Vocabulaireverzameling Lichaamsvorm in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Lichaamsvorm' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) zandloperfiguur
Voorbeeld:
(adjective) gespierd, stevig, fors
Voorbeeld:
(adjective) gespierd, sterk, forse
Voorbeeld:
(noun) geelbruin, buff, liefhebber;
(verb) poetsen, polijsten, versterken;
(adjective) gespierd, afgetraind
Voorbeeld:
(adjective) stevig, fors, gespierd
Voorbeeld:
(adjective) slungelig, lang en onhandig
Voorbeeld:
(noun) husky;
(adjective) schor, hees, stevig
Voorbeeld:
(adjective) slap, futloos, slank
Voorbeeld:
(adjective) lang en mager, slungelig
Voorbeeld:
(adjective) langbenig, spichtig, lang en dun
Voorbeeld:
(adjective) gespierd, krachtig, spier-
Voorbeeld:
(adjective) peervormig, de mist in gaan, mislukt
Voorbeeld:
(adjective) voorovergebogen, gebogen schouders
Voorbeeld:
(adjective) gedrongen, stevig gebouwd
Voorbeeld:
(adjective) gebogen, voorovergebogen;
(verb) bukken, vooroverbuigen
Voorbeeld:
(adjective) stevig, fors, gezond
Voorbeeld:
(adjective) gezet, stevig, gedrongen
Voorbeeld:
(adjective) goed gebouwd, gespierd, stevig
Voorbeeld:
(adjective) slank, gracieus, buigzaam
Voorbeeld:
(noun) bonenstaak, lange slungel
Voorbeeld:
(noun) ectomorf, persoon met slanke bouw
Voorbeeld:
(adjective) slap, vet, zwak
Voorbeeld:
(verb) hurken, neerhurken, kraken;
(noun) hurkzit, squat, kraakpand;
(adjective) gedrongen, laag en breed
Voorbeeld:
(noun) dwerg, klein persoon;
(adjective) mini, dwerg
Voorbeeld:
(noun) achterblijver, kleintje, dwerg
Voorbeeld:
(verb) spuiten, sproeien;
(noun) straal, scheut, snotneus
Voorbeeld:
(adjective) boezemrijk, volborstig
Voorbeeld:
(adjective) busty, volborstig
Voorbeeld:
(adjective) voluptueus, welgevormd
Voorbeeld:
(adjective) rond, welgevormd
Voorbeeld:
(adjective) bochtig, gebogen, rond
Voorbeeld:
(adjective) hoekig, kantig, mager
Voorbeeld:
(adjective) licht, gering, klein;
(verb) negeren, minachten, beledigen;
(noun) belediging, minachting, veronachtzaming
Voorbeeld:
(adjective) sylfachtig, slank en gracieus
Voorbeeld:
(adjective) compact, dicht;
(noun) poederdoos, compact;
(verb) verdichten, samenpersen
Voorbeeld: