Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 21 - Bedrijfscompetitie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 21 - Bedrijfscompetitie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) failliet, bankroet;
(verb) failliet maken, ruïneren;
(noun) failliet
Voorbeeld:
(noun) faillissement
Voorbeeld:
(idiom) in de positie zijn om te doen, in staat zijn om
Voorbeeld:
(adjective) feestelijk, vierend
Voorbeeld:
(verb) praten, converseren;
(noun) omgekeerde, tegenovergestelde;
(adjective) omgekeerd, tegenovergesteld
Voorbeeld:
(noun) barst, scheur, knal;
(verb) barsten, kraken, knappen;
(adjective) uitstekend, top, geweldig
Voorbeeld:
(noun) ontmoetingsruimte, verzamelplek
Voorbeeld:
(phrase) een goed uitzicht hebben, goed zicht hebben
Voorbeeld:
(phrase) het laatste moment, op het nippertje
Voorbeeld:
(phrasal verb) onderzoeken, uitzoeken
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitkijken, opletten, zorgen voor
Voorbeeld:
(noun) luxegoederen, luxeartikelen
Voorbeeld:
(noun) nieuwsbrief
Voorbeeld:
(verb) betrekken, bewonen, innemen
Voorbeeld:
(noun) kwaliteitsservice, hoogwaardige dienstverlening
Voorbeeld:
(noun) faam, roem, vermaardheid
Voorbeeld:
(noun) reputatie, naam
Voorbeeld:
(idiom) een record vestigen
Voorbeeld:
(noun) bijwerking, neveneffect, onbedoeld gevolg
Voorbeeld:
(noun) woordvoerder
Voorbeeld:
(idiom) het nieuws verspreiden, rondvertellen
Voorbeeld:
(noun) verandering, wijziging
Voorbeeld:
(adjective) verwacht, voorzien
Voorbeeld:
(verb) vermomme, verbergen, maskeren;
(noun) vermomming, masker
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorstaan, meemaken, ondergaan
Voorbeeld:
(noun) helling, schuine stand;
(verb) neigen, overhellen, hellen
Voorbeeld:
(adverb) voor onbepaalde tijd, onbeperkt, vaag
Voorbeeld:
(noun) innovatie, vernieuwing, nieuwigheid
Voorbeeld:
(adjective) verouderd, achterhaald
Voorbeeld:
(noun) perspectief, standpunt, dieptewerking
Voorbeeld:
(adjective) progressief, geleidelijk, vooruitstrevend;
(noun) progressief, vooruitstrevend
Voorbeeld:
(noun) openbare hoorzitting
Voorbeeld:
(verb) achtervolgen, najagen, nastreven
Voorbeeld:
(adjective) verstandig, redelijk, zinnig
Voorbeeld:
(adjective) strategisch, militair
Voorbeeld:
(phrasal verb) omdraaien, omslaan, overdragen
Voorbeeld:
(phrase) veel, een grote hoeveelheid
Voorbeeld:
(adjective) adviserend, raadgevend;
(noun) advies, waarschuwing
Voorbeeld:
(phrasal verb) tegenkomen, ontmoeten, botsen tegen
Voorbeeld:
(verb) herdenken, vieren
Voorbeeld:
(noun) correlatie, verband
Voorbeeld:
(noun) corruptie, omkoping, bederf
Voorbeeld:
(noun) tijdperk, era
Voorbeeld:
(verb) overdrijven
Voorbeeld:
(adjective) snelgroeiend
Voorbeeld:
(verb) belemmeren, hinderen, vertragen
Voorbeeld:
(noun) inwoner, bewoner
Voorbeeld:
(noun) bewoning, huisvesting
Voorbeeld:
(adjective) instinctief
Voorbeeld:
(adjective) geïsoleerd, afgelegen, afgezonderd
Voorbeeld:
(noun) stortplaats, vuilnisbelt;
(verb) storten, begraven
Voorbeeld:
(noun) marktaandeel
Voorbeeld:
(verb) mediteren, overpeinzen, overwegen
Voorbeeld:
(noun) fusie, samenvoeging
Voorbeeld:
(idiom) in staking
Voorbeeld:
(noun) reikwijdte, uitbreiding, voorlichting;
(adjective) voorlichtings-, hulpverlenings-
Voorbeeld:
(adjective) oversized, te groot
Voorbeeld:
(adjective) overbezet, te veel personeel hebbend
Voorbeeld:
(adverb) overhaast, onbezonnen
Voorbeeld:
(adjective) regionaal
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitsluiten, elimineren
Voorbeeld:
(noun) geleerde, wetenschapper, beursstudent
Voorbeeld:
(adjective) vlekkeloos, brandschoon, onberispelijk
Voorbeeld:
(phrasal verb) staan voor, betekenen, tolereren
Voorbeeld:
(verb) slaan, treffen, staken;
(noun) staking, slag, aanval
Voorbeeld:
(verb) worstelen, zich verzetten, zich inspannen;
(noun) worsteling, strijd, moeite
Voorbeeld:
(noun) opeenvolging, reeks, successie
Voorbeeld:
(noun) overname, machtsovername
Voorbeeld: