Avatar of Vocabulary Set Overeenkomst 2

Vocabulaireverzameling Overeenkomst 2 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Overeenkomst 2' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cement

/səˈment/

(noun) cement, lijm, hechtmiddel;

(verb) cementeren, vastzetten, versterken

Voorbeeld:

The workers mixed sand, gravel, and cement to make concrete.
De arbeiders mengden zand, grind en cement om beton te maken.

check

/tʃek/

(verb) controleren, nakijken, stoppen;

(noun) controle, stop, ruit

Voorbeeld:

Please check your answers carefully.
Controleer uw antwoorden zorgvuldig.

come to terms with

/kʌm tə tɜːrmz wɪθ/

(phrase) verwerken, accepteren, zich neerleggen bij

Voorbeeld:

It took him a long time to come to terms with his father's death.
Het kostte hem lang om de dood van zijn vader te verwerken.

commit

/kəˈmɪt/

(verb) plegen, begaan, verbinden

Voorbeeld:

He was arrested for attempting to commit fraud.
Hij werd gearresteerd wegens poging tot het plegen van fraude.

commitment

/kəˈmɪt.mənt/

(noun) toewijding, betrokkenheid, verplichting

Voorbeeld:

Her commitment to her studies was admirable.
Haar toewijding aan haar studies was bewonderenswaardig.

compact

/kəmˈpækt/

(adjective) compact, dicht;

(noun) poederdoos, compact;

(verb) verdichten, samenpersen

Voorbeeld:

The car has a compact design, making it easy to park.
De auto heeft een compact ontwerp, waardoor hij gemakkelijk te parkeren is.

conclude

/kənˈkluːd/

(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen

Voorbeeld:

The meeting concluded with a vote.
De vergadering eindigde met een stemming.

concord

/ˈkɑːŋ.kɔːrd/

(noun) eendracht, harmonie, overeenstemming;

(verb) overeenstemmen, overeenkomen

Voorbeeld:

The two nations achieved concord after years of conflict.
De twee naties bereikten eendracht na jaren van conflict.

concordant

/kənˈkɔːr.dənt/

(adjective) overeenstemmend, concordant, harmonieus

Voorbeeld:

The research findings were concordant with previous studies.
De onderzoeksresultaten waren overeenstemmend met eerdere studies.

concordat

/kənˈkɔːr.dæt/

(noun) concordaat, verdrag

Voorbeeld:

The government signed a new concordat with the Holy See.
De regering ondertekende een nieuw concordaat met de Heilige Stoel.

concur

/kənˈkɝː/

(verb) instemmen, het eens zijn, samenvallen

Voorbeeld:

I concur with your assessment of the situation.
Ik ben het eens met uw beoordeling van de situatie.

concurrence

/kənˈkɝː.əns/

(noun) overeenstemming, instemming, samenloop

Voorbeeld:

The two reports showed a strong concurrence in their findings.
De twee rapporten toonden een sterke overeenstemming in hun bevindingen.

condition

/kənˈdɪʃ.ən/

(noun) staat, conditie, voorwaarde;

(verb) conditioneren, trainen

Voorbeeld:

The car is in excellent condition.
De auto is in uitstekende staat.

confirm

/kənˈfɝːm/

(verb) bevestigen, vaststellen, versterken

Voorbeeld:

Please confirm your attendance by Friday.
Gelieve uw aanwezigheid voor vrijdag te bevestigen.

consensual

/ˌkɑːnˈsen.sju.əl/

(adjective) consensueel, op basis van instemming

Voorbeeld:

The agreement was entirely consensual.
De overeenkomst was volledig consensueel.

consensus

/kənˈsen.səs/

(noun) consensus, overeenstemming

Voorbeeld:

There is a growing consensus among scientists that climate change is real.
Er is een groeiende consensus onder wetenschappers dat klimaatverandering reëel is.

consent

/kənˈsent/

(noun) toestemming, instemming;

(verb) instemmen, toestemmen

Voorbeeld:

The patient gave her consent for the surgery.
De patiënt gaf haar toestemming voor de operatie.

contract

/ˈkɑːn.trækt/

(noun) contract, overeenkomst;

(verb) samentrekken, krimpen, oplopen

Voorbeeld:

They signed a contract for the new house.
Ze tekenden een contract voor het nieuwe huis.

contractual

/kənˈtræk.tʃu.əl/

(adjective) contractueel

Voorbeeld:

The company has a contractual obligation to deliver the goods by Friday.
Het bedrijf heeft een contractuele verplichting om de goederen voor vrijdag te leveren.

contractually

/kənˈtræk.tʃu.ə.li/

(adverb) contractueel

Voorbeeld:

The company is contractually obligated to provide the service.
Het bedrijf is contractueel verplicht de dienst te leveren.

convention

/kənˈven.ʃən/

(noun) conventie, congres, gebruik

Voorbeeld:

The annual sales convention will be held in Las Vegas.
De jaarlijkse verkoopconventie wordt gehouden in Las Vegas.

cool

/kuːl/

(adjective) koel, cool, gaaf;

(verb) koelen, afkoelen;

(noun) koelte

Voorbeeld:

The evening air was pleasantly cool.
De avondlucht was aangenaam koel.

countenance

/ˈkaʊn.t̬ən.əns/

(noun) gelaat, gezichtsuitdrukking;

(verb) gedogen, toestaan

Voorbeeld:

Her calm countenance reassured everyone in the room.
Haar kalme gelaat stelde iedereen in de kamer gerust.

covenant

/ˈkʌv.ən.ənt/

(noun) verbond, overeenkomst;

(verb) verbintenis aangaan, overeenkomen

Voorbeeld:

The two parties signed a covenant to work together.
De twee partijen ondertekenden een verbond om samen te werken.

deal

/diːl/

(noun) deal, overeenkomst, hoeveelheid;

(verb) delen, uitdelen, omgaan met

Voorbeeld:

They closed a big deal with the new client.
Ze sloten een grote deal met de nieuwe klant.

echo

/ˈek.oʊ/

(noun) echo, weerspiegeling;

(verb) echoën, galmen, weerspiegelen

Voorbeeld:

The cave produced a clear echo.
De grot produceerde een duidelijke echo.

exactly

/ɪɡˈzækt.li/

(adverb) precies, exact, inderdaad

Voorbeeld:

The measurements must be exactly right.
De metingen moeten precies kloppen.

fall in with

/fɔːl ɪn wɪθ/

(phrasal verb) instemmen met, mee eens zijn met, ontmoeten

Voorbeeld:

I'm sure she'll fall in with our plans.
Ik weet zeker dat ze met onze plannen zal instemmen.

fistbump

/ˈfɪst.bʌmp/

(noun) vuiststoot, fistbump;

(verb) vuiststoten, fistbumpen

Voorbeeld:

They exchanged a fistbump after closing the deal.
Ze wisselden een vuiststoot uit na het sluiten van de deal.

flat

/flæt/

(adjective) vlak, plat, dun;

(noun) appartement, flat;

(adverb) plat, horizontaal

Voorbeeld:

The road was long and flat.
De weg was lang en vlak.

gentleman's agreement

/ˌdʒen.tl.mənz əˈɡriː.mənt/

(noun) herenakkoord, gentlemen's agreement

Voorbeeld:

They reached a gentleman's agreement to share the profits equally.
Ze bereikten een herenakkoord om de winst gelijk te verdelen.

go along

/ɡoʊ əˈlɔŋ/

(phrasal verb) meegaan met, instemmen met, doorgaan

Voorbeeld:

I'll go along with your plan.
Ik zal met je plan meegaan.

go with

/ɡoʊ wɪð/

(phrasal verb) passen bij, harmoniëren met, kiezen voor

Voorbeeld:

That tie doesn't really go with your shirt.
Die stropdas past niet echt bij je overhemd.

great minds think alike

/ɡreɪt maɪndz θɪŋk əˈlaɪk/

(idiom) grote geesten denken hetzelfde, gelijke gedachten

Voorbeeld:

You ordered pizza too? Great minds think alike!
Jij hebt ook pizza besteld? Grote geesten denken hetzelfde!
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland