Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter R in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter R' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) raciaal, ras-
Voorbeeld:
(noun) racisme
Voorbeeld:
(noun) racist;
(adjective) racistisch
Voorbeeld:
(noun) straling, emissie, uitstraling
Voorbeeld:
(noun) rail, leuning, spoor;
(verb) van een reling voorzien, omheinen, per spoor vervoeren
Voorbeeld:
(adjective) willekeurig, toevallig, onbekend
Voorbeeld:
(noun) rat, verrader, klikspaan;
(verb) verraden, klikken
Voorbeeld:
(noun) waardering, classificatie, kijkcijfers
Voorbeeld:
(adverb) redelijk, verstandig, tamelijk
Voorbeeld:
(verb) herbouwen, wederopbouwen, herstellen
Voorbeeld:
(noun) ontvanger, hoorn, receiver
Voorbeeld:
(noun) recessie, economische neergang, terugtrekking
Voorbeeld:
(verb) schatten, berekenen, denken
Voorbeeld:
(noun) erkenning, herkenning
Voorbeeld:
(noun) herstel, genezing, terugvordering
Voorbeeld:
(noun) rekruut, dienstplichtige, nieuwe medewerker;
(verb) rekruteren, werven, vormen
Voorbeeld:
(noun) werving, rekrutering
Voorbeeld:
(noun) scheidsrechter, arbiter;
(verb) scheidsrechteren, leiden
Voorbeeld:
(noun) vluchteling
Voorbeeld:
(noun) registratie, inschrijving, registratiebewijs
Voorbeeld:
(verb) regelen, reguleren, beheersen
Voorbeeld:
(verb) versterken, verstevigen, aanvullen
Voorbeeld:
(verb) verlichten, verzachten, aflossen
Voorbeeld:
(adjective) opgelucht
Voorbeeld:
(adjective) opmerkelijk, bijzonder, uitzonderlijk
Voorbeeld:
(adverb) opmerkelijk, merkwaardig
Voorbeeld:
(noun) verslaggeving, rapportage;
(verb) rapporteren, verslag doen
Voorbeeld:
(verb) aftreden, ontslag nemen, berusten in
Voorbeeld:
(noun) resolutie, voornemen, oplossing
Voorbeeld:
(verb) herstellen, terugbrengen, teruggeven
Voorbeeld:
(verb) beperken, inperken, begrenzen
Voorbeeld:
(noun) beperking, restrictie, insnoering
Voorbeeld:
(noun) detailhandel, retail;
(verb) verkopen, detailhandelen;
(adjective) detailhandel, retail
Voorbeeld:
(noun) pensioen, aftreden, pensioenperiode
Voorbeeld:
(noun) inkomsten, omzet
Voorbeeld:
(noun) revisie, herziening, aanpassing
Voorbeeld:
(adjective) belachelijk, absurd
Voorbeeld:
(adjective) risicovol, gevaarlijk
Voorbeeld:
(noun) rivaal, concurrent;
(verb) evenaren, concurreren met;
(adjective) rivaliserend, concurrerend
Voorbeeld:
(verb) beroven, overvallen, ontnemen
Voorbeeld:
(noun) overval, roof
Voorbeeld:
(noun) raket, rucola;
(verb) omhoogschieten, snel stijgen
Voorbeeld:
(noun) romantiek, romance, liefdesverhaal;
(verb) romantiseren, verleiden
Voorbeeld:
(noun) roos;
(verb) rees, steeg
Voorbeeld:
(adverb) ongeveer, ruwweg, ruw
Voorbeeld:
(noun) ruïne, ondergang, verwoesting;
(verb) ruïneren, verwoesten, verpesten
Voorbeeld: