Vocabulaireverzameling Mening vormen of uitdrukken 1 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mening vormen of uitdrukken 1' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verslag, beschrijving, rekening;
(verb) beschouwen, verklaren
Voorbeeld:
(noun) ommezwaai, koerswijziging;
(verb) omzwaaien, terugkomen op
Voorbeeld:
(preposition) volgens
Voorbeeld:
(noun) advies, raad
Voorbeeld:
(verb) adviseren, aanraden, informeren
Voorbeeld:
(phrase) maar aan de andere kant, aan de andere kant
Voorbeeld:
(noun) lucht, sfeer, uitstraling;
(verb) uiten, uitzenden, ventileren
Voorbeeld:
(noun) luchting, ventilatie, uitzending
Voorbeeld:
(phrasal verb) verantwoording afleggen voor, instaan voor
Voorbeeld:
(verb) beweren, stellen, handhaven
Voorbeeld:
(noun) bewering, verklaring, handhaving
Voorbeeld:
(adverb) assertief, zelfverzekerd, beslist
Voorbeeld:
as far as someone (something) is concerned
(idiom) wat betreft, voor zover het iemand/iets aangaat
Voorbeeld:
(phrase) op zijn best, hooguit
Voorbeeld:
(verb) bekennen, openlijk verklaren
Voorbeeld:
(noun) bekentenis, verklaring, erkenning
Voorbeeld:
(verb) achteruit trappen, terugtrappen, terugkrabbelen
Voorbeeld:
(verb) terugkrabbelen, terugnemen, teruggaan
Voorbeeld:
(adverb) ernstig, slecht, onvoldoende
Voorbeeld:
(adverb) in principe, fundamenteel, kortom
Voorbeeld:
(noun) vooringenomenheid, vooroordeel, partijdigheid;
(verb) beïnvloeden, vooringenomen maken
Voorbeeld:
(verb) bewegen, verroeren, wijken
Voorbeeld:
(idiom) heet en koud blazen, wispelturig zijn
Voorbeeld:
(idiom) het beestje bij de naam noemen, ronduit spreken
Voorbeeld:
(phrasal verb) langskomen, op bezoek komen, bijkomen
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitkomen, bekend worden, verschijnen
Voorbeeld:
(phrasal verb) langskomen, op bezoek komen, overvallen
Voorbeeld:
(noun) opmerking, commentaar;
(verb) commentaar geven, opmerken
Voorbeeld:
(verb) verlenen, toekennen, overleggen
Voorbeeld:
(verb) omzetten, verbouwen, converteren;
(noun) bekeerling, overtuigde
Voorbeeld:
(noun) declamatie, voordracht, retoriek
Voorbeeld:
(adjective) declamatorisch, retorisch
Voorbeeld:
(verb) afleiden, concluderen
Voorbeeld:
(verb) achten, beschouwen
Voorbeeld:
(verb) misleiden, bedriegen
Voorbeeld:
(noun) waanidee, waanvoorstelling, waan
Voorbeeld:
(verb) bespreken, discussiëren
Voorbeeld:
(noun) discussie, gesprek, overleg
Voorbeeld:
(adverb) dogmatisch
Voorbeeld: