Avatar of Vocabulary Set Relatiedynamiek en Verbindingen

Vocabulaireverzameling Relatiedynamiek en Verbindingen in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Relatiedynamiek en Verbindingen' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

crony

/ˈkroʊ.ni/

(noun) vriendje, maatje, handlanger

Voorbeeld:

The politician was accused of giving lucrative contracts to his cronies.
De politicus werd ervan beschuldigd lucratieve contracten aan zijn vriendjes te geven.

affinity

/əˈfɪn.ə.t̬i/

(noun) affiniteit, sympathie, aantrekking

Voorbeeld:

He has a natural affinity for languages.
Hij heeft een natuurlijke affiniteit met talen.

fraternity

/frəˈtɝː.nə.t̬i/

(noun) broederschap, genootschap, studentenvereniging

Voorbeeld:

He joined the fraternity of doctors dedicated to medical research.
Hij sloot zich aan bij de broederschap van artsen die zich toeleggen op medisch onderzoek.

amity

/ˈæm.ə.t̬i/

(noun) vriendschap, eendracht, harmonie

Voorbeeld:

The two nations have lived in amity for decades.
De twee naties hebben decennia lang in vriendschap geleefd.

foe

/foʊ/

(noun) vijand, tegenstander

Voorbeeld:

He faced his old foe on the battlefield.
Hij stond tegenover zijn oude vijand op het slagveld.

friction

/ˈfrɪk.ʃən/

(noun) wrijving, frictie

Voorbeeld:

The car tires need good friction to grip the road.
De autobanden hebben goede wrijving nodig om grip op de weg te krijgen.

vendetta

/venˈdet̬.ə/

(noun) vendetta, bloedwraak, bittere strijd

Voorbeeld:

The two families were locked in a bitter vendetta for generations.
De twee families zaten generaties lang vast in een bittere vendetta.

rift

/rɪft/

(noun) scheur, spleet, breuk;

(verb) scheuren, splijten

Voorbeeld:

A deep rift appeared in the glacier.
Een diepe scheur verscheen in de gletsjer.

lineage

/ˈlɪn.i.ɪdʒ/

(noun) afkomst, geslacht, stamboom

Voorbeeld:

His noble lineage could be traced back to ancient kings.
Zijn adellijke afkomst kon worden teruggevoerd tot oude koningen.

blended family

/ˈblen.dɪd ˌfæm.ɪ.li/

(noun) samengesteld gezin, patchworkgezin

Voorbeeld:

They formed a happy blended family after their remarriage.
Ze vormden een gelukkig samengesteld gezin na hun hertrouwen.

consanguinity

/ˌkɑːn.sæŋˈɡwɪn.ə.t̬i/

(noun) bloedverwantschap, verwantschap

Voorbeeld:

The legal system often considers consanguinity in matters of inheritance.
Het rechtssysteem houdt vaak rekening met bloedverwantschap in zaken van erfopvolging.

pedigree

/ˈped.ə.ɡriː/

(noun) stamboom, afstamming, geschiedenis;

(adjective) raszuiver, met stamboom

Voorbeeld:

The dog has an excellent pedigree, with champions in its lineage.
De hond heeft een uitstekende stamboom, met kampioenen in zijn lijn.

progeny

/ˈprɑː.dʒə.ni/

(noun) nakomelingen, nageslacht, kroost

Voorbeeld:

The old farmer was proud of his numerous progeny.
De oude boer was trots op zijn talrijke nakomelingen.

surrogate mother

/ˈsɝː.ə.ɡeɪt ˌmʌð.ər/

(noun) draagmoeder

Voorbeeld:

The couple decided to use a surrogate mother to have a child.
Het stel besloot een draagmoeder te gebruiken om een kind te krijgen.

progenitor

/proʊˈdʒen.ə.t̬ɚ/

(noun) voorouder, grondlegger, oorsprong

Voorbeeld:

The first single-celled organisms were the progenitors of all life on Earth.
De eerste eencellige organismen waren de voorouders van al het leven op Aarde.

elopement

/iˈloʊp.mənt/

(noun) wegloop, heimelijke bruiloft

Voorbeeld:

Their elopement surprised everyone, as they had planned a big wedding.
Hun wegloop verraste iedereen, aangezien ze een grote bruiloft hadden gepland.

courtship

/ˈkɔːrt.ʃɪp/

(noun) verkering, hofmakerij, balts

Voorbeeld:

Their courtship lasted for two years before they got married.
Hun verkering duurde twee jaar voordat ze trouwden.

adultery

/əˈdʌl.tɚ.i/

(noun) overspel, echtbreuk

Voorbeeld:

The couple's marriage ended due to an act of adultery.
Het huwelijk van het stel eindigde door een daad van overspel.

infatuation

/ɪnˌfætʃ.uˈeɪ.ʃən/

(noun) verliefdheid, zinsbegoocheling

Voorbeeld:

His infatuation with the new singer lasted only a few weeks.
Zijn verliefdheid op de nieuwe zangeres duurde slechts een paar weken.

disown

/dɪˈsoʊn/

(verb) verwerpen, afstand doen van, verstoten

Voorbeeld:

The company tried to disown the controversial statement made by its former CEO.
Het bedrijf probeerde de controversiële verklaring van zijn voormalige CEO te verwerpen.

patch up

/pætʃ ʌp/

(phrasal verb) opknappen, lappen, bijleggen

Voorbeeld:

We need to patch up this hole in the roof before it rains.
We moeten dit gat in het dak opknappen voordat het regent.

rekindle

/ˌriːˈkɪn.dəl/

(verb) opnieuw aansteken, herontsteken, opnieuw aanwakkeren

Voorbeeld:

He tried to rekindle the dying fire.
Hij probeerde het uitdovende vuur opnieuw aan te steken.

antagonize

/ænˈtæɡ.ə.naɪz/

(verb) antagoniseren, uitdagen, prikkelen

Voorbeeld:

Try not to antagonize your little brother; he's already upset.
Probeer je kleine broertje niet te antagoniseren; hij is al van streek.

drift apart

/drɪft əˈpɑːrt/

(phrasal verb) uit elkaar drijven, vervreemden

Voorbeeld:

After college, we started to drift apart.
Na de universiteit begonnen we uit elkaar te drijven.

feud

/fjuːd/

(noun) vete, ruzie, geschil;

(verb) ruziemaken, twisten, vechten

Voorbeeld:

The two families had a long-standing feud over land.
De twee families hadden een langdurige vete over land.

two-time

/ˈtuː.taɪm/

(verb) bedriegen, vreemdgaan;

(adjective) tweevoudig

Voorbeeld:

She found out he was two-timing her with her best friend.
Ze kwam erachter dat hij haar bedroog met haar beste vriendin.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland