Vocabulaireverzameling Werkwoorden gerelateerd aan kunst in Kunst en handwerk: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Werkwoorden gerelateerd aan kunst' in 'Kunst en handwerk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) tekenen, trekken, aantrekken;
(noun) gelijkspel, trek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) verf;
(verb) verven, schilderen
Voorbeeld:
(noun) schets, voorstudie, overzicht;
(verb) schetsen, tekenen, uiteenzetten
Voorbeeld:
(noun) spoor, teken, rest;
(verb) traceren, achterhalen, opsporen
Voorbeeld:
(phrasal verb) schetsen, ruw opstellen
Voorbeeld:
(verb) etsen, graveren, diep inprenten
Voorbeeld:
(noun) schaduw, tint, nuance;
(verb) schaduwen, afschermen, nuanceren
Voorbeeld:
(verb) illustreren, verduidelijken, van afbeeldingen voorzien
Voorbeeld:
(noun) kleurpotlood, wasco;
(verb) kleuren met kleurpotlood, tekenen met wasco
Voorbeeld:
(noun) krabbel, tekeningetje;
(verb) krabbelen, tekenen
Voorbeeld:
(verb) mengen, blenden, passen bij;
(noun) melange, mengsel
Voorbeeld:
(verb) snijden, houwen, trancheren
Voorbeeld:
(verb) begrenzen, beperken, omschrijven
Voorbeeld:
(noun) aanvulling, complement, volledig aantal;
(verb) aanvullen, completeren
Voorbeeld:
(verb) verlenen, geven, uitspreken
Voorbeeld:
(verb) vertegenwoordigen, symboliseren, optreden voor
Voorbeeld:
(verb) herstellen, terugbrengen, teruggeven
Voorbeeld:
(verb) krabbelen, schrijven;
(noun) krabbel, kladje
Voorbeeld:
(noun) vlek, veeg;
(verb) uitvegen, vlekken
Voorbeeld:
(verb) stippelen, punten;
(noun) stippel, punttechniek
Voorbeeld:
(noun) streep, spoor, reeks;
(verb) schieten, razen, strepen
Voorbeeld:
(noun) ambacht, handwerk, vaartuig;
(verb) maken, vervaardigen
Voorbeeld:
(verb) creëren, scheppen, maken
Voorbeeld:
(noun) kriskras, kruispatroon;
(verb) kriskras lopen, doorkruisen;
(adverb) kriskras, doorelkaar
Voorbeeld:
(verb) smeren, aanbrengen, schilderen (onhandig);
(noun) vlek, klodder, klodderwerk
Voorbeeld:
(verb) delineëren, beschrijven, afbakenen
Voorbeeld:
(verb) afbeelden, uitbeelden, voorstellen
Voorbeeld:
(noun) concept, ontwerp, tocht;
(verb) opstellen, ontwerpen, selecteren
Voorbeeld:
(verb) graveren, snijden, griffelen
Voorbeeld:
(verb) uitvoeren, voltrekken, executeren
Voorbeeld:
(verb) formuleren, opstellen, bereiden
Voorbeeld:
(verb) imiteren, nabootsen, simuleren
Voorbeeld:
(noun) afdruk, indruk, invloed;
(verb) afdrukken, stempelen, inprenten
Voorbeeld:
(noun) teken, merk, cijfer;
(verb) markeren, vlekken, aanduiden
Voorbeeld:
(verb) nabootsen, imiteren, lijken op;
(noun) nabootser, imitator, nabootsing;
(adjective) nabootsend, imiterend
Voorbeeld:
(noun) model, maquette, mannequin;
(verb) modelleren, poseren, vormen
Voorbeeld:
(verb) ontstaan, beginnen, creëren
Voorbeeld:
(noun) schets, overzicht, hoofdlijnen;
(verb) schetsen, omlijnen, aftekenen
Voorbeeld:
(verb) behouden, bewaren, conserveren;
(noun) jam, confituur, conserven
Voorbeeld:
(verb) recreëren, opnieuw creëren
Voorbeeld:
(verb) regenereren, hergroeien, revitaliseren
Voorbeeld:
(verb) visualiseren, voorstellen
Voorbeeld: