Vocabulaireverzameling Consistentie en textuur in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Consistentie en textuur' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) droog, dor, dorstig;
(verb) drogen
Voorbeeld:
(adjective) krokant, knapperig, fris
Voorbeeld:
(adjective) vettig, olieachtig, glibberig
Voorbeeld:
(adjective) fluweelzacht, zacht
Voorbeeld:
(adjective) suikerig, zoet, zoetsappig
Voorbeeld:
(adjective) gehonoreerd, met honing, zoetgevooisd
Voorbeeld:
(adjective) zwartgeblakerd, aangebrand, geblakerd (voedsel);
(verb) zwart maken, besmeuren
Voorbeeld:
(adjective) sterk, taai, robuust
Voorbeeld:
(adjective) hartelijk, uitbundig, stevig
Voorbeeld:
(adjective) papperig, zacht, pulpachtig
Voorbeeld:
(adjective) mals, zacht, gevoelig;
(noun) offerte, aanbesteding, sloep;
(verb) aanbieden, indienen
Voorbeeld:
(adjective) luchtig, geventileerd, licht
Voorbeeld:
(adjective) boterachtig, boterig, boterzacht
Voorbeeld:
(adjective) taai, kauwbaar
Voorbeeld:
(adjective) romig, crèmekleurig
Voorbeeld:
(adjective) kruimelig, brokkelig
Voorbeeld:
(adjective) knapperig, krokant, knisperend
Voorbeeld:
(adjective) krokant, korstig, nors
Voorbeeld:
(adjective) delicaat, fragiel, breekbaar
Voorbeeld:
(adjective) deegachtig, bleek
Voorbeeld:
(adjective) bruisend, prikkelend
Voorbeeld:
(adjective) schilferig, bladerig, onbetrouwbaar
Voorbeeld:
(adjective) donzig, pluizig, luchtig
Voorbeeld:
(adjective) kleverig, plakkerig, sentimenteel
Voorbeeld:
(adjective) sappig, pikant
Voorbeeld:
(adjective) zijdezacht, zijdeachtig, fluweelzacht
Voorbeeld:
(adjective) plakkerig, kleverig, lastig
Voorbeeld:
(adjective) glad, egaal, soepel;
(verb) gladstrijken, egaliseren, verzachten;
(adverb) soepel, glad
Voorbeeld:
(adjective) sappig, smakelijk, vetplant;
(noun) vetplant
Voorbeeld:
(adjective) calorierijk, warmte producerend
Voorbeeld:
(adjective) verteerbaar, begrijpelijk
Voorbeeld:
(adjective) vetvrij
Voorbeeld:
(adjective) vetmakend, dikmakend
Voorbeeld:
(noun) vulling, plombe;
(adjective) vullend, verzadigend
Voorbeeld:
(adjective) bloemig, met bloem bedekt, poederachtig
Voorbeeld:
(adjective) onverteerbaar, onbegrijpelijk
Voorbeeld:
(adjective) mentholhoudend, met menthol
Voorbeeld:
(adjective) melkachtig, melkig, met melk
Voorbeeld:
(adjective) soepig, drassig, waterig
Voorbeeld:
(adjective) vezelig, sliertig, mager
Voorbeeld:
(adjective) saai, zwaar, ouderwets
Voorbeeld:
(adjective) kalkachtig, krijtachtig, bleek
Voorbeeld:
(adjective) caloriearm, light
Voorbeeld: