Vocabulaireverzameling B2 - Letter F in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter F' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) faciliteit, voorziening, aanleg
Voorbeeld:
(noun) falen, mislukking, nalatigheid
Voorbeeld:
(noun) vertrouwen, geloof, religie
Voorbeeld:
(noun) fout, gebrek, schuld;
(verb) bekritiseren, aanmerken
Voorbeeld:
(noun) gunst, plezier, voorkeur;
(verb) begunstigen, voorkeur geven aan
Voorbeeld:
(noun) veer;
(verb) bevederen, verzachten
Voorbeeld:
(noun) vergoeding, kosten, honorarium;
(verb) betalen, kosten in rekening brengen
Voorbeeld:
(verb) voeden, voeren, toevoeren;
(noun) voeding, voer, feed
Voorbeeld:
(noun) feedback, terugkoppeling
Voorbeeld:
(verb) voelen, aanraken, vinden;
(noun) gevoel, aanraking, intuïtie
Voorbeeld:
(noun) kerel, vent, fellow;
(adjective) mede, collega
Voorbeeld:
(noun) cijfer, getal, figuur;
(verb) denken, verwachten, uitvinden
Voorbeeld:
(noun) map, dossier, bestand;
(verb) archiveren, ordenen, indienen
Voorbeeld:
(noun) financiering, financiën, geldzaken;
(verb) financieren, bekostigen
Voorbeeld:
(noun) vinding, ontdekking, bevinding
Voorbeeld:
(adjective) stevig, vast, standvastig;
(noun) bedrijf, firma;
(verb) verstevigen, harder maken
Voorbeeld:
(verb) repareren, herstellen, bevestigen;
(noun) oplossing, reparatie, dosis
Voorbeeld:
(noun) vlam, geliefde;
(verb) vlammen, branden, afbranden
Voorbeeld:
(noun) flits, bliksem, opwelling;
(verb) flitsen, schijnen, tonen;
(adjective) flitsend, plotseling
Voorbeeld:
(adjective) flexibel, buigzaam, aanpasbaar
Voorbeeld:
(verb) drijven, zweven, laten zweven;
(noun) dobber, vlotter, praalwagen
Voorbeeld:
(verb) vouwen, opvouwen, failliet gaan;
(noun) vouw, kudde, groep
Voorbeeld:
(noun) vouwen, onderroeren;
(adjective) opvouwbaar, vouw-
Voorbeeld:
(adjective) volgend, daaropvolgend;
(noun) aanhang, volgers, publiek;
(preposition) na, volgend op
Voorbeeld:
(verb) vergeven, kwijtschelden
Voorbeeld:
(adjective) voormalig, oud, eerste
Voorbeeld:
(noun) fortuin, rijkdom, geluk
Voorbeeld:
(adverb) vooruit, naar voren, verder;
(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;
(verb) doorsturen, verzenden;
(noun) aanvaller, spits
Voorbeeld:
(verb) oprichten, stichten;
(past tense) vond, gevonden
Voorbeeld:
(adjective) vrij, onafhankelijk, gratis;
(verb) bevrijden, vrijlaten;
(adverb) gratis, kosteloos
Voorbeeld:
(noun) vrijheid, vrijlating, bevrijding
Voorbeeld:
(noun) frequentie, regelmaat, golflengte
Voorbeeld:
(noun) brandstof, voeding, stimulans;
(verb) tanken, van brandstof voorzien, aanwakkeren
Voorbeeld:
(adverb) volledig, helemaal, uitgebreid
Voorbeeld:
(noun) functie, doel, bijeenkomst;
(verb) functioneren, werken
Voorbeeld:
(noun) fonds, kapitaal, voorraad;
(verb) financieren, bekostigen
Voorbeeld:
(adjective) fundamenteel, essentieel;
(noun) grondbeginselen, basisprincipes
Voorbeeld:
(noun) financiering, geldmiddelen
Voorbeeld:
(adverb) bovendien, verder
Voorbeeld: