Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter D in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter D' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) zuivelfabriek, melkbedrijf;
(adjective) zuivel, melk-
Voorbeeld:
(verb) durven, wagen;
(noun) uitdaging, durf
Voorbeeld:
(noun) duisternis, donker, kwaad
Voorbeeld:
(noun) database
Voorbeeld:
(noun) deadline, uiterste datum
Voorbeeld:
(adjective) dodelijk, uiterst effectief, zeer nauwkeurig;
(adverb) dodelijk, uitermate
Voorbeeld:
(noun) handelaar, dealer, drugsdealer
Voorbeeld:
(noun) dek, kaartspel, dek kaarten;
(verb) versieren, optuigen, neerslaan
Voorbeeld:
(noun) verdediger, beschermer, verdediger (sport)
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, wissen, schrappen
Voorbeeld:
(noun) democratie, democratische staat
Voorbeeld:
(adjective) democratisch, egalitair
Voorbeeld:
(noun) demonstratie, uitleg, presentatie
Voorbeeld:
(verb) vertrekken, afreizen, afwijken
Voorbeeld:
(adjective) afhankelijk van, afhankelijk;
(noun) afhankelijke, kostganger
Voorbeeld:
(noun) storting, deposito, aanbetaling;
(verb) deponeren, neerleggen, afzetten
Voorbeeld:
(noun) depressie, economische crisis, verzakking
Voorbeeld:
(verb) afleiden, ontlenen
Voorbeeld:
(adverb) wanhopig, desperaat, dringend
Voorbeeld:
(noun) vernietiging, verwoesting, ruïne
Voorbeeld:
(noun) vastberadenheid, besluitvaardigheid, vaststelling
Voorbeeld:
(verb) wijden, toewijden
Voorbeeld:
(verb) verschillen, afwijken, verschillen van mening
Voorbeeld:
(noun) handicap, invaliditeit, nadeel
Voorbeeld:
(adjective) gehandicapt;
(verb) handicappen, invalide maken, uitschakelen
Voorbeeld:
(noun) meningsverschil, onenigheid, ruzie
Voorbeeld:
(verb) teleurstellen
Voorbeeld:
(noun) teleurstelling, tegenvaller
Voorbeeld:
(verb) ontmoedigen, afschrikken, afhouden
Voorbeeld:
(noun) wanorde, verwarring, aandoening;
(verb) verstoren, in wanorde brengen
Voorbeeld:
(adjective) ver, afgelegen, afstandelijk
Voorbeeld:
(adjective) onderscheiden, apart, duidelijk
Voorbeeld:
(verb) onderscheiden, herkennen, waarnemen
Voorbeeld:
(verb) afleiden, afwenden
Voorbeeld:
(verb) storen, verstoren, verontrusten
Voorbeeld:
(verb) duiken, springen, snel bewegen;
(noun) duik, sprong, daling
Voorbeeld:
(adjective) divers, verschillend
Voorbeeld:
(noun) diversiteit, verscheidenheid
Voorbeeld:
(noun) scheiding;
(verb) scheiden
Voorbeeld:
(adjective) dominant, overheersend
Voorbeeld:
(noun) donatie, schenking, bijdrage
Voorbeeld:
(noun) stip, punt;
(verb) stippen, aanstippen
Voorbeeld:
(adverb) naar het centrum, in het centrum;
(noun) centrum, binnenstad;
(adjective) centraal, binnenstedelijk
Voorbeeld:
(adverb) drastisch, aanzienlijk, dramatisch
Voorbeeld:
(noun) droogte, tekort, gebrek
Voorbeeld:
(adjective) saai, vervelend, bot;
(verb) verdoffen, temperen
Voorbeeld:
(noun) stortplaats, vuilnisbelt, krot;
(verb) dumpen, storten, verlaten
Voorbeeld:
(noun) duur, tijdsduur, looptijd
Voorbeeld:
(adjective) dynamisch, veranderlijk;
(noun) dynamiek, drijvende kracht
Voorbeeld: