Vocabulaireverzameling B2 - Onderdruk je gevoelens niet! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Onderdruk je gevoelens niet!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) agressief, aanvallend, doortastend
Voorbeeld:
(adjective) verbaasd, verbluft
Voorbeeld:
(adjective) ongemakkelijk, lastig, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) bitter, verbitterd, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) adembenemend, indrukwekkend
Voorbeeld:
(adjective) somber, troosteloos, treurig
Voorbeeld:
(adjective) verrukt, verheugd
Voorbeeld:
(adjective) deprimerend, somber
Voorbeeld:
(adjective) walgelijk, afstotend
Voorbeeld:
(preposition) naar beneden, af, langs;
(adverb) naar beneden, onder, gedaald;
(adjective) naar beneden, omlaag, neerslachtig;
(noun) dons, fijne veren;
(verb) neerslaan, omverwerpen
Voorbeeld:
(adjective) vreselijk, afschuwelijk, verschrikkelijk
Voorbeeld:
(adjective) saai, vervelend, bot;
(verb) verdoffen, temperen
Voorbeeld:
(adjective) emotioneel, gevoelig
Voorbeeld:
(adjective) leeg, zinloos;
(verb) legen, leegmaken
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(adjective) gefascineerd, geboeid
Voorbeeld:
(adjective) uitputtend, vermoeiend
Voorbeeld:
(adjective) bang, angstig, angstaanjagend
Voorbeeld:
(adjective) het zat zijn, beu zijn
Voorbeeld:
(adjective) woedend, razend, furieus
Voorbeeld:
(adjective) heimwee, heimweehadend
Voorbeeld:
(adjective) geïrriteerd, geërgerd;
(past participle) geïrriteerd, geërgerd
Voorbeeld:
(adjective) tevreden, voldaan
Voorbeeld:
(adjective) angstaanjagend, schrikwekkend
Voorbeeld:
(adjective) oncomfortabel, onbehaaglijk, ongemakkelijk
Voorbeeld:
(verb) verbazen, verbluffen
Voorbeeld:
(verb) spijt hebben van, betreuren, spijt hebben;
(noun) spijt, betreuren
Voorbeeld:
(noun) schaamte, verlegenheid, gêne
Voorbeeld:
(noun) enthousiasme, ijver
Voorbeeld:
(noun) paniek;
(verb) panikeren, in paniek raken
Voorbeeld:
(noun) medelijden, jammer;
(verb) medelijden hebben met, beklagen
Voorbeeld:
(noun) opluchting, verlichting, hulp
Voorbeeld:
(noun) schok, verbazing, shock;
(verb) schokken, verbazen
Voorbeeld:
(noun) stress, spanning, klemtoon;
(verb) benadrukken, beklemtonen, stressen
Voorbeeld:
(noun) terreur, angst, terrorisme
Voorbeeld:
(noun) sensatie, kick, opwinding;
(verb) opwinden, verrukken, boeien
Voorbeeld:
(noun) conflict, ruzie, geschil;
(verb) botsen, conflicteren, strijden
Voorbeeld:
(noun) verwondering, wonder, fenomeen;
(verb) zich afvragen, verwonderen, verbazen
Voorbeeld:
(verb) zich zorgen maken, verontrusten, lastigvallen;
(noun) zorgen, bezorgdheid
Voorbeeld:
(noun) woede, razernij, toorn;
(verb) razen, woeden, tieren
Voorbeeld: