Vocabulaireverzameling C1 - Recht en Orde in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Recht en Orde' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) aanklagen, vervolgen
Voorbeeld:
(verb) vrijspreken, kwijtschelden, zich kwijten van
Voorbeeld:
(noun) borgtocht, schepemmer, hoosvat;
(verb) op borgtocht vrijlaten, hozen, leegscheppen
Voorbeeld:
(verb) veroordelen, afkeuren, straffen
Voorbeeld:
(verb) veroordelen;
(noun) gevangene, veroordeelde
Voorbeeld:
(verb) arresteren, vasthouden, ophouden
Voorbeeld:
(verb) handhaven, afdwingen
Voorbeeld:
(verb) wetgeven, wetten maken
Voorbeeld:
(verb) vervolgen, aanklagen, voeren
Voorbeeld:
(verb) getuigen, verklaren, getuigen van
Voorbeeld:
(noun) pleitbezorger, voorstander, advocaat;
(verb) pleiten voor, voorstaan
Voorbeeld:
(abbreviation) FBI, Federale Opsporingsdienst
Voorbeeld:
(noun) agent, politieagent;
(verb) pakken, arresteren, verkrijgen
Voorbeeld:
(noun) handboeien;
(verb) boeien, handboeien omdoen
Voorbeeld:
(noun) patrouille, wacht;
(verb) patrouilleren, bewaken
Voorbeeld:
(noun) beklaagde, gedaagde
Voorbeeld:
(noun) beul, galgje
Voorbeeld:
(noun) jeugdige, jongere;
(adjective) jeugd-, jeugdig, kinderachtig
Voorbeeld:
(noun) magistraat, vrederechter
Voorbeeld:
(noun) bandiet, vogelvrijverklaarde, misdadiger;
(verb) verbieden, buiten de wet plaatsen, illegaal verklaren
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) gerechtelijk bevel, hofbevel
Voorbeeld:
(noun) rechtszaak, geding
Voorbeeld:
(noun) gehoor, hoorzitting, verhoor
Voorbeeld:
(noun) voogdij, ouderschapsgezag, hechtenis
Voorbeeld:
(noun) verklaring, aankondiging, aangifte
Voorbeeld:
(noun) schuld, schuldgevoel
Voorbeeld:
(noun) onschuld, naïviteit
Voorbeeld:
(noun) legalisering, wettiging
Voorbeeld:
(adverb) pro bono, onbetaald;
(noun) pro bono, onbetaald werk
Voorbeeld:
(noun) pleidooi, oproep, verklaring
Voorbeeld:
(noun) getuigenis, verklaring, bewijs
Voorbeeld:
(noun) vonnis, oordeel, mening
Voorbeeld:
(noun) bevel, machtiging, garantie;
(verb) rechtvaardigen, noodzakelijk maken
Voorbeeld:
(adjective) toepasselijk, van toepassing
Voorbeeld:
(noun) invalide, zieke;
(adjective) ongeldig, niet geldig, onjuist
Voorbeeld:
(adjective) gerechtelijk, juridisch, rechterlijk
Voorbeeld:
(adjective) aansprakelijk, verantwoordelijk, geneigd
Voorbeeld:
(adjective) regelgevend, regulerend
Voorbeeld:
(adjective) undercover, geheim;
(adverb) undercover, geheim
Voorbeeld:
(adjective) dodelijk, fataal, vernietigend
Voorbeeld:
(verb) verklaren, aankondigen, aangeven
Voorbeeld:
(noun) gerucht, horen zeggen
Voorbeeld:
(noun) openbare aanklager, officier van justitie
Voorbeeld: