Vocabulaireverzameling C1 - Een Punt Maken in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Een Punt Maken' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) pleitbezorger, voorstander, advocaat;
(verb) pleiten voor, voorstaan
Voorbeeld:
(verb) taxeren, beoordelen
Voorbeeld:
(verb) beweren, stellen, handhaven
Voorbeeld:
(noun) vooringenomenheid, vooroordeel, partijdigheid;
(verb) beïnvloeden, vooringenomen maken
Voorbeeld:
(verb) berekenen, uitrekenen, inschatten
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(verb) verlenen, toekennen, overleggen
Voorbeeld:
(verb) voldoen aan, zich conformeren aan, overeenkomen
Voorbeeld:
(verb) worstelen, strijden, beweren
Voorbeeld:
(verb) weerspreken, tegenspreken, weerleggen
Voorbeeld:
(adjective) tegenstrijdig, inconsistent
Voorbeeld:
(verb) omzetten, verbouwen, converteren;
(noun) bekeerling, overtuigde
Voorbeeld:
(verb) afleiden, concluderen
Voorbeeld:
(verb) achten, beschouwen
Voorbeeld:
(noun) geschil, ruzie, discussie;
(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken
Voorbeeld:
(noun) echo, weerspiegeling;
(verb) echoën, galmen, weerspiegelen
Voorbeeld:
(adjective) anti, tegen;
(noun) tegenstander, anti;
(prefix) anti, tegen
Voorbeeld:
(adjective) bevestigend, instemmend, positief;
(noun) ja, bevestiging
Voorbeeld:
(adjective) uitdagend, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) geloofwaardig, aannemelijk, betrouwbaar
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, discutabel
Voorbeeld:
(adjective) uitgesproken, duidelijk;
(past participle) uitgesproken, verklaard
Voorbeeld:
(phrase) maar aan de andere kant, aan de andere kant
Voorbeeld:
(adverb) aantoonbaar, waarschijnlijk
Voorbeeld:
(adverb) gunstig, positief
Voorbeeld:
(phrase) in feite, inderdaad
Voorbeeld:
(phrase) tegelijkertijd, gelijktijdig, desondanks
Voorbeeld:
(idiom) wat dat betreft, trouwens
Voorbeeld:
as far as someone (something) is concerned
(idiom) wat betreft, voor zover het iemand/iets aangaat
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitvechten
Voorbeeld:
(noun) klap, botsing, gerinkel;
(verb) botsen, klappen, kletteren
Voorbeeld:
(noun) confrontatie, botsing, blootstelling
Voorbeeld:
(noun) bewustzijn, bijzijn, besef
Voorbeeld:
(noun) consistentie, gelijkmatigheid, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) veroordeling, overtuiging, geloof
Voorbeeld:
(noun) kritiek, beoordeling;
(verb) bekritiseren, beoordelen
Voorbeeld:
(noun) weet-het-niet, onwetende, onbesliste
Voorbeeld:
(noun) cliché, gemeenplaats;
(verb) clichéeren, gemeenplaatsen gebruiken
Voorbeeld:
(adjective) dubbelzijdig, tweesnijdend, met voor- en nadelen
Voorbeeld:
(phrase) in die zin, met dat effect
Voorbeeld:
(exclamation) oké, oké dan
Voorbeeld:
(exclamation) allejezus, potverdorie
Voorbeeld: