Vocabulaireverzameling Onenigheid en Oppositie 3 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Onenigheid en Oppositie 3' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) downvoten, negatief stemmen;
(noun) downvote, negatieve stem
Voorbeeld:
(idiom) uitvechten, strijden
Voorbeeld:
(noun) ruzie, gevecht
Voorbeeld:
(verb) verwikkelen, betrekken
Voorbeeld:
(noun) uitwisseling, ruil, beurs;
(verb) uitwisselen, ruilen
Voorbeeld:
(exclamation) pardon, excuseer
Voorbeeld:
(verb) protesteren, bezwaar maken
Voorbeeld:
(noun) protest, bezwaar
Voorbeeld:
(noun) confrontatie, geschil, face-off
Voorbeeld:
(noun) factie, groepering
Voorbeeld:
(noun) ruzie, onenigheid, geschil
Voorbeeld:
(phrasal verb) ruzie krijgen, uit elkaar gaan, uitpakken
Voorbeeld:
(phrase) het is niet aan mij om, verre van mij om
Voorbeeld:
(noun) vete, ruzie, geschil;
(verb) ruziemaken, twisten, vechten
Voorbeeld:
(noun) gevecht, ruzie, wedstrijd;
(verb) vechten, strijden
Voorbeeld:
(noun) gevecht, strijd;
(verb) vechtend, strijdend;
(adjective) strijdlustig, agressief
Voorbeeld:
(noun) flap, klep, opschudding;
(verb) flapperen, wapperen, klapperen
Voorbeeld:
(noun) ruzie, vechtpartij, rel
Voorbeeld:
(noun) strijd, gevecht, ruzie;
(verb) rafelen, verslijten, uit elkaar vallen
Voorbeeld:
(noun) vrij-voor-allen, chaos
Voorbeeld:
(noun) wrijving, frictie
Voorbeeld:
(noun) opening, gat, kloof;
(verb) gaten maken, spleet maken
Voorbeeld:
(noun) doorstart
Voorbeeld:
(idiom) er fel tegenaan gaan, hevig ruziemaken
Voorbeeld:
(noun) verkeersopstopping, file, impasse;
(verb) verlammen, vastzetten
Voorbeeld:
(verb) afdingen, onderhandelen;
(noun) onderhandeling, afdingen
Voorbeeld:
(verb) gebeuren, plaatsvinden, toevallig vinden
Voorbeeld:
(verb) harrumph, keel schrapen;
(noun) harrumph, keelschraap
Voorbeeld:
(noun) gedoe, moeite, last;
(verb) lastigvallen, treiteren, pesten
Voorbeeld:
(verb) hebben, bezitten, ervaren;
(auxiliary verb) hulpwerkwoord
Voorbeeld:
(idiom) uitpraten met, een confrontatie aangaan met
Voorbeeld:
(noun) ei;
(verb) aanzetten, aanmoedigen
Voorbeeld: