Avatar of Vocabulary Set Een mening vormen of uiten 5

Vocabulaireverzameling Een mening vormen of uiten 5 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Een mening vormen of uiten 5' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

say

/seɪ/

(verb) zeggen, uitspreken, betekenen;

(noun) zegje, inspraak

Voorbeeld:

He didn't say anything.
Hij zei niets.

scorn

/skɔːrn/

(noun) minachting, verachting;

(verb) minachten, verachten

Voorbeeld:

She felt nothing but scorn for his cowardly actions.
Ze voelde niets dan minachting voor zijn laffe daden.

see

/siː/

(verb) zien, waarnemen, begrijpen;

(noun) bisdom, zetel;

(exclamation) zie, begrijp

Voorbeeld:

Can you see the mountains from here?
Kun je de bergen van hier zien?

seesaw

/ˈsiː.sɑː/

(noun) wip;

(verb) wippen, schommelen, fluctueren

Voorbeeld:

The children laughed as they played on the seesaw.
De kinderen lachten terwijl ze op de wip speelden.

self-image

/ˈself ˌɪm.ɪdʒ/

(noun) zelfbeeld

Voorbeeld:

She has a positive self-image despite her struggles.
Ze heeft een positief zelfbeeld ondanks haar worstelingen.

sentiment

/ˈsen.t̬ə.mənt/

(noun) gevoel, sentiment, mening

Voorbeeld:

The song evoked a strong sentiment of nostalgia.
Het lied riep een sterk gevoel van nostalgie op.

shade

/ʃeɪd/

(noun) schaduw, tint, nuance;

(verb) schaduwen, afschermen, nuanceren

Voorbeeld:

We sat in the shade of a large tree.
We zaten in de schaduw van een grote boom.

shift

/ʃɪft/

(noun) verschuiving, verandering, dienst;

(verb) verschuiven, verplaatsen, schakelen

Voorbeeld:

There has been a significant shift in public opinion.
Er is een aanzienlijke verschuiving in de publieke opinie geweest.

shoot down

/ʃuːt daʊn/

(phrasal verb) neerschieten, afschieten, afwijzen

Voorbeeld:

The hunter managed to shoot down the bird.
De jager slaagde erin de vogel neer te schieten.

should

/ʃʊd/

(modal verb) zou moeten, dienen, waarschijnlijk

Voorbeeld:

You should apologize for your behavior.
Je zou je moeten verontschuldigen voor je gedrag.

signal

/ˈsɪɡ.nəl/

(noun) signaal, teken, golf;

(verb) seinen, een teken geven

Voorbeeld:

He gave a signal to the driver to stop.
Hij gaf een signaal aan de chauffeur om te stoppen.

size up

/saɪz ʌp/

(phrasal verb) inschatten, beoordelen

Voorbeeld:

He tried to size up his opponent before the match.
Hij probeerde zijn tegenstander te inschatten voor de wedstrijd.

slant

/slænt/

(noun) inslag, voorkeur, standpunt;

(verb) hellen, schuin staan, verdraaien

Voorbeeld:

The news report had a clear political slant.
Het nieuwsbericht had een duidelijke politieke inslag.

slur

/slɝː/

(noun) belediging, smaad, vlek;

(verb) vervagen, onduidelijk spreken, bezoedelen

Voorbeeld:

He was fired for making a racial slur.
Hij werd ontslagen wegens een racistische belediging.

some

/sʌm/

(determiner) wat, enkele, een of andere;

(pronoun) wat, enkele;

(adverb) nogal, tamelijk

Voorbeeld:

I need some time to think.
Ik heb wat tijd nodig om na te denken.

take it or leave it

/teɪk ɪt ɔːr liːv ɪt/

(idiom) nemen of laten, geen andere optie

Voorbeeld:

This is my final offer, take it or leave it.
Dit is mijn laatste bod, neem het of laat het.

sound off

/saʊnd ɔf/

(phrasal verb) luidkeels zijn mening geven, klagen, aftellen

Voorbeeld:

He likes to sound off about politics at family gatherings.
Hij houdt ervan om luidkeels zijn mening te geven over politiek op familiefeestjes.

speaking as

/ˈspiːkɪŋ æz/

(phrase) als, sprekend als

Voorbeeld:

Speaking as a parent, I think children need more outdoor play.
Als ouder vind ik dat kinderen meer buiten moeten spelen.

speak out

/spiːk aʊt/

(phrasal verb) zich uitspreken, openlijk spreken

Voorbeeld:

It's important to speak out against injustice.
Het is belangrijk om je uit te spreken tegen onrecht.

speak the same language

/spiːk ðə seɪm ˈlæŋ.ɡwɪdʒ/

(idiom) dezelfde taal spreken, op één lijn zitten

Voorbeeld:

It's so much easier to work with someone who speaks the same language.
Het is zoveel gemakkelijker om samen te werken met iemand die dezelfde taal spreekt.

speculatively

/ˈspek.jə.lə.t̬ɪv.li/

(adverb) speculatief, vermoedelijk, risicovol

Voorbeeld:

He spoke speculatively about the future of the company.
Hij sprak speculatief over de toekomst van het bedrijf.

stance

/stæns/

(noun) houding, stand, standpunt

Voorbeeld:

He adopted a wide stance before hitting the ball.
Hij nam een brede houding aan voordat hij de bal sloeg.

stand

/stænd/

(verb) staan, plaatsen, zetten;

(noun) standaard, rek, standpunt

Voorbeeld:

Please stand when the judge enters.
Gelieve te staan wanneer de rechter binnenkomt.

stand by

/stænd baɪ/

(phrasal verb) erbij staan, toekijken, steunen

Voorbeeld:

He just stood by and watched the bullying happen.
Hij stond erbij en keek toe hoe het pesten gebeurde.

standpoint

/ˈstænd.pɔɪnt/

(noun) standpunt, gezichtspunt

Voorbeeld:

From an economic standpoint, the decision was sound.
Vanuit een economisch standpunt was de beslissing verstandig.

statement

/ˈsteɪt.mənt/

(noun) verklaring, uitspraak, afschrift

Voorbeeld:

The witness gave a detailed statement to the police.
De getuige gaf een gedetailleerde verklaring aan de politie.

straw poll

/ˈstrɔː poʊl/

(noun) proefpeiling, informele peiling

Voorbeeld:

The local newspaper conducted a straw poll to gauge public opinion on the new park proposal.
De lokale krant hield een proefpeiling om de publieke opinie over het nieuwe parkvoorstel te peilen.

stripe

/straɪp/

(noun) streep, band, rangonderscheiding;

(verb) strepen, van strepen voorzien

Voorbeeld:

The zebra has black and white stripes.
De zebra heeft zwarte en witte strepen.

strongly

/ˈstrɑːŋ.li/

(adverb) krachtig, sterk, nadrukkelijk

Voorbeeld:

He hit the ball strongly.
Hij sloeg de bal krachtig.

stubbornly

/ˈstʌb.ɚn.li/

(adverb) koppig, hardnekkig

Voorbeeld:

He stubbornly refused to admit he was wrong.
Hij weigerde koppig toe te geven dat hij ongelijk had.

subjective

/səbˈdʒek.tɪv/

(adjective) subjectief, persoonlijk

Voorbeeld:

Beauty is subjective; what one person finds beautiful, another might not.
Schoonheid is subjectief; wat de één mooi vindt, vindt de ander misschien niet.

subjectively

/səbˈdʒek.tɪv.li/

(adverb) subjectief

Voorbeeld:

He judged the artwork subjectively, based on his own preferences.
Hij beoordeelde het kunstwerk subjectief, gebaseerd op zijn eigen voorkeuren.

backbite

/ˈbæk.baɪt/

(verb) roddelen, kwaadspreken

Voorbeeld:

It's unprofessional to backbite your colleagues.
Het is onprofessioneel om je collega's te roddelen.

subjectivity

/ˌsʌb.dʒekˈtɪv.ə.t̬i/

(noun) subjectiviteit

Voorbeeld:

The judge emphasized the subjectivity of the witness's testimony.
De rechter benadrukte de subjectiviteit van de getuigenis van de getuige.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland