Vocabulaireverzameling B2 - Letter P in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter P' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) pas, stap, tempo;
(verb) ijlen, wandelen, afmeten
Voorbeeld:
(noun) pakket, pakje, voorstel;
(verb) verpakken, inpakken
Voorbeeld:
(noun) paneel, plaat, panel;
(verb) bekleden, betimmeren
Voorbeeld:
(noun) parlement, wetgevende macht
Voorbeeld:
(noun) deelnemer, participant
Voorbeeld:
(adverb) gedeeltelijk, deels
Voorbeeld:
(noun) doorgang, passage, fragment
Voorbeeld:
(adjective) geduldig;
(noun) patiënt
Voorbeeld:
(noun) pensioen;
(verb) pensioneren, met pensioen sturen
Voorbeeld:
(adjective) permanent, blijvend, vast;
(noun) permanent, duurkrul
Voorbeeld:
(noun) vergunning, toestemming;
(verb) toestaan, vergunnen
Voorbeeld:
(noun) perspectief, standpunt, dieptewerking
Voorbeeld:
(noun) fase, stadium;
(verb) geleidelijk invoeren, geleidelijk afbouwen
Voorbeeld:
(noun) fenomeen, verschijnsel, wonder
Voorbeeld:
(noun) filosofie, levenshouding
Voorbeeld:
(verb) kiezen, uitkiezen, plukken;
(noun) keuze, selectie, houweel
Voorbeeld:
(noun) foto, schilderij, afbeelding;
(verb) afbeelden, fotograferen, schilderen
Voorbeeld:
(noun) stapel, hoop, bouwwerk;
(verb) stapelen, ophopen
Voorbeeld:
(noun) toonhoogte, worp, gooi;
(verb) gooien, werpen, opzetten
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, gewoon, duidelijk;
(noun) vlakte, vlaktes;
(adverb) duidelijk, eenvoudig
Voorbeeld:
(noun) complot, samenzwering, plot;
(verb) complotteren, beramen, plotten
Voorbeeld:
(preposition) plus, en;
(noun) pluspunt, voordeel;
(adverb) bovendien, daarbij;
(adjective) plus, positief
Voorbeeld:
(adjective) puntig, scherp, gericht;
(verb) wees, aangewezen
Voorbeeld:
(noun) populariteit
Voorbeeld:
(verb) vormen, opleveren, poseren;
(noun) pose, houding, aanstellerij
Voorbeeld:
(noun) positie, plaats, ligging;
(verb) positioneren, plaatsen, opstellen
Voorbeeld:
(adjective) zeker, positief, duidelijk;
(noun) positief, dia
Voorbeeld:
(verb) bezitten, hebben, beschikken over
Voorbeeld:
(adjective) potentieel, mogelijke;
(noun) potentieel, mogelijkheden
Voorbeeld:
(noun) kracht, vermogen, macht;
(verb) aandrijven, van stroom voorzien
Voorbeeld:
(verb) prijzen, loven;
(noun) lof, compliment
Voorbeeld:
(adjective) zwanger, zwanger van, betekenisvol
Voorbeeld:
(noun) voorbereiding, gereedmaken, bereiding
Voorbeeld:
(noun) aanwezigheid, bestaan, uitstraling
Voorbeeld:
(verb) behouden, bewaren, conserveren;
(noun) jam, confituur, conserven
Voorbeeld:
(noun) prijs, kosten, gevolg;
(verb) prijzen, waarderen, een prijs bepalen
Voorbeeld:
(adjective) voornaamste, belangrijkste, uitstekend;
(noun) bloei, hoogtepunt, priemgetal;
(verb) voorbereiden, activeren
Voorbeeld:
(noun) principe, grondbeginsel, wet
Voorbeeld:
(verb) printen, afdrukken, schrijven in blokletters;
(noun) afdruk, print, spoor
Voorbeeld:
(noun) prioriteit, voorrang
Voorbeeld:
(noun) privacy, intimiteit
Voorbeeld:
(noun) procedure, werkwijze, ingreep
Voorbeeld:
(noun) proces, gang van zaken, natuurlijk proces;
(verb) verwerken, bewerken, afhandelen
Voorbeeld:
(verb) produceren, vervaardigen, opleveren;
(noun) producten, landbouwproducten
Voorbeeld:
(adjective) professioneel, beroepsmatig, vakkundig;
(noun) professional, vakman, expert
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, progressie;
(verb) vorderen, vooruitgaan
Voorbeeld:
(noun) project, plan;
(verb) projecteren, voorspellen, werpen
Voorbeeld:
(noun) bewijs, proef, proefdruk;
(verb) bewijzen, waterdicht maken, beschermen;
(adjective) -dicht, -bestendig
Voorbeeld:
(noun) voorstel, plan, huwelijksaanzoek
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, opperen, ten huwelijk vragen
Voorbeeld:
(noun) vooruitzicht, perspectief, kans;
(verb) prospecteren, zoeken naar delfstoffen
Voorbeeld:
(noun) bescherming, beveiliging
Voorbeeld:
(noun) psycholoog
Voorbeeld:
(noun) psychologie, mentaliteit
Voorbeeld:
(noun) publicatie, uitgave
Voorbeeld:
(noun) leerling, scholier, pupil
Voorbeeld:
(noun) aankoop, koop, grip;
(verb) kopen, aanschaffen
Voorbeeld:
(adjective) puur, zuiver, onberispelijk
Voorbeeld:
(verb) achtervolgen, najagen, nastreven
Voorbeeld: