Vocabulaireverzameling Voedsel bereiden in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Voedsel bereiden' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) verbleken, bleken, blancheren
Voorbeeld:
(verb) verbranden, schroeien, verhitten;
(noun) brandwond, verbranding
Voorbeeld:
(verb) deglaceren, aanbaksels losmaken
Voorbeeld:
(verb) beluchten, ventileren, begassen
Voorbeeld:
(verb) baggeren, uitbaggeren, opbaggeren;
(noun) baggermachine, dredge, bestrooiing
Voorbeeld:
(verb) kneden, masseren
Voorbeeld:
(verb) grillen, barbecueën
Voorbeeld:
(verb) voorkoken, half koken
Voorbeeld:
(verb) fruiten, sauteren;
(noun) sauté, roerbakgerecht
Voorbeeld:
(verb) grillen, braden, verzengen
Voorbeeld:
(noun) filet;
(verb) fileteren
Voorbeeld:
(verb) smoren
Voorbeeld:
(noun) bloem, bloei, hoogtijdagen;
(verb) bloeien, in bloei staan, floreren
Voorbeeld:
(verb) nuken, met kernwapens aanvallen, magnetronnen;
(noun) kernwapen, atoombom
Voorbeeld:
(noun) plof, knal, frisdrank;
(verb) ploffen, knallen, wippen;
(adjective) pop, populair;
(adverb) ploffend, knallend
Voorbeeld:
(noun) spatchcock, platgesneden gevogelte;
(verb) spatchcocken, plat snijden en braden
Voorbeeld:
(verb) vernietigen, verwijderen, snel bewegen;
(noun) flits, steek;
(interjection) zap, flits
Voorbeeld:
(verb) bedruipen, rijgen, vastzetten
Voorbeeld: