Avatar of Vocabulary Set Grammatica 2

Vocabulaireverzameling Grammatica 2 in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Grammatica 2' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

ending

/ˈen.dɪŋ/

(noun) einde, slot, uitgang

Voorbeeld:

The movie had a surprising ending.
De film had een verrassend einde.

etymological

/ˌet̬.ɪ.məˈlɑː.dʒɪ.kəl/

(adjective) etymologisch

Voorbeeld:

The dictionary includes extensive etymological notes for each word.
Het woordenboek bevat uitgebreide etymologische aantekeningen voor elk woord.

etymology

/ˌet̬.ɪˈmɑː.lə.dʒi/

(noun) etymologie, woordherkomst

Voorbeeld:

The etymology of the word 'hello' is quite interesting.
De etymologie van het woord 'hallo' is vrij interessant.

exclamation

/ˌek.skləˈmeɪ.ʃən/

(noun) uitroep, exclamatie

Voorbeeld:

“Oh no!” was her only exclamation as the vase fell.
“Oh nee!” was haar enige uitroep toen de vaas viel.

feminine

/ˈfem.ə.nɪn/

(adjective) vrouwelijk

Voorbeeld:

She has a very gentle and feminine voice.
Ze heeft een heel zachte en vrouwelijke stem.

form

/fɔːrm/

(noun) vorm, soort, formulier;

(verb) vormen, creëren, ontstaan

Voorbeeld:

Water can exist in solid, liquid, or gaseous form.
Water kan bestaan in vaste, vloeibare of gasvormige vorm.

future tense

/ˈfjuː.tʃər ˌtens/

(noun) toekomende tijd

Voorbeeld:

In English, the future tense is often formed with 'will' or 'shall'.
In het Engels wordt de toekomende tijd vaak gevormd met 'will' of 'shall'.

gender

/ˈdʒen.dɚ/

(noun) gender, geslacht;

(verb) genderen, geslachtelijk maken

Voorbeeld:

The company is committed to promoting gender equality in the workplace.
Het bedrijf zet zich in voor het bevorderen van gendergelijkheid op de werkplek.

gender-neutral

/ˈdʒen.dərˌnuː.trəl/

(adjective) genderneutraal

Voorbeeld:

The company adopted a gender-neutral dress code.
Het bedrijf heeft een genderneutrale kledingcode aangenomen.

genitive

/ˈdʒen.ə.t̬ɪv/

(adjective) genitief, bezitsvorm;

(noun) genitief

Voorbeeld:

In English, the apostrophe 's' is often used to form the genitive case, as in 'John's book'.
In het Engels wordt de apostrof 's' vaak gebruikt om de genitief te vormen, zoals in 'Johns boek'.

gerund

/ˈdʒer.ənd/

(noun) gerundium

Voorbeeld:

The word 'swimming' is a gerund in the sentence 'Swimming is good exercise.'
Het woord 'swimming' is een gerundium in de zin 'Swimming is good exercise.'

grammar

/ˈɡræm.ɚ/

(noun) grammatica, taalstructuur, grammaticaboek

Voorbeeld:

She has an excellent grasp of English grammar.
Ze heeft een uitstekende beheersing van de Engelse grammatica.

grammatical

/ɡrəˈmæt̬.ɪ.kəl/

(adjective) grammaticaal

Voorbeeld:

The sentence you wrote is perfectly grammatical.
De zin die je schreef is perfect grammaticaal.

idiomatic

/ˌɪd.i.əˈmæt̬.ɪk/

(adjective) idiomatisch, taaleigen

Voorbeeld:

Her English is very fluent and idiomatic.
Haar Engels is erg vloeiend en idiomatisch.

imperative

/ɪmˈper.ə.t̬ɪv/

(adjective) noodzakelijk, cruciaal, dringend;

(noun) noodzaak, gebod, gebiedende wijs

Voorbeeld:

It is imperative that we act now.
Het is noodzakelijk dat we nu handelen.

indefinite article

/ɪnˈdɛfɪnɪt ˈɑːrtɪkl/

(noun) onbepaald lidwoord

Voorbeeld:

In the sentence 'I saw a dog,' 'a' is an indefinite article.
In de zin 'Ik zag een hond,' is 'een' een onbepaald lidwoord.

independent clause

/ˌɪndɪˈpendənt klɔːz/

(noun) onafhankelijke zin, hoofdzin

Voorbeeld:

An independent clause expresses a complete thought.
Een onafhankelijke zin drukt een complete gedachte uit.

indicative

/ɪnˈdɪk.ə.t̬ɪv/

(adjective) indicatief, aanduidend, aantonende wijs;

(noun) aantonende wijs

Voorbeeld:

His poor performance is indicative of a lack of effort.
Zijn slechte prestaties zijn indicatief voor een gebrek aan inspanning.

indirect object

/ɪnˌdaɪ.rekt ˈɑːb.dʒekt/

(noun) indirect object

Voorbeeld:

In the sentence 'She gave him a book,' 'him' is the indirect object.
In de zin 'Zij gaf hem een boek,' is 'hem' het indirect object.

indirect speech

/ɪnˌdaɪ.rekt ˈspiːtʃ/

(noun) indirecte rede, gerapporteerde rede

Voorbeeld:

When reporting a conversation, you often use indirect speech.
Bij het rapporteren van een gesprek gebruik je vaak indirecte rede.

infinitive

/ɪnˈfɪn.ə.t̬ɪv/

(noun) infinitief

Voorbeeld:

In the sentence 'I want to go home,' 'to go' is an infinitive.
In de zin 'Ik wil naar huis gaan' is 'gaan' een infinitief.

inflection

/ɪnˈflek.ʃən/

(noun) verbuiging, flexie, intonatie

Voorbeeld:

The word 'run' has different inflections like 'runs', 'ran', and 'running'.
Het woord 'run' heeft verschillende verbuigingen zoals 'runs', 'ran' en 'running'.

interjection

/ˌɪn.t̬ɚˈdʒek.ʃən/

(noun) uitroep, tussenwerpsel

Voorbeeld:

Ouch!” he cried, after hitting his thumb with a hammer.
Au!” riep hij, nadat hij zijn duim met een hamer had geraakt.

interrogative

/ˌɪn.t̬əˈrɑː.ɡə.t̬ɪv/

(adjective) vragend, interrogatief;

(noun) vragend voornaamwoord, vragend woord

Voorbeeld:

An interrogative sentence usually ends with a question mark.
Een vragende zin eindigt meestal met een vraagteken.

intransitive

/ɪnˈtræn.sə.t̬ɪv/

(adjective) intransitief

Voorbeeld:

The verb 'sleep' is intransitive.
Het werkwoord 'slapen' is intransitief.

irregular

/ɪˈreɡ.jə.lɚ/

(adjective) onregelmatig, oneffen, afwijkend

Voorbeeld:

The coastline is very irregular, with many coves and inlets.
De kustlijn is erg onregelmatig, met veel inhammen en baaien.

main clause

/meɪn klɔːz/

(noun) hoofdzin

Voorbeeld:

In the sentence 'Although it was raining, we went for a walk,' 'we went for a walk' is the main clause.
In de zin 'Hoewel het regende, gingen we wandelen,' is 'we gingen wandelen' de hoofdzin.

masculine

/ˈmæs.kjə.lɪn/

(adjective) mannelijk

Voorbeeld:

He has a very masculine voice.
Hij heeft een zeer mannelijke stem.

modal

/ˈmoʊ.dəl/

(adjective) modaal, vormelijk;

(noun) modaal werkwoord

Voorbeeld:

The architect focused on the modal aspects of the building's design.
De architect concentreerde zich op de modale aspecten van het gebouwontwerp.

mood

/muːd/

(noun) humeur, stemming, sfeer

Voorbeeld:

She's been in a bad mood all day.
Ze is de hele dag al in een slecht humeur.

negative

/ˈneɡ.ə.t̬ɪv/

(adjective) negatief, ontkennend, schadelijk;

(noun) negatief, ontkenning

Voorbeeld:

She gave a negative answer to the proposal.
Ze gaf een negatief antwoord op het voorstel.

neuter

/ˈnuː.t̬ɚ/

(adjective) onzijdig, gesteriliseerd, gecastreerd;

(verb) steriliseren, castreren;

(noun) gesteriliseerd dier, gecastreerd dier

Voorbeeld:

In some languages, inanimate objects are assigned a neuter gender.
In sommige talen krijgen levenloze objecten een onzijdig geslacht toegewezen.

nominative

/ˈnɑː.mə.nə.t̬ɪv/

(adjective) nominatief, eerste naamval;

(noun) nominatief, eerste naamval

Voorbeeld:

In Latin, 'puer' is the nominative singular of 'boy'.
In het Latijn is 'puer' de nominatief enkelvoud van 'jongen'.

non-count

/ˈnɑːnˌkaʊnt/

(noun) niet-telbaar, onbepaalde hoeveelheid;

(adjective) niet-telbaar

Voorbeeld:

The word 'information' is a non-count noun.
Het woord 'informatie' is een niet-telbaar zelfstandig naamwoord.

non-defining

/ˌnɑːn dɪˈfaɪnɪŋ/

(adjective) niet-definiërend

Voorbeeld:

My brother, who lives in London, is a doctor.
Mijn broer, die in Londen woont, is een dokter.

noun

/naʊn/

(noun) zelfstandig naamwoord

Voorbeeld:

In the sentence 'The cat sat on the mat,' 'cat' and 'mat' are nouns.
In de zin 'De kat zat op de mat' zijn 'kat' en 'mat' zelfstandige naamwoorden.

number

/ˈnʌm.bɚ/

(noun) getal, nummer, aantal;

(verb) bedragen, tellen, nummeren

Voorbeeld:

Write down your phone number.
Schrijf je telefoonnummer op.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland