Vocabulaireverzameling Gevoelens en emoties in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Gevoelens en emoties' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verlangen, wens, begeerte;
(verb) verlangen, wensen, begeerte hebben
Voorbeeld:
(noun) genegenheid, liefde, affectie
Voorbeeld:
(noun) ijver, grete, enthousiasme
Voorbeeld:
(noun) fascinatie, betovering, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) enthousiasme, ijver
Voorbeeld:
(noun) toewijding, devotie, trouw
Voorbeeld:
(noun) tevredenheid, genoegen
Voorbeeld:
(noun) verbazing, verwondering
Voorbeeld:
(noun) zelfvertrouwen, eigenwaarde
Voorbeeld:
(noun) nieuwsgierigheid, curiositeit, rariteit
Voorbeeld:
(noun) verbazing, verwondering
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren
Voorbeeld:
(noun) sensatie, kick, opwinding;
(verb) opwinden, verrukken, boeien
Voorbeeld:
(noun) vermoeidheid, uitputting, moeheid;
(verb) vermoeien, uitputten
Voorbeeld:
(noun) humeur, geduld, lontje;
(verb) harden, temperen, verzachten
Voorbeeld:
(noun) schrik, angst;
(verb) afschrikken, beangstigen
Voorbeeld:
(noun) ergernis, irritatie, plaag
Voorbeeld:
(noun) agressie, aanval
Voorbeeld:
(noun) angst, bezorgdheid, onrust
Voorbeeld:
(noun) wanhoop;
(verb) wanhopen
Voorbeeld:
(noun) teleurstelling, tegenvaller
Voorbeeld:
(noun) frustratie, teleurstelling, belemmering
Voorbeeld:
(noun) schaamte, verlegenheid, gêne
Voorbeeld:
(noun) uitputting, vermoeidheid, verbruik
Voorbeeld:
(noun) nood, angst, verdriet;
(verb) verontrusten, kwellen, bedroeven
Voorbeeld:
(noun) vernedering, smaad
Voorbeeld:
(noun) wroeging, berouw
Voorbeeld:
(noun) hebzucht, gulzigheid
Voorbeeld:
(noun) jaloezie, afgunst;
(verb) benijden, afgunstig zijn op
Voorbeeld:
(noun) haat, afkeer
Voorbeeld:
(noun) droefheid, verdriet, rouw;
(verb) treuren, bedroefd zijn
Voorbeeld:
(noun) minachting, verachting, minachting van het hof
Voorbeeld:
(verb) vrezen, gruwelen van;
(noun) angst, vrees;
(adjective) angstaanjagend, vreselijk
Voorbeeld:
(noun) agitatie, onrust, roeren
Voorbeeld:
(noun) woede, razernij
Voorbeeld:
(noun) ellende, misère, leed
Voorbeeld:
(noun) bezorgdheid, angst, vrees
Voorbeeld:
(noun) vijandigheid, hostiliteit, vijandelijkheden
Voorbeeld:
(noun) woede, razernij, toorn;
(verb) razen, woeden, tieren
Voorbeeld: