Avatar of Vocabulary Set Literaire Middelen en Elementen

Vocabulaireverzameling Literaire Middelen en Elementen in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Literaire Middelen en Elementen' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

allegory

/ˈæl.ə.ɡɔːr.i/

(noun) allegorie, zinnebeeld

Voorbeeld:

George Orwell's 'Animal Farm' is a famous allegory for the Russian Revolution.
George Orwells 'Animal Farm' is een beroemde allegorie voor de Russische Revolutie.

alliteration

/əˌlɪt̬.əˈreɪ.ʃən/

(noun) alliteratie, beginrijm

Voorbeeld:

The poem used alliteration with the phrase 'slippery, slithering snake'.
Het gedicht gebruikte alliteratie met de zin 'slippery, slithering snake'.

allusion

/əˈluː.ʒən/

(noun) allussie, toespeling, hint

Voorbeeld:

The poem contains an allusion to Greek mythology.
Het gedicht bevat een allussie naar de Griekse mythologie.

anachronism

/əˈnæk.rə.nɪ.zəm/

(noun) anachronisme

Voorbeeld:

The sword in the modern play was an anachronism.
Het zwaard in het moderne toneelstuk was een anachronisme.

anthropomorphism

/ˌæn.θrə.pəˈmɔːr.fɪ.zəm/

(noun) antropomorfisme

Voorbeeld:

The ancient Greeks often depicted their gods with human emotions, a clear example of anthropomorphism.
De oude Grieken beeldden hun goden vaak af met menselijke emoties, een duidelijk voorbeeld van antropomorfisme.

antithesis

/ænˈtɪθ.ə.sɪs/

(noun) antithese, tegenstelling, tegenovergestelde

Voorbeeld:

Love is the antithesis of hatred.
Liefde is de antithese van haat.

aphorism

/ˈæf.ɚ.ɪ.zəm/

(noun) aforisme, spreuk, wijsheid

Voorbeeld:

The book was full of wise aphorisms about life.
Het boek stond vol wijze aforismen over het leven.

archaism

/ɑːrˈkeɪ.ɪ.zəm/

(noun) archaïsme, gebruik van archaïsche stijlen

Voorbeeld:

The poem was full of archaism, making it difficult for modern readers to understand.
Het gedicht zat vol archaïsmen, waardoor het moeilijk te begrijpen was voor moderne lezers.

archetype

/ˈɑːr.kə.taɪp/

(noun) archetype, oerbeeld, archetype (Jungiaanse psychologie)

Voorbeeld:

He is the archetype of the successful entrepreneur.
Hij is het archetype van de succesvolle ondernemer.

assonance

/ˈæs.ən.əns/

(noun) assonatie, klinkerrijm

Voorbeeld:

The poem used assonance with the repeated 'o' sound in 'old' and 'cold'.
Het gedicht gebruikte assonatie met de herhaalde 'o'-klank in 'old' en 'cold'.

character

/ˈker.ək.tɚ/

(noun) karakter, aard, personage

Voorbeeld:

He has a strong character.
Hij heeft een sterk karakter.

dramatic irony

/drəˌmæt.ɪk ˈaɪ.rə.ni/

(noun) dramatische ironie

Voorbeeld:

The play uses dramatic irony when the audience knows the killer's identity, but the characters do not.
Het stuk gebruikt dramatische ironie wanneer het publiek de identiteit van de moordenaar kent, maar de personages niet.

ending

/ˈen.dɪŋ/

(noun) einde, slot, uitgang

Voorbeeld:

The movie had a surprising ending.
De film had een verrassend einde.

euphemism

/ˈjuː.fə.mɪ.zəm/

(noun) eufemisme

Voorbeeld:

'Passed away' is a euphemism for 'died'.
'Overleden' is een eufemisme voor 'gestorven'.

exposition

/ˌek.spəˈzɪʃ.ən/

(noun) uiteenzetting, verklaring, toelichting

Voorbeeld:

The book provides a clear exposition of the author's philosophy.
Het boek geeft een duidelijke uiteenzetting van de filosofie van de auteur.

flashback

/ˈflæʃ.bæk/

(noun) flashback, terugblik

Voorbeeld:

The smell of smoke triggered a flashback to his time in the war.
De geur van rook veroorzaakte een flashback naar zijn tijd in de oorlog.

foreshadowing

/fɔrˈʃæd·oʊ·ɪŋ, foʊr-/

(noun) voorbode, vooruitwijzing

Voorbeeld:

The dark clouds and distant thunder served as foreshadowing of the coming storm.
De donkere wolken en verre donder dienden als voorbode van de naderende storm.

imagery

/ˈɪm.ə.dʒər.i/

(noun) beeldspraak, beeldtaal, beeldvorming

Voorbeeld:

The poet used vivid imagery to describe the sunset.
De dichter gebruikte levendige beeldspraak om de zonsondergang te beschrijven.

irony

/ˈaɪ.rə.ni/

(noun) ironie, speling van het lot

Voorbeeld:

The irony of the situation was that the fire station burned down.
De ironie van de situatie was dat de brandweerkazerne afbrandde.

juxtaposition

/ˌdʒʌk.stə.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) juxtapositie, naast elkaar plaatsen

Voorbeeld:

The artist used juxtaposition to highlight the differences between light and shadow.
De kunstenaar gebruikte juxtapositie om de verschillen tussen licht en schaduw te benadrukken.

litotes

/ˈlaɪ.təʊ.tiːz/

(noun) litotes, understatement

Voorbeeld:

The phrase "not bad" when describing a delicious meal is an example of litotes.
De uitdrukking "niet slecht" bij het beschrijven van een heerlijke maaltijd is een voorbeeld van litotes.

metaphor

/ˈmet̬.ə.fɔːr/

(noun) metafoor

Voorbeeld:

The phrase 'drowning in debt' is a common metaphor.
De uitdrukking 'verdrinken in schulden' is een veelvoorkomende metafoor.

metonymy

/məˈtɑː.nə.mi/

(noun) metonymie

Voorbeeld:

The phrase 'the crown' is an example of metonymy, referring to the monarchy.
De uitdrukking 'de kroon' is een voorbeeld van metonymie, verwijzend naar de monarchie.

onomatopoeia

/ˌɑː.noʊˌmæt̬.oʊˈpiː.ə/

(noun) onomatopee, klanknabootsing

Voorbeeld:

The word 'buzz' is an example of onomatopoeia.
Het woord 'buzz' is een voorbeeld van onomatopee.

oxymoron

/ˌɑːk.sɪˈmɔːr.ɑːn/

(noun) oxymoron, schijnbare tegenstelling

Voorbeeld:

The phrase 'jumbo shrimp' is a classic example of an oxymoron.
De uitdrukking 'jumbo garnaal' is een klassiek voorbeeld van een oxymoron.

non sequitur

/ˌnɑːn ˈsek.wɪ.tʊr/

(noun) non sequitur, onlogische conclusie

Voorbeeld:

His argument was full of non sequiturs, making it hard to follow.
Zijn argument zat vol met non sequiturs, waardoor het moeilijk te volgen was.

personification

/pɚˌsɑː.nə.fəˈkeɪ.ʃən/

(noun) personificatie, verpersoonlijking, belichaming

Voorbeeld:

The wind whispered through the trees, a beautiful example of personification.
De wind fluisterde door de bomen, een prachtig voorbeeld van personificatie.

plot

/plɑːt/

(noun) complot, samenzwering, plot;

(verb) complotteren, beramen, plotten

Voorbeeld:

The police uncovered a plot to overthrow the government.
De politie ontdekte een complot om de regering omver te werpen.

repetition

/ˌrep.əˈtɪʃ.ən/

(noun) herhaling

Voorbeeld:

The repetition of the main theme makes the song memorable.
De herhaling van het hoofdthema maakt het lied memorabel.

pathetic fallacy

/pəˌθet.ɪk ˈfæl.ə.si/

(noun) pathetic fallacy

Voorbeeld:

The author used pathetic fallacy to describe the angry storm.
De auteur gebruikte pathetic fallacy om de woedende storm te beschrijven.

satire

/ˈsæt.aɪr/

(noun) satire, hekeling

Voorbeeld:

His latest novel is a biting satire on modern consumerism.
Zijn nieuwste roman is een scherpe satire op het moderne consumentisme.

point of view

/ˈpɔɪnt əv vjuː/

(noun) standpunt, gezichtspunt

Voorbeeld:

From my point of view, the decision was fair.
Vanuit mijn standpunt was de beslissing eerlijk.

sarcasm

/ˈsɑːr.kæz.əm/

(noun) sarcasme

Voorbeeld:

Her voice was full of sarcasm as she thanked him for his 'help'.
Haar stem was vol sarcasme toen ze hem bedankte voor zijn 'hulp'.

simile

/ˈsɪm.ə.li/

(noun) vergelijking

Voorbeeld:

The poet used a simile to describe the clouds as 'like cotton balls floating in the sky'.
De dichter gebruikte een vergelijking om de wolken te beschrijven als 'als katoenbollen zwevend in de lucht'.

soliloquy

/səˈlɪl.ə.kwi/

(noun) monoloog, alleenspraak

Voorbeeld:

Hamlet's famous 'To be or not to be' is a classic example of a soliloquy.
Hamlets beroemde 'To be or not to be' is een klassiek voorbeeld van een monoloog.

symbolism

/ˈsɪm.bə.lɪ.zəm/

(noun) symboliek, Symbolisme (kunststroming)

Voorbeeld:

The dove is a common symbolism for peace.
De duif is een veelvoorkomende symboliek voor vrede.

spoonerism

/ˈspuːnərɪzəm/

(noun) spoonerisme

Voorbeeld:

The professor was famous for his frequent spoonerisms, like saying 'Our queer old dean' instead of 'Our dear old queen'.
De professor was beroemd om zijn frequente spoonerismen, zoals 'Our queer old dean' zeggen in plaats van 'Our dear old queen'.

synecdoche

/sɪˈnek.də.ki/

(noun) synecdoche, deel voor geheel

Voorbeeld:

The phrase 'all hands on deck' is a synecdoche, where 'hands' refers to the sailors.
De uitdrukking 'alle hens aan dek' is een synecdoche, waarbij 'hens' verwijst naar de zeelieden.

tautology

/tɑːˈtɑː.lə.dʒi/

(noun) tautologie, pleonasme, logische waarheid

Voorbeeld:

The phrase 'free gift' is a tautology because a gift is inherently free.
De uitdrukking 'gratis geschenk' is een tautologie omdat een geschenk inherent gratis is.

theme

/θiːm/

(noun) thema, onderwerp, melodie;

(verb) thematiseren, een thema geven

Voorbeeld:

The main theme of the novel is love and loss.
Het hoofdthema van de roman is liefde en verlies.

tone

/toʊn/

(noun) toon, klank, sfeer;

(verb) een toon geven, temperen, aanpassen

Voorbeeld:

The singer's voice had a beautiful, clear tone.
De stem van de zanger had een mooie, heldere toon.

truism

/ˈtruː.ɪ.zəm/

(noun) waarheid als een koe, open deur

Voorbeeld:

It's a truism that you can't please all the people all the time.
Het is een waarheid als een koe dat je niet iedereen altijd tevreden kunt stellen.

setting

/ˈset̬.ɪŋ/

(noun) setting, omgeving, decor

Voorbeeld:

The movie's setting was a remote island.
De setting van de film was een afgelegen eiland.

zeugma

/ˈzuːɡ.mə/

(noun) zeugma

Voorbeeld:

The sentence 'She broke his car and his heart' is an example of zeugma.
De zin 'Ze brak zijn auto en zijn hart' is een voorbeeld van zeugma.

paradox

/ˈper.ə.dɑːks/

(noun) paradox, tegenstrijdigheid

Voorbeeld:

The statement "This statement is false" is a classic paradox.
De bewering "Deze bewering is onwaar" is een klassieke paradox.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland