Vocabulaireverzameling Taalvaardigheden en -bekwaamheid in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Taalvaardigheden en -bekwaamheid' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) accent, klemtoon, accentteken;
(verb) accentueren, benadrukken
Voorbeeld:
(adjective) gevorderd, geavanceerd, hoger niveau
Voorbeeld:
(adjective) welbespraakt, duidelijk;
(verb) verwoorden, uitspreken, scharnieren
Voorbeeld:
(adjective) auditief, gehoor-
Voorbeeld:
(noun) beginner, nieuweling
Voorbeeld:
(adjective) breed, uitgebreid;
(noun) vrouw
Voorbeeld:
(adjective) coherent, logisch, begrijpelijk
Voorbeeld:
(noun) boor, boormachine, oefening;
(verb) boren, drilleren, oefenen
Voorbeeld:
(verb) coderen, versleutelen, omzetten
Voorbeeld:
(adjective) foutloos, perfect, onberispelijk
Voorbeeld:
(noun) vloeiendheid, taalvaardigheid, soepelheid
Voorbeeld:
(adjective) vloeiend, welbespraakt, vloeibaar
Voorbeeld:
(verb) brabbelen, onverstaanbaar praten;
(noun) gebrabbel, onverstaanbaar gepraat
Voorbeeld:
(adjective) onarticuleerbaar, onduidelijk
Voorbeeld:
(noun) onbegrijpelijkheid, onvatbaarheid
Voorbeeld:
(adjective) onbegrijpelijk, onvatbaar
Voorbeeld:
(adjective) tussenliggend, intermediair;
(noun) tussenpersoon, intermediair
Voorbeeld:
(verb) luisteren, gehoorzamen, aandacht schenken
Voorbeeld:
(noun) meester, heer, beheerser;
(verb) beheersen, onder de knie krijgen, overwinnen;
(adjective) meesterlijk, deskundig
Voorbeeld:
(noun) moedertaalspreker
Voorbeeld:
(adjective) oraal, mond-, mondeling;
(noun) mondeling examen, mondelinge toets
Voorbeeld:
(adjective) perfect, ideaal, volmaakt;
(verb) perfectioneren, volmaken, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) uitspraak
Voorbeeld:
(noun) lezen, leesvaardigheid, leesstof;
(verb) lezend
Voorbeeld:
(adjective) roestig, verroest
Voorbeeld:
(noun) spreken, spreekvaardigheid;
(adverb) gesproken, wat betreft
Voorbeeld:
(verb) stamelen, hakkelen;
(noun) stameling, hakkeling
Voorbeeld:
(verb) struikelen, wankelen, haperen;
(noun) struikelpartij, wankeling
Voorbeeld:
(adjective) mondeling, verbaal, werkwoordelijk
Voorbeeld:
(noun) schrijven, handschrift, geschrift;
(verb) schrijvend, aan het schrijven
Voorbeeld: