling van de koning te zijn.

policy

/ˈpɑː.lə.si/

(noun) beleid, richtlijn, polis

Voorbeeld:

The company has a strict policy against harassment.
Het bedrijf heeft een strikt beleid tegen intimidatie.

dividend

/ˈdɪv.ə.dend/

(noun) dividend, winstuitkering, deeltal

Voorbeeld:

The company announced a quarterly dividend of 50 cents per share.
Het bedrijf kondigde een kwartaaldividend van 50 cent per aandeel aan.

stock

/stɑːk/

(noun) voorraad, goederen, aandeel;

(verb) voorraad hebben, op voorraad houden;

(adjective) op voorraad, beschikbaar

Voorbeeld:

The store has a large stock of electronics.
De winkel heeft een grote voorraad elektronica.

bond

/bɑːnd/

(noun) band, verbinding, obligatie;

(verb) binden, hechten, een band opbouwen

Voorbeeld:

The prisoner was held by a strong bond.
De gevangene werd vastgehouden door een sterke band.

portfolio

/ˌpɔːrtˈfoʊ.li.oʊ/

(noun) portfolio, map, beleggingsportefeuille

Voorbeeld:

She carried her artwork in a large portfolio.
Ze droeg haar kunstwerken in een grote portfolio.

asset

/ˈæs.et/

(noun) aanwinst, troef, activa

Voorbeeld:

Her experience is a great asset to the team.
Haar ervaring is een grote aanwinst voor het team.

liability

/ˌlaɪ.əˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) aansprakelijkheid, verantwoordelijkheid, last

Voorbeeld:

The company accepted full liability for the accident.
Het bedrijf aanvaardde de volledige aansprakelijkheid voor het ongeval.

equity

/ˈek.wə.t̬i/

(noun) billijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid

Voorbeeld:

The company is committed to ensuring equity in its hiring practices.
Het bedrijf zet zich in voor billijkheid in zijn aanwervingspraktijken.

profit

/ˈprɑː.fɪt/

(noun) winst, profijt, voordeel;

(verb) profiteren, winst maken, baten

Voorbeeld:

The company reported a significant profit this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijke winst.

loss

/lɑːs/

(noun) verlies, tekort

Voorbeeld:

The company reported a significant financial loss this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijk financieel verlies.

exchange rate

/ɪksˈtʃeɪndʒ reɪt/

(noun) wisselkoers

Voorbeeld:

The exchange rate between the dollar and the euro fluctuates daily.
De wisselkoers tussen de dollar en de euro fluctueert dagelijks.

stock market

/ˈstɑːk ˌmɑːr.kɪt/

(noun) aandelenmarkt, beurs

Voorbeeld:

The stock market closed higher today.
De aandelenmarkt sloot vandaag hoger.

stock exchange

/ˈstɑːk ɪksˌtʃeɪndʒ/

(noun) beurs, effectenbeurs

Voorbeeld:

The stock exchange closed early due to the holiday.
De beurs sloot vroeg vanwege de feestdag.

market order

/ˈmɑːrkɪt ˌɔːrdər/

(noun) marktorder

Voorbeeld:

He placed a market order to buy 100 shares of the stock.
Hij plaatste een marktorder om 100 aandelen van het aandeel te kopen.

limit order

/ˈlɪmɪt ˌɔːrdər/

(noun) limietorder

Voorbeeld:

He placed a limit order to buy 100 shares at $50.
Hij plaatste een limietorder om 100 aandelen te kopen voor $50.

short selling

/ˈʃɔːrt ˌsel.ɪŋ/

(noun) short selling, short gaan

Voorbeeld:

He made a fortune through short selling during the market downturn.
Hij verdiende een fortuin met short selling tijdens de marktdaling.

derivative

/dɪˈrɪv.ə.t̬ɪv/

(noun) afgeleide, derivaat, derivaten;

(adjective) afgeleid, derivatief

Voorbeeld:

His new song is a derivative of an old folk tune.
Zijn nieuwe lied is een afgeleide van een oude volksmelodie.

hedge fund

/ˈhedʒ ˌfʌnd/

(noun) hedgefonds

Voorbeeld:

He works for a prominent hedge fund in New York.
Hij werkt voor een prominent hedgefonds in New York.

annuity

/əˈnjuː.ə.t̬i/

(noun) annuïteit, jaarlijkse uitkering

Voorbeeld:

She receives an annuity from her retirement fund.
Zij ontvangt een annuïteit uit haar pensioenfonds.

index fund

/ˈɪn.deks ˌfʌnd/

(noun) indexfonds

Voorbeeld:

Investing in an index fund is often recommended for long-term growth.
Investeren in een indexfonds wordt vaak aanbevolen voor langetermijngroei.

commodity

/kəˈmɑː.də.t̬i/

(noun) grondstof, handelswaar, goed

Voorbeeld:

Oil is a valuable commodity in the global market.
Olie is een waardevolle grondstof op de wereldmarkt.

futures

/ˈfjuː.tʃərz/

(plural noun) futures

Voorbeeld:

He trades in corn futures.
Hij handelt in maïsfutures.

option

/ˈɑːp.ʃən/

(noun) optie, keuze, koopoptie

Voorbeeld:

You have two options: stay or leave.
Je hebt twee opties: blijven of weggaan.

assets under management

/ˈæs.ɛts ˌʌn.dər ˈmæn.ɪdʒ.mənt/

(noun) beheerde activa

Voorbeeld:

The firm reported a significant increase in assets under management this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijke toename van de beheerde activa.

initial public offering

/ɪˌnɪʃ.əl ˌpʌb.lɪk ˈɔːf.ər.ɪŋ/

(noun) eerste openbare aanbieding, beursgang

Voorbeeld:

The tech startup announced its initial public offering next month.
De tech-startup kondigde volgende maand zijn eerste openbare aanbieding aan.

net asset value

/ˌnet ˈæs.et ˌvæl.juː/

(noun) netto-inventariswaarde, intrinsieke waarde

Voorbeeld:

The mutual fund's net asset value increased significantly last quarter.
De netto-inventariswaarde van het beleggingsfonds is het afgelopen kwartaal aanzienlijk gestegen.

capital gain

/ˈkæp.ɪ.təl ˌɡeɪn/

(noun) vermogenswinst

Voorbeeld:

He made a significant capital gain from selling his shares.
Hij behaalde een aanzienlijke vermogenswinst uit de verkoop van zijn aandelen.

capital loss

/ˈkæp.ɪ.təl ˌlɔːs/

(noun) kapitaalverlies

Voorbeeld:

He reported a significant capital loss on his stock portfolio this year.
Hij rapporteerde dit jaar een aanzienlijk kapitaalverlies op zijn aandelenportefeuille.

diversification

/dɪˌvɝː.sə.fəˈkeɪ.ʃən/

(noun) diversificatie, spreiding, diversificatie van beleggingen

Voorbeeld:

The company's diversification strategy included expanding into new markets.
De diversificatiestrategie van het bedrijf omvatte uitbreiding naar nieuwe markten.

risk management

/ˈrɪsk ˌmæn.ədʒ.mənt/

(noun) risicobeheer

Voorbeeld:

Effective risk management is crucial for business success.
Effectief risicobeheer is cruciaal voor zakelijk succes.

financial statement

/faɪˈnæn.ʃəl ˈsteɪt.mənt/

(noun) financiële verklaring, jaarrekening

Voorbeeld:

The company's financial statement showed a significant profit increase.
De financiële verklaring van het bedrijf toonde een aanzienlijke winststijging.

annual report

/ˈæn.ju.əl rɪˌpɔːrt/

(noun) jaarverslag

Voorbeeld:

The company published its annual report last week.
Het bedrijf publiceerde vorige week zijn jaarverslag.

income statement

/ˈɪnkʌm ˌsteɪtmənt/

(noun) resultatenrekening, winst- en verliesrekening

Voorbeeld:

The accountant prepared the income statement for the last quarter.
De accountant stelde de resultatenrekening op voor het laatste kwartaal.

balance sheet

/ˈbæl.əns ˌʃiːt/

(noun) balans

Voorbeeld:

The accountant prepared the company's balance sheet for the end of the fiscal year.
De accountant stelde de balans van het bedrijf op voor het einde van het fiscale jaar.

cash flow statement

/kæʃ ˈfloʊ ˌsteɪtmənt/

(noun) kasstroomoverzicht

Voorbeeld:

The accountant prepared the cash flow statement to analyze the company's liquidity.
De accountant stelde de kasstroomoverzicht op om de liquiditeit van het bedrijf te analyseren.

audit

/ˈɑː.dɪt/

(noun) audit, controle;

(verb) auditen, controleren

Voorbeeld:

The company is undergoing a financial audit this month.
Het bedrijf ondergaat deze maand een financiële audit.

taxation

/tækˈseɪ.ʃən/

(noun) belasting, belastingheffing

Voorbeeld:

The government announced new taxation policies to fund public services.
De regering kondigde nieuwe belastingbeleid aan om openbare diensten te financieren.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland