Vocabulaireverzameling B1 - Essentiële werkwoorden 3 in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Essentiële werkwoorden 3' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verzoek, aanvraag;
(verb) verzoeken, aanvragen
Voorbeeld:
(verb) vereisen, nodig hebben, verplichten
Voorbeeld:
(verb) herzien, reviseren, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) risico, gevaar;
(verb) riskeren, wagen
Voorbeeld:
(verb) rollen, draaien, walsen;
(noun) rol, broodje
Voorbeeld:
(verb) scannen, vluchtig bekijken, digitaliseren;
(noun) scan, aftasting, beeld
Voorbeeld:
(verb) scheiden, afzonderen, uit elkaar gaan;
(adjective) gescheiden, apart
Voorbeeld:
(verb) zetten, leggen, plaatsen;
(noun) set, reeks, stand;
(adjective) vastgesteld, vast
Voorbeeld:
(noun) signaal, teken, golf;
(verb) seinen, een teken geven
Voorbeeld:
(verb) zinken, dalen, laten zinken;
(noun) gootsteen, wastafel
Voorbeeld:
(noun) soort, type;
(verb) sorteren, ordenen, oplossen
Voorbeeld:
(verb) snurken;
(noun) gesnurk
Voorbeeld:
(verb) snuffelen, snuiven;
(noun) snif, snuif
Voorbeeld:
(noun) stok, tak, lat;
(verb) plakken, kleven, steken
Voorbeeld:
(noun) winkel, zaak, voorraad;
(verb) opslaan, bewaren
Voorbeeld:
(verb) samenvatten, resumeren
Voorbeeld:
(noun) voorraad, levering;
(verb) leveren, voorzien
Voorbeeld:
(verb) overleven, voortbestaan, bewaard blijven
Voorbeeld:
(noun) schakelaar, verandering, overstap;
(verb) omschakelen, wisselen, aan-/uitzetten
Voorbeeld:
(verb) neigen, tendere, verzorgen
Voorbeeld:
(verb) vertalen, omzetten, overbrengen
Voorbeeld:
(verb) van streek maken, ontroeren, omstoten;
(adjective) van streek, boos, overstuur;
(noun) verrassing, omwenteling
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld:
(noun) gaap;
(verb) gapen
Voorbeeld:
(adjective) warm, hartelijk;
(verb) opwarmen, verwarmen;
(adverb) warm, hartelijk
Voorbeeld:
(verb) waarschuwen, voorlichten, adviseren
Voorbeeld:
(noun) afval, resten, verspilling;
(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;
(adjective) woest, braakliggend
Voorbeeld:
(noun) golf, zwaai, gebaar;
(verb) zwaaien, wenken, wapperen
Voorbeeld:
(noun) verwondering, wonder, fenomeen;
(verb) zich afvragen, verwonderen, verbazen
Voorbeeld:
(noun) pauze, onderbreking;
(verb) pauzeren, onderbreken
Voorbeeld:
(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;
(verb) opmerken, waarnemen
Voorbeeld:
(verb) optillen, verhogen, vergroten;
(noun) salarisverhoging, loonsverhoging
Voorbeeld:
(verb) reageren, antwoorden, respons geven
Voorbeeld: