Vocabulaireverzameling Uit eten in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Uit eten' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) afruimer, hulpkelner
Voorbeeld:
(noun) begroeter, ontvanger
Voorbeeld:
(noun) keukenhulp, afwasser
Voorbeeld:
(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;
(noun) vaste klant, habitué
Voorbeeld:
(noun) server, ober, serveerster
Voorbeeld:
(noun) kok voor snelle gerechten, kortebestellingkok
Voorbeeld:
(noun) sommelier, wijnkelner
Voorbeeld:
(noun) valet, kamerdienaar, parkeerservice;
(verb) valetparkeren
Voorbeeld:
(noun) ober, kelner
Voorbeeld:
(noun) serveerster
Voorbeeld:
(noun) bedienend personeel, kelners
Voorbeeld:
(noun) wijnkelner, sommelier
Voorbeeld:
(adverb) à la carte, van de kaart;
(noun) à la carte menu
Voorbeeld:
(noun) rekening, factuur, wetsvoorstel;
(verb) factureren, rekening sturen, aankondigen
Voorbeeld:
(noun) boek, register;
(verb) boeken, reserveren, registreren
Voorbeeld:
(noun) kraam, stand, cel
Voorbeeld:
(verb) controleren, nakijken, stoppen;
(noun) controle, stop, ruit
Voorbeeld:
(noun) kurkgeld
Voorbeeld:
(phrasal verb) uit eten gaan, buitenshuis eten
Voorbeeld:
(noun) doggybag, restjeszak
Voorbeeld:
(noun) fooi, gratificatie, afvloeiingsregeling
Voorbeeld:
(noun) fooi, tip, advies;
(verb) fooi geven, omkiepen, kantelen
Voorbeeld:
(noun) table d'hôte, vast menu
Voorbeeld:
(noun) degustatiemenu, proeverijmenu
Voorbeeld:
(noun) bezorging, levering, bevalling
Voorbeeld:
(noun) kledingvoorschrift, dresscode
Voorbeeld:
(noun) reservering, boeking, bedenking
Voorbeeld:
(noun) maître d'hôtel, hoofdkelner
Voorbeeld:
(noun) toegangsprijs, couverttoeslag
Voorbeeld:
(noun) menukaart, menu
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, volgorde;
(verb) bevelen, opdragen, bestellen
Voorbeeld:
(noun) servicekosten, bedieningsgeld
Voorbeeld:
(noun) lipje, tabje, tabblad;
(verb) tabben
Voorbeeld:
(verb) wachten, klaarstaan;
(noun) wachttijd, wacht
Voorbeeld:
(noun) goederenlift, kleine lift
Voorbeeld:
(noun) bon, waardebon, bewijs;
(verb) bevestigen, garanderen
Voorbeeld:
(noun) vaatwasser, afwasmachine, afwasser
Voorbeeld:
(noun) uitsmijter, portier, stuiterbal
Voorbeeld:
(noun) barman, barvrouw
Voorbeeld:
(noun) barman
Voorbeeld:
(noun) barvrouw, serveerster
Voorbeeld:
(noun) open bar, gratis drankjes
Voorbeeld: