Vocabulaireverzameling Soorten Vlees en Slachtafval in Ingrediënten: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Soorten Vlees en Slachtafval' in 'Ingrediënten' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) rundvlees, klacht, bezwaar;
(verb) klagen, mopperen
Voorbeeld:
(noun) varkensvlees
Voorbeeld:
(noun) gevogelte
Voorbeeld:
(noun) kalfsvlees
Voorbeeld:
(plural noun) chitterlings, varkensdarmen
Voorbeeld:
(noun) pens, onzin, flauwekul
Voorbeeld:
(noun) corned beef, gezouten rundvlees
Voorbeeld:
(noun) gehakt, rundergehakt
Voorbeeld:
(noun) spek
Voorbeeld:
(noun) ham, radioamateur, zendamateur;
(verb) overacteren, overdrijven
Voorbeeld:
(noun) kip, lafaard, bangebroek;
(verb) terugtrekken, laf zijn;
(adjective) laf, bang
Voorbeeld:
(noun) eend;
(verb) duiken, ontwijken
Voorbeeld:
(noun) gans, domoor;
(verb) prikken, stoten, opvoeren
Voorbeeld:
(noun) kalkoen, idioot, domoor
Voorbeeld:
(noun) jonge duif, duivenkuiken, zitkussen;
(adjective) mollig, dik
Voorbeeld:
(noun) kwartel;
(verb) huiveren, terugdeinzen
Voorbeeld:
(noun) korhoen, patrijs;
(verb) klagen, mopperen
Voorbeeld:
(noun) fazant
Voorbeeld:
(noun) lever, lever (voedsel)
Voorbeeld:
(noun) rood vlees
Voorbeeld:
(noun) wit vlees, witvis
Voorbeeld:
(noun) worst
Voorbeeld:
(noun) vleeswaren, broodbeleg
Voorbeeld:
(noun) bushmeat, wildvlees
Voorbeeld:
(noun) hersenen, brein, intelligentie;
(verb) hersens inslaan, op het hoofd slaan
Voorbeeld:
(noun) tong, taal;
(verb) likken
Voorbeeld:
(noun) nier, nierboon, rode nierboon
Voorbeeld:
(noun) zwezerik
Voorbeeld:
(adjective) halal, toegestaan, geoorloofd
Voorbeeld:
(adjective) koosjer, legitiem, acceptabel
Voorbeeld:
(noun) donker vlees
Voorbeeld:
(noun) vis;
(verb) vissen, vissen naar, uitvragen
Voorbeeld:
(noun) schapenvlees, hammelvlees
Voorbeeld:
(noun) hertenbiefstuk, wildbraad
Voorbeeld:
(noun) lam, lamsvlees;
(verb) lammeren
Voorbeeld:
(noun) konijn;
(verb) ratelen, kletsen
Voorbeeld:
(noun) kraakbeen, bindweefsel
Voorbeeld:
(noun) calamari, inktvis
Voorbeeld:
(noun) mahimahi, goudmakreel
Voorbeeld:
(noun) kaviaar
Voorbeeld:
(verb) hakken, fijnhakken, trippelen;
(noun) gehakt
Voorbeeld:
(noun) kreeft
Voorbeeld:
(noun) kuit, viseitjes, ree
Voorbeeld:
(noun) scrod, jonge kabeljauw, jonge schelvis
Voorbeeld:
(noun) zeevruchten
Voorbeeld:
(plural noun) vleeswaren, broodbeleg
Voorbeeld:
(noun) confit
Voorbeeld:
(noun) krab;
(verb) klagen, mopperen
Voorbeeld:
(noun) eendje
Voorbeeld:
(noun) gevogelte, pluimvee;
(verb) jagen op gevogelte, vogels vangen
Voorbeeld:
(noun) parelhoen
Voorbeeld:
(noun) kipper, gerookte haring;
(verb) kipperen, roken
Voorbeeld:
(noun) patrijs
Voorbeeld:
(noun) frituurpan, friteuse, braadkip
Voorbeeld:
(adjective) gekleed, aangekleed, aangemaakt;
(verb) aankleden, kleden, verbanden
Voorbeeld:
(noun) tonijn
Voorbeeld:
(noun) schelpdier, mossel;
(verb) strak sluiten, dichtklappen
Voorbeeld:
(noun) ingewanden, kippenlevertjes
Voorbeeld: