Avatar of Vocabulary Set Kapsels

Vocabulaireverzameling Kapsels in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Kapsels' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

French braid

/ˌfrentʃ ˈbreɪd/

(noun) Franse vlecht

Voorbeeld:

She wore her hair in a beautiful French braid.
Ze droeg haar haar in een mooie Franse vlecht.

French twist

/ˌfrentʃ ˈtwɪst/

(noun) Franse twist, Franse rol

Voorbeeld:

She wore her hair in an elegant French twist for the formal event.
Ze droeg haar haar in een elegante Franse twist voor het formele evenement.

fringe

/frɪndʒ/

(noun) pony, franje, kwastje;

(verb) franjeren, afzetten;

(adjective) marginaal, alternatief, onconventioneel

Voorbeeld:

She decided to get a new haircut with a short fringe.
Ze besloot een nieuw kapsel te nemen met een korte pony.

bob

/bɑːb/

(noun) bob, bobkapsel, dobber;

(verb) wippen, knikken, duiken

Voorbeeld:

She decided to get a short bob for the summer.
Ze besloot een korte bob te nemen voor de zomer.

braid

/breɪd/

(noun) vlecht;

(verb) vlechten

Voorbeeld:

She wore her hair in a long braid.
Ze droeg haar haar in een lange vlecht.

scrunch

/skrʌntʃ/

(verb) verfrommelen, kreukelen, knarsen;

(noun) gekraak, geknars

Voorbeeld:

She scrunched up the letter and threw it in the bin.
Ze verfrommelde de brief en gooide hem in de prullenbak.

highlight

/ˈhaɪ.laɪt/

(verb) benadrukken, markeren, accentueren;

(noun) hoogtepunt, topmoment

Voorbeeld:

The report highlights the need for better education.
Het rapport benadrukt de noodzaak van beter onderwijs.

sweep

/swiːp/

(verb) vegen, buigen, bestrijken;

(noun) veeg, veegbeurt, bocht

Voorbeeld:

She used a broom to sweep the kitchen floor.
Ze gebruikte een bezem om de keukenvloer te vegen.

tease

/tiːz/

(verb) plagen, tergen, touperen;

(noun) plaaggeest, terger

Voorbeeld:

The children love to tease their dog by hiding its toys.
De kinderen vinden het leuk om hun hond te plagen door zijn speelgoed te verstoppen.

tint

/tɪnt/

(noun) tint, kleurschakering, haarkleuring;

(verb) tinten, kleuren

Voorbeeld:

The sky had a beautiful orange tint at sunset.
De lucht had een prachtige oranje tint bij zonsondergang.

tousle

/ˈtaʊ.zəl/

(verb) woelen, verward maken

Voorbeeld:

He gently tousled her hair.
Hij woelde zachtjes door haar haar.

wave

/weɪv/

(noun) golf, zwaai, gebaar;

(verb) zwaaien, wenken, wapperen

Voorbeeld:

The boat was tossed by the large waves.
De boot werd heen en weer geslingerd door de grote golven.

topknot

/ˈtɑːp.nɑːt/

(noun) knot, haarknot, kuif

Voorbeeld:

She tied her long hair into a neat topknot.
Ze bond haar lange haar in een nette knot.

afro

/ˈæf.roʊ/

(noun) afro

Voorbeeld:

She proudly wore her natural afro.
Ze droeg trots haar natuurlijke afro.

knot

/nɑːt/

(noun) knoop, noest, kwast;

(verb) knopen, vastknopen

Voorbeeld:

Tie a knot in the rope.
Leg een knoop in het touw.

bun

/bʌn/

(noun) broodje, bol, knot

Voorbeeld:

She ate a hot cross bun for breakfast.
Ze at een hot cross broodje als ontbijt.

layer

/ˈleɪ.ɚ/

(noun) laag;

(verb) in lagen leggen, stapelen

Voorbeeld:

The cake has three layers of chocolate.
De taart heeft drie lagen chocolade.

bang

/bæŋ/

(noun) knal, slag, klap;

(verb) slaan, botsen;

(adverb) precies, recht

Voorbeeld:

We heard a loud bang from the kitchen.
We hoorden een harde knal uit de keuken.

bobbed

/bɑːbd/

(adjective) bobkapsel, bob;

(verb) deinen, wippen

Voorbeeld:

She got a new bobbed haircut for the summer.
Ze kreeg een nieuw bobkapsel voor de zomer.

cornrows

/ˈkɔːrn.roʊz/

(plural noun) cornrows, vlechten

Voorbeeld:

She had her hair styled in neat cornrows for the summer.
Ze had haar haar in nette cornrows gestyled voor de zomer.

crop

/krɑːp/

(noun) gewas, oogst, kort kapsel;

(verb) snoeien, verbouwen, knippen

Voorbeeld:

Wheat is a major crop in this region.
Tarwe is een belangrijk gewas in deze regio.

wet look

/ˈwet lʊk/

(noun) wet look, natte look

Voorbeeld:

She styled her hair in a sleek wet look for the party.
Ze stylde haar haar in een strakke wet look voor het feest.

undercut

/ˌʌn.dɚˈkʌt/

(verb) onderbieden, ondergraven, ondermijnen;

(noun) undercut, opgeschoren kapsel

Voorbeeld:

Large supermarkets can undercut small local shops.
Grote supermarkten kunnen kleine lokale winkels onderbieden.

mohawk

/ˈmoʊ.hɑːk/

(noun) Mohawk, hanenkam, mohawk

Voorbeeld:

The Mohawk people are known for their rich history and culture.
Het Mohawk-volk staat bekend om zijn rijke geschiedenis en cultuur.

buzz cut

/ˈbʌz kʌt/

(noun) buzz cut, gemillimeterd haar

Voorbeeld:

He got a buzz cut for the summer to stay cool.
Hij nam een buzz cut voor de zomer om koel te blijven.

close-cropped

/ˌkloʊsˈkrɑːpt/

(adjective) kortgeknipt, kortgeschoren

Voorbeeld:

He had a close-cropped haircut for the summer.
Hij had een kortgeknipt kapsel voor de zomer.

crew cut

/ˈkruː kʌt/

(noun) crew cut, borstelkop

Voorbeeld:

He got a crew cut for the summer to stay cool.
Hij nam een crew cut voor de zomer om koel te blijven.

quiff

/kwɪf/

(noun) kuif

Voorbeeld:

He styled his hair into a perfect quiff.
Hij stylde zijn haar tot een perfecte kuif.

beehive

/ˈbiː.haɪv/

(noun) bijenkorf, bijenkorfkapsel

Voorbeeld:

The beekeeper carefully inspected the beehive for honey production.
De imker inspecteerde zorgvuldig de bijenkorf op honingproductie.

bouffant

/ˈbuː.fɑːnt/

(adjective) bouffant, opgeblazen;

(noun) bouffant, opgeblazen kapsel

Voorbeeld:

She wore her hair in a classic bouffant style.
Ze droeg haar haar in een klassieke bouffant stijl.

chignon

/ˈʃiːn.jɑːn/

(noun) chignon, knot

Voorbeeld:

She wore her hair in an elegant chignon for the formal event.
Ze droeg haar haar in een elegante chignon voor het formele evenement.

mullet

/ˈmʌl.ɪt/

(noun) harder, matje

Voorbeeld:

We caught a large mullet while fishing in the bay.
We vingen een grote harder tijdens het vissen in de baai.

perm

/pɝːm/

(noun) permanent;

(verb) permanenten

Voorbeeld:

She decided to get a perm for her straight hair.
Ze besloot een permanent te nemen voor haar steile haar.

pigtail

/ˈpɪɡ.teɪl/

(noun) vlecht, paardenstaart, pigtail tabak

Voorbeeld:

She wore her hair in two neat pigtails.
Ze droeg haar haar in twee nette vlechten.

tonsure

/ˈtɑːn.ʃɚ/

(noun) tonsure, kruinschering;

(verb) tonsureren, kruinschering toepassen

Voorbeeld:

The monk's tonsure was a symbol of his devotion.
De tonsure van de monnik was een symbool van zijn toewijding.

pudding basin

/ˈpʊd.ɪŋ ˌbeɪ.sən/

(noun) puddingvorm, puddingkom

Voorbeeld:

She greased the pudding basin thoroughly before adding the mixture.
Ze vetde de puddingvorm grondig in voordat ze het mengsel toevoegde.

pageboy

/ˈpeɪdʒ.bɔɪ/

(noun) page, hotelbediende, pagekapsel

Voorbeeld:

The hotel pageboy carried our bags to the room.
De hotelpageboy droeg onze tassen naar de kamer.

plait

/pleɪt/

(noun) vlecht;

(verb) vlechten

Voorbeeld:

She wore her long hair in a neat plait.
Ze droeg haar lange haar in een nette vlecht.

ponytail

/ˈpoʊ.ni.teɪl/

(noun) paardenstaart

Voorbeeld:

She usually wears her hair in a high ponytail.
Ze draagt haar haar meestal in een hoge paardenstaart.

bunches

/bʌntʃɪz/

(noun) bos, tros, boel;

(verb) plooien, ballen, samentrekken

Voorbeeld:

She bought a bunch of grapes.
Ze kocht een bos druiven.

punky

/ˈpʌŋ.ki/

(adjective) punky, punkachtig

Voorbeeld:

She wore a punky leather jacket with studs.
Ze droeg een punky leren jasje met studs.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland