Vocabulaireverzameling Top 1 - 25 Verbs in 500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 1 - 25 Verbs' in '500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) zijn, bestaan, worden;
(noun) wezen, bestaan
Voorbeeld:
(verb) hebben, bezitten, ervaren;
(auxiliary verb) hulpwerkwoord
Voorbeeld:
(verb) doen, uitvoeren, voltooien;
(auxiliary verb) hulpwerkwoord, benadrukken;
(noun) feest, evenement, kapsel
Voorbeeld:
(verb) krijgen, verkrijgen, ontvangen;
(noun) opbrengst, vangst
Voorbeeld:
(verb) weten, kennen, bekend zijn met
Voorbeeld:
(verb) gaan, werken, functioneren;
(noun) poging, beurt;
(adjective) klaar, gereed;
(exclamation) gaan, kom op
Voorbeeld:
(verb) zeggen, uitspreken, betekenen;
(noun) zegje, inspraak
Voorbeeld:
(verb) maken, bereiden, doen;
(noun) makelij, merk
Voorbeeld:
(verb) denken, vinden, nadenken;
(noun) gedachte, overweging
Voorbeeld:
(verb) zien, waarnemen, begrijpen;
(noun) bisdom, zetel;
(exclamation) zie, begrijp
Voorbeeld:
(verb) willen, behoeven, ontbreken;
(noun) gebrek, behoefte
Voorbeeld:
(verb) nemen, pakken, brengen;
(noun) opname, shot, greep
Voorbeeld:
(verb) kijken, zoeken, lijken;
(noun) blik, uitstraling, uiterlijk
Voorbeeld:
(verb) gebruiken, benutten, uitbuiten;
(noun) gebruik, toepassing, nut
Voorbeeld:
(verb) laten, toestaan, let;
(noun) huur, verhuur
Voorbeeld:
(verb) komen, klaarkomen, orgasme hebben
Voorbeeld:
(verb) nodig hebben, moeten;
(noun) behoefte, noodzaak
Voorbeeld:
(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn;
(adjective) gemeen, vals, gierig;
(noun) gemiddelde
Voorbeeld:
(verb) geven, schenken, afgeven;
(noun) rek, elasticiteit
Voorbeeld:
(noun) start, begin;
(verb) beginnen, starten, opzetten
Voorbeeld:
(verb) proberen, uitproberen, testen;
(noun) poging, proef
Voorbeeld:
(verb) praten, spreken, lezing geven;
(noun) gesprek, praatje, lezing
Voorbeeld:
(noun) werk, arbeid, taak;
(verb) werken, arbeiden, functioneren
Voorbeeld:
(verb) voelen, aanraken, vinden;
(noun) gevoel, aanraking, intuïtie
Voorbeeld:
(verb) vertellen, zeggen, onderscheiden;
(noun) teken, aanwijzing
Voorbeeld: