Betekenis van het woord dread in het Nederlands
Wat betekent dread in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
dread
US /dred/
UK /dred/

Werkwoord
1.
vrezen, gruwelen van
anticipate with great apprehension or fear
Voorbeeld:
•
I dread having to speak in public.
Ik zie er tegenop om in het openbaar te spreken.
•
She dreads the thought of moving to a new city.
Ze gruwelt van de gedachte om naar een nieuwe stad te verhuizen.
Zelfstandig Naamwoord
1.
angst, vrees
great fear or apprehension
Voorbeeld:
•
The thought of the exam filled him with dread.
De gedachte aan het examen vervulde hem met angst.
•
A sense of dread hung over the village.
Een gevoel van angst hing over het dorp.
Bijvoeglijk Naamwoord
1.
angstaanjagend, vreselijk
causing great fear or apprehension; dreadful
Voorbeeld:
•
The news of the impending war was dread.
Het nieuws van de naderende oorlog was angstaanjagend.
•
It was a dread moment when they realized what had happened.
Het was een angstaanjagend moment toen ze beseften wat er gebeurd was.
Leer dit woord op Lingoland
Gerelateerd Woord: