Vocabulaireverzameling Bioscoop en theater in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Bioscoop en theater' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) ballet
Voorbeeld:
(noun) Broadway
Voorbeeld:
(noun) speelfilm, hoofdfilm
Voorbeeld:
(noun) aanhangwagen, trailer, voorfilm
Voorbeeld:
(noun) vervolg, gevolg, uitvloeisel
Voorbeeld:
(noun) blockbuster, kaskraker, succesnummer
Voorbeeld:
(adjective) klassiek, tijdloos, geweldig;
(noun) klassieker, klassiek werk
Voorbeeld:
(noun) podium, toneel, fase;
(verb) opvoeren, organiseren
Voorbeeld:
(verb) werpen, gooien, uitbrengen;
(noun) cast, rolbezetting, gietstuk
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, aanpassen aan, zich aanpassen
Voorbeeld:
(noun) aanpassing, adaptatie, bewerking
Voorbeeld:
(verb) snijden, knippen, hakken;
(noun) snede, knippen, coupe;
(adjective) gesneden, geknipt
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld:
(noun) kassa, kaartverkoop, kassucces
Voorbeeld:
(verb) repeteren, oefenen, mentaal oefenen
Voorbeeld:
(verb) portretteren, afbeelden, weergeven
Voorbeeld:
(verb) vertellen, verhalen
Voorbeeld:
(noun) richting, leiding, aanwijzing
Voorbeeld:
(noun) aanwijzing, signaal, keu;
(verb) een teken geven, aanwijzen
Voorbeeld:
(noun) camerawerk
Voorbeeld:
(verb) noemen, betitelen, nasynchroniseren;
(noun) dub (muziekgenre)
Voorbeeld:
(noun) generale repetitie
Voorbeeld:
(adjective) dramatisch, theatraal, ingrijpend
Voorbeeld:
(adjective) levendig, geanimeerd, opgewekt
Voorbeeld:
(noun) beelden, filmmateriaal
Voorbeeld:
(noun) genre, soort
Voorbeeld:
(noun) scenario, plot, situatie
Voorbeeld:
(noun) scenario, filmscript
Voorbeeld:
(noun) spotlight, schijnwerper, schijnwerpers;
(verb) uitlichten, belichten
Voorbeeld:
(verb) handelen, doen, acteren;
(noun) daad, handeling, wet
Voorbeeld:
(noun) interval, tussenruimte, tussenpoos
Voorbeeld:
(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;
(verb) leiden, gidsen, aanvoeren
Voorbeeld:
(noun) stunt, kunststuk, publiciteitsstunt;
(verb) belemmeren, vertragen, stoppen in groei
Voorbeeld:
(noun) climax, hoogtepunt, orgasme;
(verb) culmineren, een hoogtepunt bereiken
Voorbeeld:
(verb) draaien, vervormen, kronkelen;
(noun) draai, kronkel, wending
Voorbeeld:
(noun) achtergrondverhaal, voorgeschiedenis
Voorbeeld:
(noun) ondertitel, ondertiteling;
(verb) ondertitelen
Voorbeeld:
(noun) tune, herkenningsmelodie
Voorbeeld:
(noun) criticus, recensent, beoordelaar
Voorbeeld:
(noun) komiek, cabaretier
Voorbeeld: