Vocabulaireverzameling Overeenkomst 2 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overeenkomst 2' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) cement, lijm, hechtmiddel;
(verb) cementeren, vastzetten, versterken
Voorbeeld:
(verb) controleren, nakijken, stoppen;
(noun) controle, stop, ruit
Voorbeeld:
(phrase) verwerken, accepteren, zich neerleggen bij
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(noun) toewijding, betrokkenheid, verplichting
Voorbeeld:
(adjective) compact, dicht;
(noun) poederdoos, compact;
(verb) verdichten, samenpersen
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen
Voorbeeld:
(noun) eendracht, harmonie, overeenstemming;
(verb) overeenstemmen, overeenkomen
Voorbeeld:
(adjective) overeenstemmend, concordant, harmonieus
Voorbeeld:
(noun) concordaat, verdrag
Voorbeeld:
(verb) instemmen, het eens zijn, samenvallen
Voorbeeld:
(noun) overeenstemming, instemming, samenloop
Voorbeeld:
(noun) staat, conditie, voorwaarde;
(verb) conditioneren, trainen
Voorbeeld:
(verb) bevestigen, vaststellen, versterken
Voorbeeld:
(adjective) consensueel, op basis van instemming
Voorbeeld:
(noun) consensus, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) toestemming, instemming;
(verb) instemmen, toestemmen
Voorbeeld:
(noun) contract, overeenkomst;
(verb) samentrekken, krimpen, oplopen
Voorbeeld:
(adjective) contractueel
Voorbeeld:
(adverb) contractueel
Voorbeeld:
(noun) conventie, congres, gebruik
Voorbeeld:
(adjective) koel, cool, gaaf;
(verb) koelen, afkoelen;
(noun) koelte
Voorbeeld:
(noun) gelaat, gezichtsuitdrukking;
(verb) gedogen, toestaan
Voorbeeld:
(noun) verbond, overeenkomst;
(verb) verbintenis aangaan, overeenkomen
Voorbeeld:
(noun) deal, overeenkomst, hoeveelheid;
(verb) delen, uitdelen, omgaan met
Voorbeeld:
(noun) echo, weerspiegeling;
(verb) echoën, galmen, weerspiegelen
Voorbeeld:
(adverb) precies, exact, inderdaad
Voorbeeld:
(phrasal verb) instemmen met, mee eens zijn met, ontmoeten
Voorbeeld:
(noun) vuiststoot, fistbump;
(verb) vuiststoten, fistbumpen
Voorbeeld:
(adjective) vlak, plat, dun;
(noun) appartement, flat;
(adverb) plat, horizontaal
Voorbeeld:
(noun) herenakkoord, gentlemen's agreement
Voorbeeld:
(phrasal verb) meegaan met, instemmen met, doorgaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) passen bij, harmoniëren met, kiezen voor
Voorbeeld:
(idiom) grote geesten denken hetzelfde, gelijke gedachten
Voorbeeld: